Eindelijk, na drie weken reizen... zon, zee, strand. De dagen in Koh Phangan zijn zoals ik gehoopt had... ZALIG. Ontbijten op het terrasje van onze hut, slenteren naar het strand dat nog geen 20 meter verder ligt. Een plonsje in het lekker warme water. Dan opnieuw lekker eten met een sapje aan een tafeltje met de voetjes in het zand. Weer zonnen, lezen, mijmeren, strandgangers observeren. Slenteren naar ons hutje. Voeten afspoelen. (we hebben een mooie aardewerken kruik met scheppertje en als versiering verse, lekker geurende bloemetjes die op het water dobberen) Efkes opfrissen voor het diner op het strand. Topper was opnieuw Fried Yellow Curry with Crab. MMMMMMMM
En dan vroeg in bed. Enige dompertje op de feestvreugde... kakkerrrrlakkennnn. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii Marjan heeft bewezen dat ze zo moedig is als een leeuw! Maar liefst drie kakkerlakken zagen de achterkant van haar medogenloos meppende sandaal... wie zegt er dat kakkerlakken niet makkelijk te vernietigen zijn :-) Ik stond intussen gillend en rillend in de verste hoek van de kamer klaar om te vluchten. Als tegenprestatie heb ik dan ook maar een spin doodgemept.
's Nachts maakten we kennis met een ander vreemd fenomeen: de troepen huilende straathonden. Af en toe barstten ze uit in een waar jankfestijn, zoals een troep wolven. Maar de honden hier zijn doetjes. Ze houden je graag gezelschap op het strand.
Op 16 maart eindigden de mooie dagen in het paradijs. We moeten weer verder. En het zal een ware beproeving worden. Van het eiland Koh Phangan naar Medan, de hoofdstad van Sumatra, Indonesië. De dag begint met een laatste plons in het zalige water, ontbijt en een beetje dommelen op een ligschommel. Om 15 uur begint de eerste etappe. Terug van ons strand naar de haven. En de hemel zij geprezen, deze keer een comfortabele rit in een minibus. Etappe 2: de boot om daarna een uurtje op de bus te zitten naar het treinstation van Surat Thani. Daar moeten we uren wachten om uiteindelijk om 2 uur 's nachts op de slaaptrein te springen. 5 uur later moeten we er alweer uit in Haad Yai. Daar kunnen we ontbijten om daarna op de minibus te springen naar Penang, een eiland voor de Maleisische kust. Alles verloopt vlotjes tot in Penang. Daar horen we dat de boot naar Medan, Indonesië, niet meer uitvaart. Dju!!! Gestrand in een troosteloze stad... We vinden een bondgenoot in een Europeaan die al 25 jaar in Thailand woont maar elk jaar een visarun moet doen naar Maleisië. Hij wil zo snel mogelijk naar Bangkok dus we besluiten samen een taxi te nemen naar de luchthaven. Diene mens trakteert ons zelfs op de rit, maar pech voor hem, hij heeft maar de volgende dag een vlucht naar Bangkok. Wij hebben meer geluk, wij hebben om 20u een vlucht naar Medan. Alleen... we mogen maar 15 kilo bagage meenemen. Mij lukt het nog net, maar Marjan moet beginnen puzzelen. We proppen nog wat in de handbagage... wat een gesleur... maar het lukt om zonder extra kosten in te checken. Tot Marjan ineens opschrikt: "Neeee, mijn zakmes zit nog in de handbagage!" Damn, de mijne ook. (Een handig cadeau van Tineke en Martine waar ik nog geen afscheid van wil nemen) Wat nu! Gelukkig kunnen we dat ding nog laten inpakken en inchecken. Alleen, we hebben maar 6 ringit (Maleisisch geld) en het kost 10 ringit. Maar een beetje lief lachen en wat smeken en meneer geeft ons korting. Oef! Wat een spannende dag alweer. Oververmoeid wachten we om op te stijgen en het blijft maar duren. Het valt ons ook op dat Indonesische mensen niet zo knap zijn, toch niet die in de luchthaven. Er loopt een oud ventje met op het eerste zicht een sikje... blijkt heel veel grijs haar te zijn dat groeit uit een moedervlek ieieieieieieieuuuuwww. Tja, ik kreeg wat aanvallen van de slappe lach - altijd als ik oververmoeid begin te geraken. Uiteindelijk kunnen we vliegen. Een groot half uur en we landen in Medan. Eenmaal gearriveerd aan de bagage worden we overvallen door opdringerige taxichauffers en money exchangers. Maar in de Bijbel, de Lonely Planet, lezen we dat we een becak moeten nemen, een soort tuktuk maar met een brommer aan de zijkant. We vreesden eerst dat het enkel een fiets zou zijn, oheere voor die drivers. We ontwijken alle opdringerige taxichauffeurs die schreeuwen "Wher joe from, wher joe go, taxi taxi." Na het hindernissenparcours vinden we een becak. De driver neemt ons mee, allez, propt ons en alle bagage in een gammel ding. Ik zit met een halve bil op Marjan, mijn hoofd tegen een plastieken afdakje, de rugzak geklemd tussen de benen, geen zak te zien van Medan tijdens de rit. Een schietgebedje en hopend dat het een korte rit wordt, want lang hou ik deze houding niet vol zenne. We worden gedropt in Ronna's Guesthouse: "Een guesthouse with simple but perfectly fine rooms that make a great chose for those on a tight budget", zo stelt toch de Lonely Planet. Jawadde! Ik werd er stil van, simpel en perfectly fine kregen toch een nieuwe betekenis. 't Was een krot, nog nooit zo'n een erge kamer tegengekomen in mijn leven. Maar te moe om verder te zoeken besluiten we te blijven. Mijn mondhoeken vallen helemaal naar beneden. Diepe zucht. Maar ons gastvrouw Ronna blijkt vriendelijk, ze wil me zelfs al koppelen aan hare maat. Help, die zat al te loeren naar mij. We proberen wat opgewekter te zijn, maar het lukt niet echt. Eerst een douche dan maar... we zijn ten slotte al 30 uur onderweg. De kamer is echt troosteloos. Muren van bijna karton. Er past amper een bed in de kamer. Een tafel met krantenpapier als "opsmuk". Een ventilator die nog warmere lucht dan buiten blaast. Wel kapstokken, joepiejee! En dan de badkamer, een wc met de bril ernaast gevallen. Een arm excuus voor een doucheknop aan de muur. Een emmer vies water. Tekeningen op de muur van de vorige troosteloze bezoekers. Viesviesvies. En dan het plafond, bovenaan zit er gaas, jaja, dat zal helpen om de muggen tegen te houden. Ik ben meer bang van de ratten en kakkerlakken. Die hebben we nog genoeg gezien in Medan als we efkes een avondwandeling gingen maken. Na het doucheken waar je gelijk vuiler uit kwam dan je erin ging, besluiten we op zoek te gaan naar een geldautomaat. Op straat worden we constant aangestaard en nageroepen. Ik wil niet weten wat ze roepen :-/ Het is druk, veel verkeer. Ratten die uit vuilbakken kruipen, je moest oppassen om niet op een kakkerlak te trappen. VUIL VIES. Tja, Medan staat ook gekend onder de reizigers als een vreselijke stad. Jammer genoeg had de bijbel Lonely Planet daar dan wel gelijk. Over ons guesthouse daarentegen, we gaan toch es een mailtje sturen om te zeggen dat ze dat uit de gids mogen schrappen. Op het troittoir wandelen was ook al een beproeving want die zit vol gaten en met gaten bedoel ik stenen van bijna een meter op een meter. En ja, dan gaap je recht in de riool. Help help, waar zijn we hier toch beland. We vinden een heleboel automaten op een rij maar geen enkele wil ons het gewenste bedrag geven. Ok, we willen wel 3 miljoen Indonesische roepia, maar da's maar peanuts. Het lukt maar niet om geld uit de automaten te halen. En ons geldafhaalavontuur begint op een slechte deurenkomedie te lijken. 6 kotjes naast elkaar en we proberen het ene na het andere. Ene in, ene weer uit, andere in, andere weer uit en ga zo maar door. En dan opnieuw alle kotjes aflopen om een lager bedrag te proberen afhalen. Gefrustreerd en zonder geld vluchten we daar weg. We stappen een hotel binnen en Marjan slaagt er uiteindelijk in om toch een half miljoen af te halen. We stappen weer verder en stappen een internetshop binnen om ons vliegticket van Medan naar Bali te boeken. De internetshop zit vol jonge gasten, je kan niet tegen elkaar praten wegens het oorverdovend lawaai van verschillende schelle songs door elkaar. Ons zenuwen staan op springen. En het internet blijkt ook al niet goed te werken en tot overmaat van ramp staan er een paar jonge gasten over onze schouder mee te kijken als we geld willen storten. Marjan jaagt ze weg maar we zitten toch met een wreed ongemakkelijk gevoel. En het lukt gewoon niet, grrrr. Alles valt tegen - de eerste uren in Medan zijn een regelrechte ramp en we willen eigenlijk zo snel mogelijk weg. Het dieptepunt van de reis. We gaan nog iets eten aan een kraampje op straat. Ik zet me neer en zie wederom een rat wegspurten. Ik blijf op het puntje van mijn stoel zitten en onze onderlip hangt bijna op de grond, 't is om te bleiten. Aan tafel komt de chef bij ons zitten. We moeten wat small talk doen, iets waar we nu echt geen zin in hebben. En dan vraagt die gast nog hoe oud ik ben, of ik een lief heb. Niet nu, jeezes. Dan komt er nog iemand bij ons zitten. Maar een kleine opkikker, hij spreekt Nederlands. (Indonesië was vroeger een kolonie van Holland)
De gast valt mee tot blijkt dat het een gids is die ons de volgende dag mee wil nemen voor een rondleiding. Lap, weer eene die achter ons geld zit. Nee, we kunnen er die dag niet mee lachen en voelen ons loslopend wild. En in de verste verte is er ook geen andere toerist te bespeuren. Dan maar snel terug naar het guesthouse. Ogen toe, proberen snel in slaap te vallen en deze dag gewoon vergeten. 't Is al 1 uur en de volgende dag zijn we om 8 uur alweer klaarwakker... de kamer ziet er nog mistroostiger uit in het daglicht.
En die nacht werden we ook nog es gewekt door het schel geluid van de gebeden van de moskee. Die moskee blijkt ook gewoon achter ons guesthouse te liggen. Nog een extra pluspunt aan ons prachtig verblijf. Die morgen ben ik muisstil, de moed zakt me in de schoenen. Marjan voelt zich al niet veel beter. Ok, we moeten ons hier doorsleuren. We gaan opnieuw geld proberen afhalen en ons tickets boeken aangezien al ons efforts van de vorige avond bijna op een nuloperatie uitliepen. Ook overdag kan Medan ons niet bekoren. We hebben een lange broek aan, een hemdje met lange mouwen, dus we tonen bijna geen bloot, we passen ons aan want het is ten slotte een moslimland en nog blijven die venten ons aanstaren. We beantwoorden hun gestaar met woorden als "vetzak", "vieze vent", "nog nooit een vrouw gezien of wa", "kluutzak", "ikke goa ui mee ui moale tegen de dampoarte kloppen". Ook de gaten in de grond tonen nu nog beter welke vuiligheid er onder ons ligt. Het internet werkt weeral niet. In één ding slagen we toch, geld afhalen, hallelujah. En uiteindelijk kunnen we ons ticket naar Denpasar (Bali) ook boeken. Jammer genoeg hebben we ons daarvoor te veel moeten blootstellen aan de Medanese mannen. Je ziet hier ook zo weinig vrouwen op straat. We lopen hier rond met ons gezicht op onweer, nee, op orkaan categorie nummer 10. Tja, de sfeer zat er niet meer in. Het enige wat we konden zeggen was "Ik haat Medan" en "Ik wil hier weg". Na het culinaire eetfestijn in Thailand hadden we zelfs geen zin om een plaatstelijk eetkraampje te bezoeken. En dan zijn we maar in een McDonalds binnen gestapt. En dat was het laatste wat op onze agenda stond in Medan. Snel onze backpacks gepakt en naar het busstation. De vriendelijk Ronna van het guesthouse wou ons er nog es opleggen door ons 100 000 roepia te vragen voor vervoer naar Bukit Lawang, terwijl je er voor
20 000 kunt geraken. Merci madam, hier zie je ons nooit meer terug en steekt diene Lonely Planet in uw gat. Met verrassend veel gemak vonden we de weg naar het busstation en daar konden we direct de bus op naar Bukit Lawang. De local bus, in Indonesië nog meer een avontuur dan in Thailand, ik kan het je verzekeren! En opnieuw waren we de enige toeristen op de bus. De rit was vrij hobbelig dankzij de wilde rijstijl van de chauffeur (achteraf gezien was deze chauffeur nog een doetje, amai, we hebben hier al wa ritten meegemaakt - maar da's voor later). Dan waren er ook nog eens overal gaten in de wegen en hier rijdt ook niemand op het juiste rijvak. Bedoeling is zoveel mogelijk andere voertuigen voorbij te steken en net op het nippertje voor je tegen de tegenligger botst terug te zwenken naar het juiste rijvak, nice! Ik heb gevaarlijk veel tegenliggers recht op de bus zien afkomen maar hij wist ze altijd net op tijd te ontwijken. En dan zie je oude mannen, kleine kinderen daartussen laveren op een gammel fietsje. Dit is totale chaos. Wat een cultuurschok na Thailand. De bus loopt langzaam vol. In Sumatra springen ook gewoon straatmuzikanten met gitaar op de bus. Sommige met al wat meer zangtalent dan de andere. In Thailand beginnen ze het roken ook al te bannen, zelfs in sommige restaurants, hier in Indonesië roken ze gewoon op de bus. Vooraan zaten 2 vrouwen mandarijnen te eten. Alle vuiligheid vliegt gewoon naar buiten. Ik vond het al zo erg in Thailand dat iedereen alle vuiligheid gewoon op straat smijt. Hier is het nog veel erger. De hitte in de bus is wel lastig, maar verdraaglijk. Het geronk kan ik met mijn zenattitude ook nog aan. De schokken en de bochten, daar kan ik op meewiegen. Maar ik was niet voorbereid op de karaoke-dvd. Ineens komt er uit de tv loeiharde techno met een beetje Indonesisch gezang. De buschauffeur draait het knopje... aha, denk ik, hij zal het wat stiller zetten... neenee, het stond nog niet loeihard genoeg, nog een beetje luider, olé. Tja, daar zit je dan... nog in shock van Medan, je zenuwen proberen onder controle te houden. Maar de clips zijn hilarisch. Lelijke venten die in plaats van dansen lichtjes een cm bewegen van links naar rechts en niet in de camera durven kijken. Een paar achtergronddanseresjes die lichtjes heupwiegend af een toe een beschaamd zwoele blik in de lens werpen en de montage is er één die ik zelfs niet in mijn stoutste domen zou willen uitproberen. De cameraman zou beter ook een bril dragen want echt scherp was het niet. Dit spektakel duurde zo'n 3 uur. Jieha en dat slingerend langs de bumpy roads af en toe een koe ontwijkend - de bus had er bijna eentje rakelings mee. Remmen voor een bocht, daar had onze chauffeur kennelijk ook nog nooit van gehoord. Maar het landschap begon veelbelovend te veranderen. We naderen de jungle! En ineens waren we er dan, in Bukit Lawang. Natuurlijk sprong er ons direct een behulpzame gast ter hulp om ons de weg naar de guesthouses te tonen. De bijbel had er ons voor gewaarschuwd, de gidsen rijden mee vanaf Medan en proberen je te overtuigen om met hen op trektocht te gaan. We waren dus gewaarschuwd. We sprongen uiteindelijk op een becak naar de rivier. Daar werden we al opgevangen door een andere gast die voorstelde om met ons mee te wandelen naar een guesthouse. Intussen volgde ook "the quiet man", ook een gids, maar god weet hoe ie aan werk geraakt want er komt bijna geen woord uit. Hij was wel volhardend, hij bleef ons gewoon volgen van de bushalte tot aan de guesthouses. Onze begeleider, Jungle Eddy, nam ons mee naar verschillende guesthouses. We gingen nu op ons gemak beslissen en nu een heel scoon kamer kiezen na ons krot in Medan. Ook al moesten we ons 20 kilo backpack meezeulen. Maar hier waren al de guesthouses wel ok. We hebben zelfs een kijkje mogen nemen in de Honeymoonsuite van de Jungle Inn. 40 euro, eigenlijk niet veel, maar zeker te veel voor ons budget. Wat een suite, even groot als mijne living, een bad, een douche, hemelbed, 2 of 3 terrassen.
Uiteindelijk vonden we een prachtige kamer voor maar 6 euro voor twee. Ook een groot terras, een prachtig zicht op de rivier en op de jungle. Joepie, we zijn terug in de hemel. Onze douche is dan wel een ton water met een schepbak, maar da's juist charmant. Jungle Eddy blijkt natuurlijk ook een gids, maar het is wel een toffe kerel die wat weet over de jungle dus we bespreken die avond met hem een mogelijke jungletocht. Intussen heeft quiet man heel de tijd gevolgd en ook 's avonds bij het eten is ie weer komen opdagen. Hij is eigenlijk wel grappig en volledig harmless. Wat een verschil met Medan! De mensen zijn hier supervriendelijk. 6 jaar geleden zijn er bij een overstromingsramp meer dan 200 mensen omgekomen. De toeristen bleven weg en nu is het dorp zich langzaam aan het herstellen. Logisch dat ze de toeristen met open armen ontvangen en we steunen de lokale economie met veel plezier. In ons hotel werkt een gast genaam Cucumber (hm, komkommer). Hij heeft ons met veel liefde twee pintjes komen brengen op het terras en we voelden ons hier direct welkom. En met zo'n zicht op de jungle kan je niet anders dan gelukkig zijn.
Het kan verkeren als je reist. Je vliegt van de ene emotie in de andere. Je weet nooit waar de weg je naartoe zal brengen. Waar je zal slapen die nacht; De ene dag is vreselijk en de andere voel je je in de 7de hemel. En daar doet een mens het voor natuurlijk. De komende dagen worden de zaligste dagen van de afgelopen weken!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten