Eindelijk, na drie weken reizen... zon, zee, strand. De dagen in Koh Phangan zijn zoals ik gehoopt had... ZALIG. Ontbijten op het terrasje van onze hut, slenteren naar het strand dat nog geen 20 meter verder ligt. Een plonsje in het lekker warme water. Dan opnieuw lekker eten met een sapje aan een tafeltje met de voetjes in het zand. Weer zonnen, lezen, mijmeren, strandgangers observeren. Slenteren naar ons hutje. Voeten afspoelen. (we hebben een mooie aardewerken kruik met scheppertje en als versiering verse, lekker geurende bloemetjes die op het water dobberen) Efkes opfrissen voor het diner op het strand. Topper was opnieuw Fried Yellow Curry with Crab. MMMMMMMM
En dan vroeg in bed. Enige dompertje op de feestvreugde... kakkerrrrlakkennnn. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii Marjan heeft bewezen dat ze zo moedig is als een leeuw! Maar liefst drie kakkerlakken zagen de achterkant van haar medogenloos meppende sandaal... wie zegt er dat kakkerlakken niet makkelijk te vernietigen zijn :-) Ik stond intussen gillend en rillend in de verste hoek van de kamer klaar om te vluchten. Als tegenprestatie heb ik dan ook maar een spin doodgemept.
's Nachts maakten we kennis met een ander vreemd fenomeen: de troepen huilende straathonden. Af en toe barstten ze uit in een waar jankfestijn, zoals een troep wolven. Maar de honden hier zijn doetjes. Ze houden je graag gezelschap op het strand.
Op 16 maart eindigden de mooie dagen in het paradijs. We moeten weer verder. En het zal een ware beproeving worden. Van het eiland Koh Phangan naar Medan, de hoofdstad van Sumatra, Indonesië. De dag begint met een laatste plons in het zalige water, ontbijt en een beetje dommelen op een ligschommel. Om 15 uur begint de eerste etappe. Terug van ons strand naar de haven. En de hemel zij geprezen, deze keer een comfortabele rit in een minibus. Etappe 2: de boot om daarna een uurtje op de bus te zitten naar het treinstation van Surat Thani. Daar moeten we uren wachten om uiteindelijk om 2 uur 's nachts op de slaaptrein te springen. 5 uur later moeten we er alweer uit in Haad Yai. Daar kunnen we ontbijten om daarna op de minibus te springen naar Penang, een eiland voor de Maleisische kust. Alles verloopt vlotjes tot in Penang. Daar horen we dat de boot naar Medan, Indonesië, niet meer uitvaart. Dju!!! Gestrand in een troosteloze stad... We vinden een bondgenoot in een Europeaan die al 25 jaar in Thailand woont maar elk jaar een visarun moet doen naar Maleisië. Hij wil zo snel mogelijk naar Bangkok dus we besluiten samen een taxi te nemen naar de luchthaven. Diene mens trakteert ons zelfs op de rit, maar pech voor hem, hij heeft maar de volgende dag een vlucht naar Bangkok. Wij hebben meer geluk, wij hebben om 20u een vlucht naar Medan. Alleen... we mogen maar 15 kilo bagage meenemen. Mij lukt het nog net, maar Marjan moet beginnen puzzelen. We proppen nog wat in de handbagage... wat een gesleur... maar het lukt om zonder extra kosten in te checken. Tot Marjan ineens opschrikt: "Neeee, mijn zakmes zit nog in de handbagage!" Damn, de mijne ook. (Een handig cadeau van Tineke en Martine waar ik nog geen afscheid van wil nemen) Wat nu! Gelukkig kunnen we dat ding nog laten inpakken en inchecken. Alleen, we hebben maar 6 ringit (Maleisisch geld) en het kost 10 ringit. Maar een beetje lief lachen en wat smeken en meneer geeft ons korting. Oef! Wat een spannende dag alweer. Oververmoeid wachten we om op te stijgen en het blijft maar duren. Het valt ons ook op dat Indonesische mensen niet zo knap zijn, toch niet die in de luchthaven. Er loopt een oud ventje met op het eerste zicht een sikje... blijkt heel veel grijs haar te zijn dat groeit uit een moedervlek ieieieieieieieuuuuwww. Tja, ik kreeg wat aanvallen van de slappe lach - altijd als ik oververmoeid begin te geraken. Uiteindelijk kunnen we vliegen. Een groot half uur en we landen in Medan. Eenmaal gearriveerd aan de bagage worden we overvallen door opdringerige taxichauffers en money exchangers. Maar in de Bijbel, de Lonely Planet, lezen we dat we een becak moeten nemen, een soort tuktuk maar met een brommer aan de zijkant. We vreesden eerst dat het enkel een fiets zou zijn, oheere voor die drivers. We ontwijken alle opdringerige taxichauffeurs die schreeuwen "Wher joe from, wher joe go, taxi taxi." Na het hindernissenparcours vinden we een becak. De driver neemt ons mee, allez, propt ons en alle bagage in een gammel ding. Ik zit met een halve bil op Marjan, mijn hoofd tegen een plastieken afdakje, de rugzak geklemd tussen de benen, geen zak te zien van Medan tijdens de rit. Een schietgebedje en hopend dat het een korte rit wordt, want lang hou ik deze houding niet vol zenne. We worden gedropt in Ronna's Guesthouse: "Een guesthouse with simple but perfectly fine rooms that make a great chose for those on a tight budget", zo stelt toch de Lonely Planet. Jawadde! Ik werd er stil van, simpel en perfectly fine kregen toch een nieuwe betekenis. 't Was een krot, nog nooit zo'n een erge kamer tegengekomen in mijn leven. Maar te moe om verder te zoeken besluiten we te blijven. Mijn mondhoeken vallen helemaal naar beneden. Diepe zucht. Maar ons gastvrouw Ronna blijkt vriendelijk, ze wil me zelfs al koppelen aan hare maat. Help, die zat al te loeren naar mij. We proberen wat opgewekter te zijn, maar het lukt niet echt. Eerst een douche dan maar... we zijn ten slotte al 30 uur onderweg. De kamer is echt troosteloos. Muren van bijna karton. Er past amper een bed in de kamer. Een tafel met krantenpapier als "opsmuk". Een ventilator die nog warmere lucht dan buiten blaast. Wel kapstokken, joepiejee! En dan de badkamer, een wc met de bril ernaast gevallen. Een arm excuus voor een doucheknop aan de muur. Een emmer vies water. Tekeningen op de muur van de vorige troosteloze bezoekers. Viesviesvies. En dan het plafond, bovenaan zit er gaas, jaja, dat zal helpen om de muggen tegen te houden. Ik ben meer bang van de ratten en kakkerlakken. Die hebben we nog genoeg gezien in Medan als we efkes een avondwandeling gingen maken. Na het doucheken waar je gelijk vuiler uit kwam dan je erin ging, besluiten we op zoek te gaan naar een geldautomaat. Op straat worden we constant aangestaard en nageroepen. Ik wil niet weten wat ze roepen :-/ Het is druk, veel verkeer. Ratten die uit vuilbakken kruipen, je moest oppassen om niet op een kakkerlak te trappen. VUIL VIES. Tja, Medan staat ook gekend onder de reizigers als een vreselijke stad. Jammer genoeg had de bijbel Lonely Planet daar dan wel gelijk. Over ons guesthouse daarentegen, we gaan toch es een mailtje sturen om te zeggen dat ze dat uit de gids mogen schrappen. Op het troittoir wandelen was ook al een beproeving want die zit vol gaten en met gaten bedoel ik stenen van bijna een meter op een meter. En ja, dan gaap je recht in de riool. Help help, waar zijn we hier toch beland. We vinden een heleboel automaten op een rij maar geen enkele wil ons het gewenste bedrag geven. Ok, we willen wel 3 miljoen Indonesische roepia, maar da's maar peanuts. Het lukt maar niet om geld uit de automaten te halen. En ons geldafhaalavontuur begint op een slechte deurenkomedie te lijken. 6 kotjes naast elkaar en we proberen het ene na het andere. Ene in, ene weer uit, andere in, andere weer uit en ga zo maar door. En dan opnieuw alle kotjes aflopen om een lager bedrag te proberen afhalen. Gefrustreerd en zonder geld vluchten we daar weg. We stappen een hotel binnen en Marjan slaagt er uiteindelijk in om toch een half miljoen af te halen. We stappen weer verder en stappen een internetshop binnen om ons vliegticket van Medan naar Bali te boeken. De internetshop zit vol jonge gasten, je kan niet tegen elkaar praten wegens het oorverdovend lawaai van verschillende schelle songs door elkaar. Ons zenuwen staan op springen. En het internet blijkt ook al niet goed te werken en tot overmaat van ramp staan er een paar jonge gasten over onze schouder mee te kijken als we geld willen storten. Marjan jaagt ze weg maar we zitten toch met een wreed ongemakkelijk gevoel. En het lukt gewoon niet, grrrr. Alles valt tegen - de eerste uren in Medan zijn een regelrechte ramp en we willen eigenlijk zo snel mogelijk weg. Het dieptepunt van de reis. We gaan nog iets eten aan een kraampje op straat. Ik zet me neer en zie wederom een rat wegspurten. Ik blijf op het puntje van mijn stoel zitten en onze onderlip hangt bijna op de grond, 't is om te bleiten. Aan tafel komt de chef bij ons zitten. We moeten wat small talk doen, iets waar we nu echt geen zin in hebben. En dan vraagt die gast nog hoe oud ik ben, of ik een lief heb. Niet nu, jeezes. Dan komt er nog iemand bij ons zitten. Maar een kleine opkikker, hij spreekt Nederlands. (Indonesië was vroeger een kolonie van Holland)
De gast valt mee tot blijkt dat het een gids is die ons de volgende dag mee wil nemen voor een rondleiding. Lap, weer eene die achter ons geld zit. Nee, we kunnen er die dag niet mee lachen en voelen ons loslopend wild. En in de verste verte is er ook geen andere toerist te bespeuren. Dan maar snel terug naar het guesthouse. Ogen toe, proberen snel in slaap te vallen en deze dag gewoon vergeten. 't Is al 1 uur en de volgende dag zijn we om 8 uur alweer klaarwakker... de kamer ziet er nog mistroostiger uit in het daglicht.
En die nacht werden we ook nog es gewekt door het schel geluid van de gebeden van de moskee. Die moskee blijkt ook gewoon achter ons guesthouse te liggen. Nog een extra pluspunt aan ons prachtig verblijf. Die morgen ben ik muisstil, de moed zakt me in de schoenen. Marjan voelt zich al niet veel beter. Ok, we moeten ons hier doorsleuren. We gaan opnieuw geld proberen afhalen en ons tickets boeken aangezien al ons efforts van de vorige avond bijna op een nuloperatie uitliepen. Ook overdag kan Medan ons niet bekoren. We hebben een lange broek aan, een hemdje met lange mouwen, dus we tonen bijna geen bloot, we passen ons aan want het is ten slotte een moslimland en nog blijven die venten ons aanstaren. We beantwoorden hun gestaar met woorden als "vetzak", "vieze vent", "nog nooit een vrouw gezien of wa", "kluutzak", "ikke goa ui mee ui moale tegen de dampoarte kloppen". Ook de gaten in de grond tonen nu nog beter welke vuiligheid er onder ons ligt. Het internet werkt weeral niet. In één ding slagen we toch, geld afhalen, hallelujah. En uiteindelijk kunnen we ons ticket naar Denpasar (Bali) ook boeken. Jammer genoeg hebben we ons daarvoor te veel moeten blootstellen aan de Medanese mannen. Je ziet hier ook zo weinig vrouwen op straat. We lopen hier rond met ons gezicht op onweer, nee, op orkaan categorie nummer 10. Tja, de sfeer zat er niet meer in. Het enige wat we konden zeggen was "Ik haat Medan" en "Ik wil hier weg". Na het culinaire eetfestijn in Thailand hadden we zelfs geen zin om een plaatstelijk eetkraampje te bezoeken. En dan zijn we maar in een McDonalds binnen gestapt. En dat was het laatste wat op onze agenda stond in Medan. Snel onze backpacks gepakt en naar het busstation. De vriendelijk Ronna van het guesthouse wou ons er nog es opleggen door ons 100 000 roepia te vragen voor vervoer naar Bukit Lawang, terwijl je er voor
20 000 kunt geraken. Merci madam, hier zie je ons nooit meer terug en steekt diene Lonely Planet in uw gat. Met verrassend veel gemak vonden we de weg naar het busstation en daar konden we direct de bus op naar Bukit Lawang. De local bus, in Indonesië nog meer een avontuur dan in Thailand, ik kan het je verzekeren! En opnieuw waren we de enige toeristen op de bus. De rit was vrij hobbelig dankzij de wilde rijstijl van de chauffeur (achteraf gezien was deze chauffeur nog een doetje, amai, we hebben hier al wa ritten meegemaakt - maar da's voor later). Dan waren er ook nog eens overal gaten in de wegen en hier rijdt ook niemand op het juiste rijvak. Bedoeling is zoveel mogelijk andere voertuigen voorbij te steken en net op het nippertje voor je tegen de tegenligger botst terug te zwenken naar het juiste rijvak, nice! Ik heb gevaarlijk veel tegenliggers recht op de bus zien afkomen maar hij wist ze altijd net op tijd te ontwijken. En dan zie je oude mannen, kleine kinderen daartussen laveren op een gammel fietsje. Dit is totale chaos. Wat een cultuurschok na Thailand. De bus loopt langzaam vol. In Sumatra springen ook gewoon straatmuzikanten met gitaar op de bus. Sommige met al wat meer zangtalent dan de andere. In Thailand beginnen ze het roken ook al te bannen, zelfs in sommige restaurants, hier in Indonesië roken ze gewoon op de bus. Vooraan zaten 2 vrouwen mandarijnen te eten. Alle vuiligheid vliegt gewoon naar buiten. Ik vond het al zo erg in Thailand dat iedereen alle vuiligheid gewoon op straat smijt. Hier is het nog veel erger. De hitte in de bus is wel lastig, maar verdraaglijk. Het geronk kan ik met mijn zenattitude ook nog aan. De schokken en de bochten, daar kan ik op meewiegen. Maar ik was niet voorbereid op de karaoke-dvd. Ineens komt er uit de tv loeiharde techno met een beetje Indonesisch gezang. De buschauffeur draait het knopje... aha, denk ik, hij zal het wat stiller zetten... neenee, het stond nog niet loeihard genoeg, nog een beetje luider, olé. Tja, daar zit je dan... nog in shock van Medan, je zenuwen proberen onder controle te houden. Maar de clips zijn hilarisch. Lelijke venten die in plaats van dansen lichtjes een cm bewegen van links naar rechts en niet in de camera durven kijken. Een paar achtergronddanseresjes die lichtjes heupwiegend af een toe een beschaamd zwoele blik in de lens werpen en de montage is er één die ik zelfs niet in mijn stoutste domen zou willen uitproberen. De cameraman zou beter ook een bril dragen want echt scherp was het niet. Dit spektakel duurde zo'n 3 uur. Jieha en dat slingerend langs de bumpy roads af en toe een koe ontwijkend - de bus had er bijna eentje rakelings mee. Remmen voor een bocht, daar had onze chauffeur kennelijk ook nog nooit van gehoord. Maar het landschap begon veelbelovend te veranderen. We naderen de jungle! En ineens waren we er dan, in Bukit Lawang. Natuurlijk sprong er ons direct een behulpzame gast ter hulp om ons de weg naar de guesthouses te tonen. De bijbel had er ons voor gewaarschuwd, de gidsen rijden mee vanaf Medan en proberen je te overtuigen om met hen op trektocht te gaan. We waren dus gewaarschuwd. We sprongen uiteindelijk op een becak naar de rivier. Daar werden we al opgevangen door een andere gast die voorstelde om met ons mee te wandelen naar een guesthouse. Intussen volgde ook "the quiet man", ook een gids, maar god weet hoe ie aan werk geraakt want er komt bijna geen woord uit. Hij was wel volhardend, hij bleef ons gewoon volgen van de bushalte tot aan de guesthouses. Onze begeleider, Jungle Eddy, nam ons mee naar verschillende guesthouses. We gingen nu op ons gemak beslissen en nu een heel scoon kamer kiezen na ons krot in Medan. Ook al moesten we ons 20 kilo backpack meezeulen. Maar hier waren al de guesthouses wel ok. We hebben zelfs een kijkje mogen nemen in de Honeymoonsuite van de Jungle Inn. 40 euro, eigenlijk niet veel, maar zeker te veel voor ons budget. Wat een suite, even groot als mijne living, een bad, een douche, hemelbed, 2 of 3 terrassen.
Uiteindelijk vonden we een prachtige kamer voor maar 6 euro voor twee. Ook een groot terras, een prachtig zicht op de rivier en op de jungle. Joepie, we zijn terug in de hemel. Onze douche is dan wel een ton water met een schepbak, maar da's juist charmant. Jungle Eddy blijkt natuurlijk ook een gids, maar het is wel een toffe kerel die wat weet over de jungle dus we bespreken die avond met hem een mogelijke jungletocht. Intussen heeft quiet man heel de tijd gevolgd en ook 's avonds bij het eten is ie weer komen opdagen. Hij is eigenlijk wel grappig en volledig harmless. Wat een verschil met Medan! De mensen zijn hier supervriendelijk. 6 jaar geleden zijn er bij een overstromingsramp meer dan 200 mensen omgekomen. De toeristen bleven weg en nu is het dorp zich langzaam aan het herstellen. Logisch dat ze de toeristen met open armen ontvangen en we steunen de lokale economie met veel plezier. In ons hotel werkt een gast genaam Cucumber (hm, komkommer). Hij heeft ons met veel liefde twee pintjes komen brengen op het terras en we voelden ons hier direct welkom. En met zo'n zicht op de jungle kan je niet anders dan gelukkig zijn.
Het kan verkeren als je reist. Je vliegt van de ene emotie in de andere. Je weet nooit waar de weg je naartoe zal brengen. Waar je zal slapen die nacht; De ene dag is vreselijk en de andere voel je je in de 7de hemel. En daar doet een mens het voor natuurlijk. De komende dagen worden de zaligste dagen van de afgelopen weken!
zaterdag 27 maart 2010
OP ZOEK NAAR EEN STRAND IN KOH PHANGAN
Met de auto over land naar het strandje dat we wilden zien was tja... hoe zou ik het zeggen... redelijk scary. We zaten met 7 vanachter in de laadbak van een pick-up. Dus sowieso niet te comfortabel. Eerst reden we nog over een asfaltweg... daarna sloegen we af op een aarden weg die niet zo effen lag en da's nog een understatement. En toen moesten we naar omhoog. En omhoog is echt recht naar omhoog, de weg leek gewoon als een muur op ons af te komen. En dan nog eens vol grote hobbels, niks lag effen. Een kleine nachtmerrie. Af en toe sprongen we es naar omhoog. De jungle rondom ons was wel verbluffend. Ik heb zelfs een soort lizzard gezien van zo'n 70 cm lang denk ik. We deden wel een beetje in ons broek. Vooral als we dan ook nog es naar beneden moesten. Na wat deftig door-elkaar-gekluts kwamen we toe op het strand waarvan we hoopten de hemel op aarde te vinden... Not. Er waren bijna niks van voorzieningen, je voelde je als een indringer tussen het handjevol toeristen. De bungalows waren ook overdreven duur. We wilden eigenlijk weg, dit voelde niet goed. Maar als je na twee dagen reizen van het noorden naar het zuiden van Thailand helemaal bezweet en bezwijkend onder een backpack ergens toekomt, wil je gewoon ergens crashen. Maar de sfeer daar voelde gewoon niet goed en we hadden andere verwachtingen van ons stranduitje. Dus besloten we na wat gezeur toch terug te keren. Oh nee, opnieuw in de pick-up. Ik was supermottig maar moesten we daar gebleven zijn zouden we allebei nog mottiger gelopen hebben. Dus besloten we toch maar weer in de dodenritpick-up te springen. Maar gelukkig had ik de lumineuze inval om te vragen aan de chauffeur om binnen naast hem te komen zitten. Wat een geluk. We zaten nog maar 2 minuten in de auto en het begon te gieten, te gieten! Arme toeristen die achteraan in de laadbak zaten. Soms moet een mens gewoon z'n instinct volgen, 'k ben blij dat we in de pick-up zaten. Maar vooraan naast de chauffeur was de rit nog angstaanjagender dan achteraan in de laadbak. Marjan zat al te bidden. Ik was geconcentreerd aan het meevolgen. In vergelijking met deze rit is de Camel Trofee voor watjes. En toppunt was dat de chauffeur dan ook nog es aan het bellen was met de gsm. My God! Intussen wou hij ons ook nog es in't zak zetten en ons voor een ongelofelijk hoog bedrag naar het andere strand brengen. No way, man. Na één van de bangelijkste ritten van mijn leven sprongen we eruit aan de haven vanwaar we 2 uur eerder zaten te wachten. Gelukkig zag Marjan een tijdje later een busje dat naar het resort reed waar zij een paar jaar eerder happy times had beleefd. We waagden het erop en vroegen de chauffeur ons te brengen. Hij wou eerst niet omdat hij geen werk van andere chauffeurs wou afpakken en hij werkte voor het resort. We konden hem toch overtuigen. Achteraf hebben we in Indonesië een verhaal gehoord van een andere toerist dat er in Koh Phangan een echte taximaffia bestaat die mensen afschiet als ze in elkaars territorium klanten afpakken. Dus ik hoop dat we diene mens zijne toekomst niet in gevaar gebracht hebben. :-° Maar gelukkig heeft ie ons mooi afgezet aan het resort. En wat een verschil, hier waren we in de hemel terecht gekomen. Met een bungalow op een paar meters van de zee. Hangmatje, goeie kamer. En een gezellige sfeer. De good times konden beginnen...
woensdag 24 maart 2010
We schrijven 16/3/2553, Thaise tijdsrekening
Hier zit een mens dan. Dinsdag 16 maart, een maand nadat ik vertrokken ben uit het koude België en eindelijk es tijd om mn blog verder te schrijven.
Tja, de trein naar Haad Yai (niet ver van de grens met Maleisië) heeft vertraging. Het is nu half twaalf 's avonds en we hebben nog zo'n 2,5 uur te gaan. Daarnet een veel te pikante Tom Yam-soep proberen binnen te krijgen, maar de dag zal eindigen met een lege maag in plaats van een verbrande maag.
Nu moet ik al es goed terugreizen in de tijd... waar waren we gebleven met de blitse reisverhalen.... Aha! Chiang Mai. De eerste week van de massageles is bijna ten einde en we moeten al afscheid nemen van onze Russische geblokte medemens, Peter. Wat jammer nou... Gelukkig kan je dit knap stuk bewonderen op de blog van Marjan. (http://marjanthys.blogspot.com)
De volgende dag, zaterdag, vertrekken we op weekend naar Pai! Een weekendje rust :-) En rust wordt het, toch de eerste dag. Relaxen aan ons hutje aan het water met vreemde vogel- en kikkergeluiden op de achtergrond. En natuurlijk eindigt de dag met een waar shoppingfestijn op de avondmarkt. Geen sjakossen gekocht deze keer :-)
De nacht verloopt minder idyllisch dan gedacht. De matras voelt aan als een plank hoewel later zal blijken dat we de ware betekenis van plank nog moeten ontdekken! (als dat geen spanning creëren is... dus verder lezen hé)
De volgende dag is het gedaan met de rust. Voor het eerst in mn hele leven kruip ik op een brommer! Een verrassend feit waar ook Marjan zich niet aan verwacht had. We huren het vehikel en ik word afgevoerd naar een verlaten plek nadat ik vertel dat dit mijn eerste keer op de brommer is. Marjan blijft perplex achter. Mijn eerste les verloopt hm met schokjes, maar goed genoeg om een dag rond Pai te tsjeezen. Eenmaal terug vertrekt Marjan volle speed. Ik zie ze niet meer omdat ik zelfs trager rij dan de voetgangers. Tja, een mens moet elke dag één angst overwinnen. De angst om te rijden wordt ook nog versterkt door het feit dat ik kennelijk een foutje ergens in mijn brein heb. Ik geef namelijk gas als ik moet afremmen en ik rem als ik moet gas geven. Vooral het eerste blijkt die dag soms problematisch. Maar na een tijdje vlot het rijden, zelfs zo goed dat ik al kleine bergwegen oprij. Hoewel "Theneedforspeed"-Marjan :-) steekt me af en toe volle gas voorbij. Echt snel rij ik dus kennelijk niet. Veel bezienswaardigheden zijn er niet. De frisse wind op de brommer haalt het van de verschroeiende hitte. Dus we rijden liever dan stil te staan. Nog één klein probleempje... een kort kleedje op een brommer in volle wind is voor de locals misschien een aangenaam zicht, maar als je heel de dag je rokje wil platstrijken tegen een opkomende windstoot of onder je billen wil vaststeken, leer je ook niet echt goed rijden. De wind won het altijd dus ik probeerde zedig met mn knietjes tegen elkaar onopvallend door Pai te rijden.
's Avonds leidt Marjan me naar een prachtig uitzicht. De weg is wel geplaveid met putten en bobbels. Ik moet toch al wat bijgeleerd hebben want ik kan me verbazingwekkend genoeg in evenwicht houden .
De dag eindigt opnieuw met een harde plank en de volgende morgen worden we allebei stijf van de kou wakker. We moeten alweer terug naar Chiang Mai. Dus we zeggen vaarwel aan ons hutje laverend over de gevaarlijk wankele bamboobrug, het eyecatcher van Pai, maar ik vrees dat hier ooit nog eens mensen in de rivier zullen eindigen. Gelukkig zijn wij het niet. Nee, ons wacht opnieuw een avontuur: de local bus terug naar Chiang Mai. Let's go native, it's cheap and fun! De bankjes in de bus lijken groot van buitenaf gezien. Binnen zit ik met kaarsrechte rug tegen de rugleuning en met de knieën gekneld tegen de zetel voor mij. Daarbij komt nog dat we met kop en schouders boven de zitjes uitsteken. Een voorrecht dat alleen wij grote blanke toeristen hebben. Tot zover ons plan om onopvallend mee te reizen met de locals. Je kan je voeten ook niet in de gang zetten want de bergweg slingert zo hard dat je al je best moet doet om op je zitje te blijven... ah, vandaar dat je zo gekneld moet zitten :-) Blijkt ook nog dat we aan het enige venster zitten van de hele bus dat niet meer dicht kan. Voor één van de weinige keren hebben we koud. Mijn mp3-speler viel ook plat dus mocht ik ook nog es de hele weg naar Thaise popsongs luisteren. Zengewijs heb ik alles ondergaan. 'Go with the flow' en het komt allemaal wel in orde. Toch blij om terug in Chiang Mai te zijn en me uit de zitjes los te kunnen wringen. Veel tijd om te bekomen hadden we niet want we moesten om vijf uur opnieuw naar de massageles, deze keer zonder de Russische maffia. Het was wel rustiger deze week en we maakten al vorderingen.
Maar de volgende dag was het prijs... den toerista jaja. Iets waar ik normaal altijd van gespaard blijf op reis. En dan nog op de dag dat we kookles hebben. Oh jee! 'Go with the flow'... hoewel, 't moet niet te veel vloeien :-/
Het blijkt uiteindelijk wel een interessante dag te zijn, eerst een plaatselijke markt onveilig gemaakt gewapend met fototoestel. Daarna de schort aan... Hallelujah, ik leer koken. 'But, it's iessieieieieie', krijst onze kok Joe de hele tijd. In de voormiddag leren we zo'n 6 gerechten maken. Allemaal goed en wel, maar we moeten dat ook nog es opeten als lunch. Niet dat ik zo slecht gewokt had, maar den toerista is ook niet zo bevorderlijk voor de eetlust. Zonde, maar het eten was voor de vliegen. Na de overrompelende lunch had niemand veel zin meer om te koken, maar 'It's iesssieieieieie'... Joe stampte ons nog es 3 gerechten in de maag. Ik zag het zelfs niet meer zitten om te proeven. Dus plofte ik alles maar in de wok, terwijl ik tussendoor spurtte naar het toilet. Ook Marjan kreeg ontploffingsneigingen. De dag eindigde daarom wat in mineur. Ik was blij terug op de kamer te zijn - in de nabijheid van een toilet - en liet Marjan alleen naar de massageles gaan. Zoveel ontspanning konden mijn darmen niet aan :-)
De rest van de week werd ik dus geteisterd door mister toerista. Maar ik kon min of meer functioneren. Marjan en ik zijn beide nog gemasseerd geweest door onze leraar Sin Chai - 2 uur lang! Het enige gevolg was dat mijn weelderig zitvlak overgemasseerd was. Ik voelde het 2 dagen later nog. Maar Sin Chai heeft wel wonderen verricht voor mijn nek, de man kan echt helend masseren, amai. Met spijt in het hart namen we vrijdag afscheid, met ons diploma in de hand. Jeepie!
Tja, de trein naar Haad Yai (niet ver van de grens met Maleisië) heeft vertraging. Het is nu half twaalf 's avonds en we hebben nog zo'n 2,5 uur te gaan. Daarnet een veel te pikante Tom Yam-soep proberen binnen te krijgen, maar de dag zal eindigen met een lege maag in plaats van een verbrande maag.
Nu moet ik al es goed terugreizen in de tijd... waar waren we gebleven met de blitse reisverhalen.... Aha! Chiang Mai. De eerste week van de massageles is bijna ten einde en we moeten al afscheid nemen van onze Russische geblokte medemens, Peter. Wat jammer nou... Gelukkig kan je dit knap stuk bewonderen op de blog van Marjan. (http://marjanthys.blogspot.com)
De volgende dag, zaterdag, vertrekken we op weekend naar Pai! Een weekendje rust :-) En rust wordt het, toch de eerste dag. Relaxen aan ons hutje aan het water met vreemde vogel- en kikkergeluiden op de achtergrond. En natuurlijk eindigt de dag met een waar shoppingfestijn op de avondmarkt. Geen sjakossen gekocht deze keer :-)
De nacht verloopt minder idyllisch dan gedacht. De matras voelt aan als een plank hoewel later zal blijken dat we de ware betekenis van plank nog moeten ontdekken! (als dat geen spanning creëren is... dus verder lezen hé)
De volgende dag is het gedaan met de rust. Voor het eerst in mn hele leven kruip ik op een brommer! Een verrassend feit waar ook Marjan zich niet aan verwacht had. We huren het vehikel en ik word afgevoerd naar een verlaten plek nadat ik vertel dat dit mijn eerste keer op de brommer is. Marjan blijft perplex achter. Mijn eerste les verloopt hm met schokjes, maar goed genoeg om een dag rond Pai te tsjeezen. Eenmaal terug vertrekt Marjan volle speed. Ik zie ze niet meer omdat ik zelfs trager rij dan de voetgangers. Tja, een mens moet elke dag één angst overwinnen. De angst om te rijden wordt ook nog versterkt door het feit dat ik kennelijk een foutje ergens in mijn brein heb. Ik geef namelijk gas als ik moet afremmen en ik rem als ik moet gas geven. Vooral het eerste blijkt die dag soms problematisch. Maar na een tijdje vlot het rijden, zelfs zo goed dat ik al kleine bergwegen oprij. Hoewel "Theneedforspeed"-Marjan :-) steekt me af en toe volle gas voorbij. Echt snel rij ik dus kennelijk niet. Veel bezienswaardigheden zijn er niet. De frisse wind op de brommer haalt het van de verschroeiende hitte. Dus we rijden liever dan stil te staan. Nog één klein probleempje... een kort kleedje op een brommer in volle wind is voor de locals misschien een aangenaam zicht, maar als je heel de dag je rokje wil platstrijken tegen een opkomende windstoot of onder je billen wil vaststeken, leer je ook niet echt goed rijden. De wind won het altijd dus ik probeerde zedig met mn knietjes tegen elkaar onopvallend door Pai te rijden.
's Avonds leidt Marjan me naar een prachtig uitzicht. De weg is wel geplaveid met putten en bobbels. Ik moet toch al wat bijgeleerd hebben want ik kan me verbazingwekkend genoeg in evenwicht houden .
De dag eindigt opnieuw met een harde plank en de volgende morgen worden we allebei stijf van de kou wakker. We moeten alweer terug naar Chiang Mai. Dus we zeggen vaarwel aan ons hutje laverend over de gevaarlijk wankele bamboobrug, het eyecatcher van Pai, maar ik vrees dat hier ooit nog eens mensen in de rivier zullen eindigen. Gelukkig zijn wij het niet. Nee, ons wacht opnieuw een avontuur: de local bus terug naar Chiang Mai. Let's go native, it's cheap and fun! De bankjes in de bus lijken groot van buitenaf gezien. Binnen zit ik met kaarsrechte rug tegen de rugleuning en met de knieën gekneld tegen de zetel voor mij. Daarbij komt nog dat we met kop en schouders boven de zitjes uitsteken. Een voorrecht dat alleen wij grote blanke toeristen hebben. Tot zover ons plan om onopvallend mee te reizen met de locals. Je kan je voeten ook niet in de gang zetten want de bergweg slingert zo hard dat je al je best moet doet om op je zitje te blijven... ah, vandaar dat je zo gekneld moet zitten :-) Blijkt ook nog dat we aan het enige venster zitten van de hele bus dat niet meer dicht kan. Voor één van de weinige keren hebben we koud. Mijn mp3-speler viel ook plat dus mocht ik ook nog es de hele weg naar Thaise popsongs luisteren. Zengewijs heb ik alles ondergaan. 'Go with the flow' en het komt allemaal wel in orde. Toch blij om terug in Chiang Mai te zijn en me uit de zitjes los te kunnen wringen. Veel tijd om te bekomen hadden we niet want we moesten om vijf uur opnieuw naar de massageles, deze keer zonder de Russische maffia. Het was wel rustiger deze week en we maakten al vorderingen.
Maar de volgende dag was het prijs... den toerista jaja. Iets waar ik normaal altijd van gespaard blijf op reis. En dan nog op de dag dat we kookles hebben. Oh jee! 'Go with the flow'... hoewel, 't moet niet te veel vloeien :-/
Het blijkt uiteindelijk wel een interessante dag te zijn, eerst een plaatselijke markt onveilig gemaakt gewapend met fototoestel. Daarna de schort aan... Hallelujah, ik leer koken. 'But, it's iessieieieieie', krijst onze kok Joe de hele tijd. In de voormiddag leren we zo'n 6 gerechten maken. Allemaal goed en wel, maar we moeten dat ook nog es opeten als lunch. Niet dat ik zo slecht gewokt had, maar den toerista is ook niet zo bevorderlijk voor de eetlust. Zonde, maar het eten was voor de vliegen. Na de overrompelende lunch had niemand veel zin meer om te koken, maar 'It's iesssieieieieie'... Joe stampte ons nog es 3 gerechten in de maag. Ik zag het zelfs niet meer zitten om te proeven. Dus plofte ik alles maar in de wok, terwijl ik tussendoor spurtte naar het toilet. Ook Marjan kreeg ontploffingsneigingen. De dag eindigde daarom wat in mineur. Ik was blij terug op de kamer te zijn - in de nabijheid van een toilet - en liet Marjan alleen naar de massageles gaan. Zoveel ontspanning konden mijn darmen niet aan :-)
De rest van de week werd ik dus geteisterd door mister toerista. Maar ik kon min of meer functioneren. Marjan en ik zijn beide nog gemasseerd geweest door onze leraar Sin Chai - 2 uur lang! Het enige gevolg was dat mijn weelderig zitvlak overgemasseerd was. Ik voelde het 2 dagen later nog. Maar Sin Chai heeft wel wonderen verricht voor mijn nek, de man kan echt helend masseren, amai. Met spijt in het hart namen we vrijdag afscheid, met ons diploma in de hand. Jeepie!
vervolg>>>
Morgen begint de 3daagse trekking. HELP! Zonder conditie en met toerista. Ik zag het gelijk allemaal niet meer zitten, maar madam immodium zou me wel door de trekking sleuren. De trekking begon alvast iessssieieieieieie... op nen olifant! Jammer genoeg een uitgebuite olifant die leefde langs de grote baan. Nog geen half uurtje rondjes draaien in de jungle en we mochten alweer vertrekken. Lunch aan een waterval en met kleren en al erin geplonsd. Mijn kleren drogen toch snel in de hitte en daarna zou ik ze toch vol zweten. De namiddag was lastig! Bergop, snikheet. Ik had de avond voordien nog gebeden voor een mirakel zodat ik de jungletocht zou overleven. Het mirakel kwam er in de vorm van een koppel 60plussers, Cruz en Paul. Een fantastisch stel mensen die al jaren reizen en fantastische verhalen kunnen vertellen.
Gelukkig kon ik af en toe uitrusten samen met Cruz, zo leek ik toch niet helemaal het achterkomertje. De bamboowandelstok uit een boom getoverd door onze junglemangids kwam ook van pas. Na een uur of drie kwam gelukkig een einde aan de helletocht en konden we bij een frisse pint in ons verblijfplaats in een bergdorpje bijpraten met de rest van de groep. Terloops vroeg ik aan de gids Den of er veel slangen waren - toch wel één van mijn angsten - hij antwoordde dat er geen anaconda's te vinden waren in de Thaise jungle, wel anahonda's (een slang op wielen dus) haha. (in Thailand zie je iedereen op een brommertje, vaak een Honda)
's Avonds moesten we ook nog es aan een kampvuur liederen zingen met de plaatstelijke schoolkinderen en - oh verrassing - een kleine bijdrage geven. Maar het ergste moest nog komen... we moesten een lied van ons eigen land zingen. En zo is het gekomen dat Marjan en Ilse temidden de jungle voor een bende starende kinderen de kabouterplopdans gezongen en gedanst hebben. Een moment om snel te vergeten. Applaus! De volgende dag blijkt de tocht veel minder zwaar en ook de leukste dag. We gaan dieper de jungle in, passeren mooie landschappen en jungleman toont ons hoe we kikkers moeten vangen. Een lekker avondmaal... I don't think so!!!! Ik sla de geroosterde kikkers die avond met een flauwe grimas af. We krijgen ook nog chopsticks gemaakt uit bamboo. En om een uur of drie 's middags eindigt de tocht aan een hutje temidden de jungle. Niks in de buurt, behalve wij, de jungle en... de chocoladeverkoper. Onze Chileense tochtgenote had kennelijk geopperd dat ze zin had in chocolade. En ook in de jungle kan je daar kennelijk aan geraken. Nu nog een pizza van Dr. Oetker en de dag zou helemaal goed zijn :-) Helaas, het was curry en geroosterde kikkers. Na een paar uur rondstaren in de jungle hadden we het wel gehad en kropen we vroeg in bed. En nu blijkt dat je dus nog harder kan slapen dan in Pai. Onze bedstee voor die nacht was dus maar dat... een plank. Een deken erop en ne vieze slaapzak. Mijn hoofdkussen - mijne fleece - moest ik al snel rond mijn lijf wikkelen want het is koud in de jungle 's nachts. En waarom, oh waarom had ik nog een pintje gedronken bij het eten. Mijn blaas maakte me wakker temidden de nacht en ik durfde niet naar het toilet. Die lag namelijk over een riviertje met een wankele boomstam als brug. En we zaten temidden de jungle met wat voor vieze beesten allemaal. Needless to say dat ik die nacht niet echt gelijk een roosje geslapen heb.
De volgende dag volgde een saaie wandeling, bergaf - pijnlijk voor de bleinen - in een stuk verdorde / verbrande jungle. 's Middags lunch aan een grote baan waar hordes toeristen toestromen. Dit was niet de non-commerciële trektocht waar we op gehoopt hadden. Nadat we als vee achterin een pick-up werden vervoerd naar de rivier mochten we op een bamboovlot plaats nemen. Met de poep in het water. Maar wel een leuke tocht.
Nat en moe waren we content om terug te rijden naar Chiang Mai. Het beste sapje van de hele wereld in het Dadacafé maakte de dag goed. We mochten nog een laatste nacht slapen bij ons gastvrouwtje van Kent Guesthouse, Suzy, om dinsdag te vertrekken naar het zuiden; Eindelijk naar het strand. Maar eerst een helse vermoeiende tocht van meer dan 2 dagen. Het begon al met vertraging in het station van Chiang Mai. Maar gelukkig maar, dan zouden we de volgende morgen niet te vroeg aankomen in Bangkok. De nachttrein is grappig: 's avonds bevelen ze je op te staan van je zitje en dan wordt dat plekje omgetoverd tot een stapelbed met gordijntjes. Eigenlijk nog vrij goed geslapen in de trein. De volgende dag in Bangkok was wel hels: heet en we moesten heel wat shopping doen. Eerst in de chaos van Chinatown, daarna ook nog Kao Sang Road. De cadeautjes hebben we opgeslagen in een guesthouse in Bangkok, dus dat hoeven we niet mee te sleuren voor de rest van de reis.
's Avond namen we dan de nachttrein naar Surat Thani. En dan moesten we nog op de bus en de boot vooraleer we op het eiland Koh Phangan arriveerden. We wilden zo snel mogelijk een slaapplaats, maar het mocht niet zijn. Na een uur wachten blijkt er geen boot te varen naar het strand waar we naartoe willen. We moeten over land. Hm.
Gelukkig kon ik af en toe uitrusten samen met Cruz, zo leek ik toch niet helemaal het achterkomertje. De bamboowandelstok uit een boom getoverd door onze junglemangids kwam ook van pas. Na een uur of drie kwam gelukkig een einde aan de helletocht en konden we bij een frisse pint in ons verblijfplaats in een bergdorpje bijpraten met de rest van de groep. Terloops vroeg ik aan de gids Den of er veel slangen waren - toch wel één van mijn angsten - hij antwoordde dat er geen anaconda's te vinden waren in de Thaise jungle, wel anahonda's (een slang op wielen dus) haha. (in Thailand zie je iedereen op een brommertje, vaak een Honda)
's Avonds moesten we ook nog es aan een kampvuur liederen zingen met de plaatstelijke schoolkinderen en - oh verrassing - een kleine bijdrage geven. Maar het ergste moest nog komen... we moesten een lied van ons eigen land zingen. En zo is het gekomen dat Marjan en Ilse temidden de jungle voor een bende starende kinderen de kabouterplopdans gezongen en gedanst hebben. Een moment om snel te vergeten. Applaus! De volgende dag blijkt de tocht veel minder zwaar en ook de leukste dag. We gaan dieper de jungle in, passeren mooie landschappen en jungleman toont ons hoe we kikkers moeten vangen. Een lekker avondmaal... I don't think so!!!! Ik sla de geroosterde kikkers die avond met een flauwe grimas af. We krijgen ook nog chopsticks gemaakt uit bamboo. En om een uur of drie 's middags eindigt de tocht aan een hutje temidden de jungle. Niks in de buurt, behalve wij, de jungle en... de chocoladeverkoper. Onze Chileense tochtgenote had kennelijk geopperd dat ze zin had in chocolade. En ook in de jungle kan je daar kennelijk aan geraken. Nu nog een pizza van Dr. Oetker en de dag zou helemaal goed zijn :-) Helaas, het was curry en geroosterde kikkers. Na een paar uur rondstaren in de jungle hadden we het wel gehad en kropen we vroeg in bed. En nu blijkt dat je dus nog harder kan slapen dan in Pai. Onze bedstee voor die nacht was dus maar dat... een plank. Een deken erop en ne vieze slaapzak. Mijn hoofdkussen - mijne fleece - moest ik al snel rond mijn lijf wikkelen want het is koud in de jungle 's nachts. En waarom, oh waarom had ik nog een pintje gedronken bij het eten. Mijn blaas maakte me wakker temidden de nacht en ik durfde niet naar het toilet. Die lag namelijk over een riviertje met een wankele boomstam als brug. En we zaten temidden de jungle met wat voor vieze beesten allemaal. Needless to say dat ik die nacht niet echt gelijk een roosje geslapen heb.
De volgende dag volgde een saaie wandeling, bergaf - pijnlijk voor de bleinen - in een stuk verdorde / verbrande jungle. 's Middags lunch aan een grote baan waar hordes toeristen toestromen. Dit was niet de non-commerciële trektocht waar we op gehoopt hadden. Nadat we als vee achterin een pick-up werden vervoerd naar de rivier mochten we op een bamboovlot plaats nemen. Met de poep in het water. Maar wel een leuke tocht.
Nat en moe waren we content om terug te rijden naar Chiang Mai. Het beste sapje van de hele wereld in het Dadacafé maakte de dag goed. We mochten nog een laatste nacht slapen bij ons gastvrouwtje van Kent Guesthouse, Suzy, om dinsdag te vertrekken naar het zuiden; Eindelijk naar het strand. Maar eerst een helse vermoeiende tocht van meer dan 2 dagen. Het begon al met vertraging in het station van Chiang Mai. Maar gelukkig maar, dan zouden we de volgende morgen niet te vroeg aankomen in Bangkok. De nachttrein is grappig: 's avonds bevelen ze je op te staan van je zitje en dan wordt dat plekje omgetoverd tot een stapelbed met gordijntjes. Eigenlijk nog vrij goed geslapen in de trein. De volgende dag in Bangkok was wel hels: heet en we moesten heel wat shopping doen. Eerst in de chaos van Chinatown, daarna ook nog Kao Sang Road. De cadeautjes hebben we opgeslagen in een guesthouse in Bangkok, dus dat hoeven we niet mee te sleuren voor de rest van de reis.
's Avond namen we dan de nachttrein naar Surat Thani. En dan moesten we nog op de bus en de boot vooraleer we op het eiland Koh Phangan arriveerden. We wilden zo snel mogelijk een slaapplaats, maar het mocht niet zijn. Na een uur wachten blijkt er geen boot te varen naar het strand waar we naartoe willen. We moeten over land. Hm.
Abonneren op:
Posts (Atom)