Ik word hier in Koh Phangan omringd door beesten. Spontaan komt een beeld in mijn hoofd: een scene uit Sneeuwwitje waar ze omringd is door allerlei beesten... vogeltjes, een hertje,... Alleen, bij mij zijn het vieze beesten. In mijn hangmat heb ik zicht op de hanglamp. Daar zitten maar liefst 3 kevers op. En vanbinnen zit een gecko de hele tijd te staren naar mij. Ik herinner me een paar maanden geleden. We zaten voor een opname voor stadstv bij iemand thuis in de badkamer. Daar stonden van die bakken met kevers in, een verzameling van een liefhebber. Ik weet nog dat ik toen met een vies gezicht naar die bakken stond te loeren en een beetje verder ging staan. Die verzamelaar zou hem hier nu wel amuseren... ikke niet. Ben al es uit mijn hangmat gesprongen omdat 1 van de kevers besloot - na een hele dag maar 1 mm verroerd te hebben - rond te vliegen. En dan zit er er aan de overkant nog zo een te staren naar mij. Met priemende witte stippen op zijn... "hoofd". Hoe noem je dat bij een kever? Hebben die uberhaupt een hoofd, een kop, ietsiepietsie kleine hersentjes die kunnen nadenken en zeggen: "Zo, we gaan die Ilse - die zo een hekel heeft aan kleine beesten - es komen pesten door allemaal samen op haar terras te komen zitten." In het begin dacht ik zelfs dat ze een versiersel waren op de hanglamp, zo stil zaten ze.
En dan heb je nog de honden en de katten. Wees maar zeker dat er altijd eentje naast me komt liggen op het strand. Gisteren kwam er gewoon eentje mijn terras opgehuppeld. Snuffel snuffel onder de hangmat. Zo van: "Je vindt het toch niet erg als ik hier even rondhang he. Je zit toch maar in je eentje." De volgende dag besloten 2 katten hun persoonlijke vendetta uit te vechten onder mijn terras. Kwestie dat ik goed kon meevolgen, niewaar.
Maar het fijnste gezelschap hier - en ik zeg dit in de allerergste ironische toon - zijn de kakkerlakken. Bij mijn vorige bezoek hier met Marjan hebben we al een aangename kennismaking gehad. Ik stond toen in de hoek te gillen. Deze keer stond ik er alleen voor. Ik kwam van buiten, ging naar de badkamer, veegde mijn bezweette gezicht af met een handdoek en ik leg hem terug. Ga de kamer in... iets trekt mijn aandacht. Ik weet niet wat maar iets trekt mijn blik terug naar de badkamer. En ja hoor! Daar zit ie dan, mijn persoonlijke nachtmerrie, meneer kakkerlak. Geen gil deze keer, gewoon woedende vastberadenheid. Nie mee mij moat! Ik pak mijn sandaal. Volg de kleine klootzak en als ie op een goeie plek zit, sla ik toe! Lap, in 1 keer morsdood. Het was wel niet zo nen groten. Mijn trots verdwijnt snel voor angst... Nee, ik wil er zo geen tiental doodslaan. Zo dapper ben ik nu ook weer niet. Gelukkig is de vriendelelijke madam van de receptie zo vrijgevig om mij een bus insectenspray te geven. Nu spuit ik elke dag in alle hoekjes en randjes terwijl ik af en toe es een buur hoor gillen (allemaal meiden trouwens) of een harde klap hoor.
Scary was ook het vreemde incident gisteren. Ik lag lekker in mijn hangmat te lezen en zag de kuisvrouw in het hutje ernaast heel de tijd op het terras stokstijf staan. ik lette er niet op. Misschien wacht ze op een collega om de sleutel te brengen. 5 minuten later stond ze er nog... en de deur stond open... hm. Enkele minuten later komen 2 meisjes langs. Ze staan allemaal te staren naar de struik naast het hutje. Eentje trippelt dichterbij, loert vanop de tippen van haar tenen en springt dan weer snel weg... vreemd. Na wat gepalaver slaat de ene kuisvrouw met haar stok op de struik en kijkt. Ze durft gelijk niet naar binnen gaan. Uiteindelijk passeert een mannelijke collega en gebaart iets van "het zal wel weer wegkruipen". Heeeel vreemd. Een koude rilling bekruipt me. Uiteindelijk gaan de kuisvrouwen aarzelend aan het werk na nog een laatste blik op de struik... Ik wil echt niet weten wat daar zat. Ik wil het niet weten... neeneeneenee
Het zal geen rustige nacht worden die nacht. 2 keer raden waar ik van droom: vieze beesten. en tien keer mijn kamer controleren voor ik in bed kruip. En af en toe es recht schrikken als ik een geluidje hoor. Ja, ik ben echt geen fan van vieze beesten. Maar ja, een mens wordt er alleen maar sterker van.
Maar de allerfijnste - ja, daar is die ironische toon weer - smeerlappen zijn de muggen. In Bali was mijn lichaam eindelijk es vlekkenvrij. Maar hier in Thailand slaan ze weer ongenadig toe. Mijn lichaam is echt volledig bedekt met muggenbeten. Ik loop me als een gek te krabben. Heb alle mogelijke middeltjes op mij gesmeerd. Besprenkel me overvloedig met Deet, dat piekt. Maar ze blijven komen. Je zou denken dat mijn bloed na een week ontgiften niet meer zo zoet smaakt. Maar nee, op de meest irritante plekken laten ze hun sporen na.
Het liedje 'Op een rode paddenstoel, vol met witte stippen...' springt in mijn hoofd. Alleen is het witte Ilse met rode stippen, allez, intussen al bruine Ilse... maar zeker met veel rode stippen.
Een voordeel aan deze muggen, ze zoemen niet zo rond uwen kop zoals in Belgie. Maar nevertheless, voor mijn part mogen de beesten volledig vernietigd, verwoest, uitgeroeid worden!
Zo, ik denk dat ik alle irritante schepsels nu wel overlopen heb. Gelukkig is er het fluiten van de vogels, het krekelen van de krekels, het blubben van de visjes in de zee. De dagen sudderen hier langzaam voorbij. Ik verdeel mijn tijd tussen het strand en de hangmat. Nog een weekje en ik ga naar huis. Mijn boeken bijna uitgelezen, mijn verhalen bijna geschreven, mijn goeie voornemens gemaakt. Het wordt tijd om terug naar huis te komen. Mijn avonturen zijn achter de rug... - hopelijk, want ik moet nog 3 dagen in Bangkok verblijven! Hopelijk zijn er geen rellen meer. En dat is er nog die vervelende aswolk.
Na meer dan 2 weken onderweg op mijn eentje wil ik weer es gewoon Nederlands spreken of tetteren met iemand die ik ken, waarbij ik geen uitgebreide introductie van mezelf moet geven... waar kom je vandaan, waar ga je naartoe, "oh, from Belgium, aaaah... Brussels..." Neeje, Gent jongene.
Ik krijg zin in een pakje friet met stoofvleessaus en tartaar. Ik wil aperitieven met een lekker glaasje cava. En ik wil slapen in mijn eigen bedje. Zonder te moeten denken aan vieze beesten die in en rond mijn hutje sluipen of wakker te worden door de honden die samentroepen om 's nachts een potje te janken.
't Is mooi geweest. 't Is zo goed of da'k et had heb!
Zet mij maar op dienen vlieger noar Gent.
zaterdag 24 april 2010
donderdag 22 april 2010
Oh my Buddha!
Daar gaat ie dan... de detox!
Al weken ben ik aan het twijfelen wat ik zou doen, verschillende detoxcentra opgezocht op het internet, reviews gelezen op Tripadvisor. En hier sta ik dan in Koh Samui. Ik ben er niet gerust op. Mijn oorspronkelijke plan was om naar The Spa Resort te gaan. Maar de recencies op Tripadvisor zijn allesbehalve goed. Met een bang hartje ga ik op zoek... in de broeiende zon en geen idee of ik juist aan het stappen ben. Ineens valt mijn oog op "The New Leaf". New leaf, een nieuwe bladzijde ... klinkt veelbelovend. En ik herinner me dat de reviews op Tripadvisor heel goed klonken. 't Is wel een beetje boven mijn budget. Ik besluit toch es naar binnen te gaan. Meteen word ik verwelkomd door Josie, een vriendelijke Britse madam. Ze geeft me wat uitleg, een korte rondleiding en - na wat aandringen - een korting. Intussen sla ik een babbeltje met een ietwat vreemde, uberrelaxe Amerikaan, Eric.
Ik hap (haha, snapt em, haha) nog niet meteen toe, maar dit voelt goed. En na een namiddagje broeden, keer ik terug en schrijf me in voor 5 dagen detox. Misschien maak ik er nog 7 van, we zullen zien.
De volgende dag check ik in. En joepie joepie: ik heb een kamer met airco. Geen overbodige luxe als het buiten 40 graden is. Er ligt zelfs een nieuwe tandenborstel, een tongschraper en een tube biologische tandpasta... en een groot lekker ruikend stuk zeep. Ik klap gelijk een klein kind in mijn handjes en maak gilgeluidjes. En en: de was en de strijk wordt gratis gedaan. En en en: er staat een tv! En er is een megademaxmoatsupergrote dvd-collectie. Joepiiiiiiii. My god, wat is het fijn om na 8 weken nog es een filmpje te kijken. En ze hebben een heleboel films die ik al lang es wou zien. Dus ik kan me hier elke avond zoet (haha, snapt em, haha) houden met filmpjes zodat mijn gedachten niet te veel afdwalen naar eten.
Ik besluit die namiddag mijn laatste noedelsoepje te eten en mijn laatste sigaret te roken. En de vorige avond heb ik mijn laatste pint gedronken. Het smaakt eigenlijk niet eens, ik loop wat ziekjes van de toerista... again. Maar mijn maag is tenminste al wat voorbereid op 7 dagen vasten.
Die avond begint de vasten. Ik krijg mijn eerste "vegetable broth", een groentenkooksel... verbazend vullend. "En als je wil, krijg je een 2de portie," vertelt Rachel me. Rachel is een 23jarige Britse. Graatmager en ze zit hier voor 2 weken! 2 weken! Ik maak meteen ook kennis met een paar andere gasten, allemaal vrouwen by the way. Tja, zo'n detox is om jezelf te zuiveren, maar natuurlijk wil iedereen graag een paar extra kilo's kwijt. Emily is nog zo'n Britse. Grote mond maar een klein hartje. Ze heeft thuis een klein eetprobleem... ze stopt constant voedsel in haar mond. Een soort compulsieve eter. Met de detox hoopt ze die slechte gewoonte te breken. Dan heb je nog Lucy: je kan er niet naast kijken of liever horen. Lucy voert graag het woord. Ik vind ze wat te. Te healthfreak. Ze blijft voor - hou je hart vast - 18 dagen! Daarbij komt nog dat ze als een bezetene elke dag in de gym zit. Ze is de laatste jaren gestopt met roken, alchohol, koffie en nu eten :-) Constant zegt ze "I'm in the zone". Euh ja, right. Next. Vera en Karen zijn
2 oudere, schatten van vrouwen. Ik klets liever met hen. Ze zijn tenminste iets realistischer. En dan is er nog Irina, een stil Brits meiske, die we bijna nooit zien. Ze heeft diabetes en kennelijk doet de detox wonderen voor haar suikerspiegel. De volgende dagen vervoegen er ook nog wat mannen het gezelschap. Danny, een Brit die in Bangkok woont en werkt. Hij is hier een weekje met verlof. Tja, ik prop me liever vol lekkere dingen als ik maar een week verlof heb, maar enfin. Hij blijft de hele week vurig verlangen naar een pint. En dan is er Pieter, een toffe kerel uit Nederland (ja, er zijn toch nog toffe Nederlanders ;-)) Hij heeft er net een fuifweekje op Koh Phangan opzitten en nu gaat ie al die vuiligheid uit zijn lichaam zuiveren. Julie en Ron, een Brits koppel dat in Canada woont. Julie praat constant en vraagt iederen naar de vorderingen. Maar 't is wel een lieve madam. Ron compenseert haar luidruchtigheid met zijn rustige aanwezigheid.
En dan zijn er nog de begeleiders. Josie is bijna constant aanwezig. Je kan haar alles vragen over voeding, het programma dat we volgen, de voedingssuplementen die we krijgen. Ze zorgt ervoor dat we gemotiveerd blijven. Elke dag vraagt ze hoe het met je is. Klinkt niet veel, maar het doet wel deugd. Dat is er Tom, de Happy Thai. Hij klopt elke morgen om 6u30 op mijn deur met dezelfde opgewekte woorden: "Goodmornin Ilsa, everything okay?... Thank joe" Ik mompel op dat uur van de dag iets onverstaanbaars terug. Air is de Thaise manager. Een vriendelijke, optimistische vrouw. En Eric, die rare Amerikaan, is de yogaleraar. Vandaar de relaxte houding.
De 1ste avond ga ik happy als een klein kind naar mijn aircokamer met tv.
De komende dagen volg ik altijd dezelfde routine. Om 6u30 opstaan. Als opwekkertje krijg ik een scheutje kokosolie, vitamines en vezels. Njamie. Daarna neemt Tom ons mee voor een strandwandeling om het metabolisme op gang te krikken. Na een doucheken krijgen we ontbijt. En ik moet zeggen... een echt heerlijk appelwortelsapje. Om 9u komt de verpleegster. Een zotte Thaise die heel happy en opgewekt is. Het enige wat ze doet is me wegen en mijn bloeddruk en temperatuur meten. En vragen hoe ik geslapen heb. Nu, ik slaap hier niet zo denderend - 2 nachten dankzij het Thais nieuwjaar... die Thai zijn zot! Maar als ik haar zeg dat ik niet zo goed geslapen heb, schrijft ze gewoon op: "good sleep". Neenee, bad sleep. Maar onverstoorbaar glimlacht ze: "good sleep, everything good, yes!?" Euhm, ja zekers. Die Thai, soms zijn ze onverstoorbaar en onbegrijpbaar. Enfin, ondanks het gebrek aan slaap, liep de rest van mijn gezondheid op rolletjes.
Om 9u30 hadden we dan yoga. En ik moet zeggen, it was fun! De eerste les was gruwelijk. Enkel Karen en ik namen deel. En Eric, de leraar, had de avond ervoor een broodje met kaas gegeten... OH ZONDE! en hij wou zichzelf nu straffen daarvoor door een extra stevige yoga-workout te doen. Karen en ik waren de nietsvermoedende slachtoffers. Maar het bleef heel fun. We deden enkele moeilijke poses: upward dog, donwnward dog. Evenwichtsoefeningen. Ik stond te beven. En Eric hield het tempo erin. Maar achteraf voelde ik me fantastisch! Meer nog, Eric vond ons z'n beste leerlingen tot nu toe. Toegegeven, het was ook nog maar zijn 10de dag in The New Leaf. De yogales was elke dag een plezier. Een mengeling van lenigheid, kracht, evenwicht, kracht en ontspanning.
Na de yogales mochten we al beginnen uitkijken naar de lunch: aperitiefhapjes waren appelciderazijn en spirulina (gemaakt van zeewier en een soort proteinenbom). En dan als hoofgerecht een njamie fruitsmoothie met extra vezels.
In de namiddag hadden we altijd een andere activiteit. Ik heb vooral genoten van het Thais Boxen. Het Thais koken was ook een leuk extraatje. We kregen namelijk 3 lepels als proevertje. 3 soeplepels! Stel je voor!
Daarna werden we verwend met een massage. Altijd leuk. Natuurlijk was dat alleen om ons goed te stemmen voor de colonics... de darmspoeling. Ik ga er geen tekeningetje bij maken. Doel is je darmen te zuiveren van alle giftige stoffen. Echt aangenaam is de hele bedoening niet. Maar we werden daarna getrakteerd met een lekkere cocktail. Iets om alle goeie stoffen die ook mee weggespoeld worden, te vervangen.
Tegen 17u begon ik meestal wel honger te krijgen. Dus we werden afgeleid met een half uurtje watergymnastiek en een stoombad.
Tegen dan was het alweer tijd voor het avondmaal: het groentendrapje.
Zo zagen de dagen er ongeveer uit. Veel meer gebeurde er niet en veel moest er ook niet gebeuren, want je voelt je toch wel redelijk slapjes van het vasten. Maar ik voelde me verbazend goed en ik ben geen enkele keer in verleiding geweest om iets te eten. Het was alsof je in een soort cocon leefde. Iedereen was er voor hetzelfde doel en no way dat je zou zondigen door iets te eten. Ook zonde van het geld. Waarom zoveel centen uitgeven als je toch niet zou vasten. Zelfs het roken kon ik laten. Ook omdat we niet mochten roken in het resort. En daarom besloot ik ook om 7 dagen te detoxen. En net op dag 5 kreeg ik natuurlijk een dipje. Dag 5 was ook de dag van de leverspoeling.
De leverspoeling. Ja, geen leuke dag. Je krijgt enkel een appelsap als ontbijt en lunch. En vanaf 14u mag je geen water meer drinken. Ook het groentensoepje 's avonds mag je op je buik schrijven. Voor 14u had ik me dus volgegoten met water. Ik was doodsbenauwd dat ik zou vergaan van de dorst. Om 14u kreeg ik mijn massage. Na een half uurtje moest ik natuurlijk enorm plassen. En als ze dan je buik masseren... ik kan je zeggen, ik heb me serieus moeten concentreren. Enfin, om 18u en 20u kregen we een zoutoplossing te drinken. om 22u kregen we een mengsel van olie en limoen. En daarvan kreeg je dus enorme hm toerista. Daardoor zouden er allemaal steentjes uit je lever moeten komen, zacht gemaakt door het appelsap. Bij mij kwam er die nacht dus welgeteld 1 steentje uit. Wat ofwel een heel goed of een heel slecht teken is. Gezien mijn nogal Bourgondisch verleden, denk ik het tweede. Ik was ongelofelijk ziek die nacht. 2 uur geslapen en die olie bleef maar op mijn maag liggen. Het was alsof ik een hele erge kater had, maar dan zonder de koppijn. De volgende dag voelde ik me ellendig. En al die andere hadden dus wel tientallen steentjes gespoten.
Tot de namiddag. Alles kwam er uit. Tientallen groene steentjes. Bacterien die in je lever zijn opgehoopt. Dat alles kwam uit mijn lijf en ik voelde me nog meer miserabel. Maar toen alles eruit was, begon het snel te beteren. De volgende en meteen ook de laatste dag van de detox voelde ik me super, vol energie. Blij en zuiver.
Dag 7 van de detox was de beste van allemaal. Ik had het gevoel dat ik kon blijven vasten. Ik mocht het einde van de detox vieren met een slaatje die avond. Maar ik kreeg maar een paar happen binnen. De volgende dag nam ik met spijt in het hart afscheid van iedereen. Josie gaf me nog wat goeie raad over gezonde voeding en het was afgelopen.
Hup, de boot op naar Koh Phangan voor een laatste weekje strand. Het was een hele fijne detoxweek. Veel makkelijker dan ik gedacht had. Ik was lekker gezuiverd en had met super geamuseerd met de yoga.
Maar oh my Buddha, nu sta ik er voedselgewijs alleen voor.
Al weken ben ik aan het twijfelen wat ik zou doen, verschillende detoxcentra opgezocht op het internet, reviews gelezen op Tripadvisor. En hier sta ik dan in Koh Samui. Ik ben er niet gerust op. Mijn oorspronkelijke plan was om naar The Spa Resort te gaan. Maar de recencies op Tripadvisor zijn allesbehalve goed. Met een bang hartje ga ik op zoek... in de broeiende zon en geen idee of ik juist aan het stappen ben. Ineens valt mijn oog op "The New Leaf". New leaf, een nieuwe bladzijde ... klinkt veelbelovend. En ik herinner me dat de reviews op Tripadvisor heel goed klonken. 't Is wel een beetje boven mijn budget. Ik besluit toch es naar binnen te gaan. Meteen word ik verwelkomd door Josie, een vriendelijke Britse madam. Ze geeft me wat uitleg, een korte rondleiding en - na wat aandringen - een korting. Intussen sla ik een babbeltje met een ietwat vreemde, uberrelaxe Amerikaan, Eric.
Ik hap (haha, snapt em, haha) nog niet meteen toe, maar dit voelt goed. En na een namiddagje broeden, keer ik terug en schrijf me in voor 5 dagen detox. Misschien maak ik er nog 7 van, we zullen zien.
De volgende dag check ik in. En joepie joepie: ik heb een kamer met airco. Geen overbodige luxe als het buiten 40 graden is. Er ligt zelfs een nieuwe tandenborstel, een tongschraper en een tube biologische tandpasta... en een groot lekker ruikend stuk zeep. Ik klap gelijk een klein kind in mijn handjes en maak gilgeluidjes. En en: de was en de strijk wordt gratis gedaan. En en en: er staat een tv! En er is een megademaxmoatsupergrote dvd-collectie. Joepiiiiiiii. My god, wat is het fijn om na 8 weken nog es een filmpje te kijken. En ze hebben een heleboel films die ik al lang es wou zien. Dus ik kan me hier elke avond zoet (haha, snapt em, haha) houden met filmpjes zodat mijn gedachten niet te veel afdwalen naar eten.
Ik besluit die namiddag mijn laatste noedelsoepje te eten en mijn laatste sigaret te roken. En de vorige avond heb ik mijn laatste pint gedronken. Het smaakt eigenlijk niet eens, ik loop wat ziekjes van de toerista... again. Maar mijn maag is tenminste al wat voorbereid op 7 dagen vasten.
Die avond begint de vasten. Ik krijg mijn eerste "vegetable broth", een groentenkooksel... verbazend vullend. "En als je wil, krijg je een 2de portie," vertelt Rachel me. Rachel is een 23jarige Britse. Graatmager en ze zit hier voor 2 weken! 2 weken! Ik maak meteen ook kennis met een paar andere gasten, allemaal vrouwen by the way. Tja, zo'n detox is om jezelf te zuiveren, maar natuurlijk wil iedereen graag een paar extra kilo's kwijt. Emily is nog zo'n Britse. Grote mond maar een klein hartje. Ze heeft thuis een klein eetprobleem... ze stopt constant voedsel in haar mond. Een soort compulsieve eter. Met de detox hoopt ze die slechte gewoonte te breken. Dan heb je nog Lucy: je kan er niet naast kijken of liever horen. Lucy voert graag het woord. Ik vind ze wat te. Te healthfreak. Ze blijft voor - hou je hart vast - 18 dagen! Daarbij komt nog dat ze als een bezetene elke dag in de gym zit. Ze is de laatste jaren gestopt met roken, alchohol, koffie en nu eten :-) Constant zegt ze "I'm in the zone". Euh ja, right. Next. Vera en Karen zijn
2 oudere, schatten van vrouwen. Ik klets liever met hen. Ze zijn tenminste iets realistischer. En dan is er nog Irina, een stil Brits meiske, die we bijna nooit zien. Ze heeft diabetes en kennelijk doet de detox wonderen voor haar suikerspiegel. De volgende dagen vervoegen er ook nog wat mannen het gezelschap. Danny, een Brit die in Bangkok woont en werkt. Hij is hier een weekje met verlof. Tja, ik prop me liever vol lekkere dingen als ik maar een week verlof heb, maar enfin. Hij blijft de hele week vurig verlangen naar een pint. En dan is er Pieter, een toffe kerel uit Nederland (ja, er zijn toch nog toffe Nederlanders ;-)) Hij heeft er net een fuifweekje op Koh Phangan opzitten en nu gaat ie al die vuiligheid uit zijn lichaam zuiveren. Julie en Ron, een Brits koppel dat in Canada woont. Julie praat constant en vraagt iederen naar de vorderingen. Maar 't is wel een lieve madam. Ron compenseert haar luidruchtigheid met zijn rustige aanwezigheid.
En dan zijn er nog de begeleiders. Josie is bijna constant aanwezig. Je kan haar alles vragen over voeding, het programma dat we volgen, de voedingssuplementen die we krijgen. Ze zorgt ervoor dat we gemotiveerd blijven. Elke dag vraagt ze hoe het met je is. Klinkt niet veel, maar het doet wel deugd. Dat is er Tom, de Happy Thai. Hij klopt elke morgen om 6u30 op mijn deur met dezelfde opgewekte woorden: "Goodmornin Ilsa, everything okay?... Thank joe" Ik mompel op dat uur van de dag iets onverstaanbaars terug. Air is de Thaise manager. Een vriendelijke, optimistische vrouw. En Eric, die rare Amerikaan, is de yogaleraar. Vandaar de relaxte houding.
De 1ste avond ga ik happy als een klein kind naar mijn aircokamer met tv.
De komende dagen volg ik altijd dezelfde routine. Om 6u30 opstaan. Als opwekkertje krijg ik een scheutje kokosolie, vitamines en vezels. Njamie. Daarna neemt Tom ons mee voor een strandwandeling om het metabolisme op gang te krikken. Na een doucheken krijgen we ontbijt. En ik moet zeggen... een echt heerlijk appelwortelsapje. Om 9u komt de verpleegster. Een zotte Thaise die heel happy en opgewekt is. Het enige wat ze doet is me wegen en mijn bloeddruk en temperatuur meten. En vragen hoe ik geslapen heb. Nu, ik slaap hier niet zo denderend - 2 nachten dankzij het Thais nieuwjaar... die Thai zijn zot! Maar als ik haar zeg dat ik niet zo goed geslapen heb, schrijft ze gewoon op: "good sleep". Neenee, bad sleep. Maar onverstoorbaar glimlacht ze: "good sleep, everything good, yes!?" Euhm, ja zekers. Die Thai, soms zijn ze onverstoorbaar en onbegrijpbaar. Enfin, ondanks het gebrek aan slaap, liep de rest van mijn gezondheid op rolletjes.
Om 9u30 hadden we dan yoga. En ik moet zeggen, it was fun! De eerste les was gruwelijk. Enkel Karen en ik namen deel. En Eric, de leraar, had de avond ervoor een broodje met kaas gegeten... OH ZONDE! en hij wou zichzelf nu straffen daarvoor door een extra stevige yoga-workout te doen. Karen en ik waren de nietsvermoedende slachtoffers. Maar het bleef heel fun. We deden enkele moeilijke poses: upward dog, donwnward dog. Evenwichtsoefeningen. Ik stond te beven. En Eric hield het tempo erin. Maar achteraf voelde ik me fantastisch! Meer nog, Eric vond ons z'n beste leerlingen tot nu toe. Toegegeven, het was ook nog maar zijn 10de dag in The New Leaf. De yogales was elke dag een plezier. Een mengeling van lenigheid, kracht, evenwicht, kracht en ontspanning.
Na de yogales mochten we al beginnen uitkijken naar de lunch: aperitiefhapjes waren appelciderazijn en spirulina (gemaakt van zeewier en een soort proteinenbom). En dan als hoofgerecht een njamie fruitsmoothie met extra vezels.
In de namiddag hadden we altijd een andere activiteit. Ik heb vooral genoten van het Thais Boxen. Het Thais koken was ook een leuk extraatje. We kregen namelijk 3 lepels als proevertje. 3 soeplepels! Stel je voor!
Daarna werden we verwend met een massage. Altijd leuk. Natuurlijk was dat alleen om ons goed te stemmen voor de colonics... de darmspoeling. Ik ga er geen tekeningetje bij maken. Doel is je darmen te zuiveren van alle giftige stoffen. Echt aangenaam is de hele bedoening niet. Maar we werden daarna getrakteerd met een lekkere cocktail. Iets om alle goeie stoffen die ook mee weggespoeld worden, te vervangen.
Tegen 17u begon ik meestal wel honger te krijgen. Dus we werden afgeleid met een half uurtje watergymnastiek en een stoombad.
Tegen dan was het alweer tijd voor het avondmaal: het groentendrapje.
Zo zagen de dagen er ongeveer uit. Veel meer gebeurde er niet en veel moest er ook niet gebeuren, want je voelt je toch wel redelijk slapjes van het vasten. Maar ik voelde me verbazend goed en ik ben geen enkele keer in verleiding geweest om iets te eten. Het was alsof je in een soort cocon leefde. Iedereen was er voor hetzelfde doel en no way dat je zou zondigen door iets te eten. Ook zonde van het geld. Waarom zoveel centen uitgeven als je toch niet zou vasten. Zelfs het roken kon ik laten. Ook omdat we niet mochten roken in het resort. En daarom besloot ik ook om 7 dagen te detoxen. En net op dag 5 kreeg ik natuurlijk een dipje. Dag 5 was ook de dag van de leverspoeling.
De leverspoeling. Ja, geen leuke dag. Je krijgt enkel een appelsap als ontbijt en lunch. En vanaf 14u mag je geen water meer drinken. Ook het groentensoepje 's avonds mag je op je buik schrijven. Voor 14u had ik me dus volgegoten met water. Ik was doodsbenauwd dat ik zou vergaan van de dorst. Om 14u kreeg ik mijn massage. Na een half uurtje moest ik natuurlijk enorm plassen. En als ze dan je buik masseren... ik kan je zeggen, ik heb me serieus moeten concentreren. Enfin, om 18u en 20u kregen we een zoutoplossing te drinken. om 22u kregen we een mengsel van olie en limoen. En daarvan kreeg je dus enorme hm toerista. Daardoor zouden er allemaal steentjes uit je lever moeten komen, zacht gemaakt door het appelsap. Bij mij kwam er die nacht dus welgeteld 1 steentje uit. Wat ofwel een heel goed of een heel slecht teken is. Gezien mijn nogal Bourgondisch verleden, denk ik het tweede. Ik was ongelofelijk ziek die nacht. 2 uur geslapen en die olie bleef maar op mijn maag liggen. Het was alsof ik een hele erge kater had, maar dan zonder de koppijn. De volgende dag voelde ik me ellendig. En al die andere hadden dus wel tientallen steentjes gespoten.
Tot de namiddag. Alles kwam er uit. Tientallen groene steentjes. Bacterien die in je lever zijn opgehoopt. Dat alles kwam uit mijn lijf en ik voelde me nog meer miserabel. Maar toen alles eruit was, begon het snel te beteren. De volgende en meteen ook de laatste dag van de detox voelde ik me super, vol energie. Blij en zuiver.
Dag 7 van de detox was de beste van allemaal. Ik had het gevoel dat ik kon blijven vasten. Ik mocht het einde van de detox vieren met een slaatje die avond. Maar ik kreeg maar een paar happen binnen. De volgende dag nam ik met spijt in het hart afscheid van iedereen. Josie gaf me nog wat goeie raad over gezonde voeding en het was afgelopen.
Hup, de boot op naar Koh Phangan voor een laatste weekje strand. Het was een hele fijne detoxweek. Veel makkelijker dan ik gedacht had. Ik was lekker gezuiverd en had met super geamuseerd met de yoga.
Maar oh my Buddha, nu sta ik er voedselgewijs alleen voor.
LAMENTATIES
10 april 2010. Over een uurtje check ik uit mijn hotelkamer. Wat een vreselijk kot... zucht. De +punten: groot bed, airco, een ijskast (om mijn hoofd in te steken want het is verrrschrikkelijk heet in Thailand), een kleerkast (die ik toch niet gebruikt heb want ik bleef maar 1 nacht) en... en... De -punten dan: de douche lekt, uit de kraan van de lavabo komt nauwelijks water en als er dan water inzit moet je het eruit krijgen door de afvoerstop vast te houden, de mieren houden kennelijk ook een wereldconferentie in diezelfde badkamer - van alle kanten stromen ze toe. En dan de setting: niet ver van het strand, dat wel, maar nog minder ver van de keuken. Op mijn terras zit ik bijna bij het keukenpersoneel aan tafel. Ik hoor constant het gekletter van borden en getetter van het personeel (niet dat zij er aan kunnen doen dat ik me mottig voel... alleen werkt hun gesmek enorm op mijn zenuwen - ik hoor het zelfs als ik in de badkamer zit). Neen, nee, ik vind het hier echt niet fijn.
Gisteren ben ik hier op Lamai Beach op het eiland Koh Samui gearriveerd om te zoeken naar een resort om te gaan detoxen, te ontgiften zeg maar. De 8ste april ben ik vertrokken uit Bali. Van de luchthaven van Bangkok ben ik op de bus gesprongen naar het treinstation in de hoop nog een zitje op de nachttrein te hebben naar Surathani. Natuurlijk was er geen zitje, niet voor die avond, de volgende avond en de volgende avond ook niet. F****CK. Verdorie, ik had dagen geprobeerd via het internet, proberen bellen vanuit Bali, niks lukte. Gelukkig lopen er in het station zo van die lieve begeleiders rond die bezwete en wanhopige toeristen zoals ik graag een handje helpen. Ik kreeg de goeie raad om naar het toerist information office te gaan. Good idea, daar had ik nog niet aan gedacht. En daar kreeg ik te horen dat ik die avond nog een bus kon nemen naar Koh Samui. Geen echt fijn vooruitzicht: 12uur op een bus en dan nog es de boot op. Maar beter dan dagen vast te zitten in Bangkok. Dus we gaan ervoor.
Het begon veelbelovend: ik had 2 zitjes voor mij alleen. Waarom Waarom ben ik toch altijd zo blind optimistisch. De bus begint zich te vullen. Af en toe zie ik een valabele kandidaat om naast mij te komen zitten... tot er een dikke Duitser plof het zitje naast mij inneemt zonder nen goeiendag te zeggen. Ok, zoek die zengeest ergens diep vanbinnen. Blijkt dat hij nog een zaag van een vrouw heeft en een opstandige tienerzoon die achter ons komen zitten. De familie heeft dan nog een klein ruzietje ook en die vent zit dus constant verveeld te zuchten naast mij. De tienerzoon staart uit het raam met een blik van "ik ben de meest ongelukkige persoon ter wereld" en de moeder tracht alle gemoederen te bedaren maar bereikt daarmee het tegenovergestelde. Geselligggg. Papa Duits probeert alles te vergeten door een dutje te doen.... Hij zakt meer en meer mijn richting uit. Op den duur zit ik geklemd tegen het raam. Eerst probeerde ik nog enig lichamelijk contact te vermijden, maar ik heb op den duur van iets te dichtbij kennis gemaakt met deze meneer zijn hele rechterkant. Ik had er genoeg van. Een subtiele tik haalde tze german uit dromenland en ik had nu ook wat plaats. Van slapen is er dus niet veel in huis gekomen. Elke keer als ik wat weggedommeld was, stopte de bus voor een pauze. De rit was voorbij om 5u30
's morgens en dan nog 2 uur wachten op de boot. In Koh Samui gearriveerd met de taxi naar mijn boven beschreven gezellige hotelkamer in... The Magic Resort. Zucht, het klonk zo schoon.
Lamai Beach viel dus ook verschrikkelijk tegen. Het strand is vuil. Het water is bruin. Veel te veel volk. Een veel te groot strand. De strandzetels staan op elkaar gepakt. Koh Samui is zogezegd het eiland voor de upperclass toerist. Wel, ik heb er niet veel van gemerkt. En dan die winkelstraat... Ik ben ook aangeklampt geweest, nee, echt vastgepakt geweest he, door taxichauffers of whatever, ze wilden alleszins iets verkopen. Mottige toeristen ook. Veel mannen die rondslenteren met hun Aziatische "verovering". En dan ben ik er ook nog es opgelegd geweest in de supermarkt 7/11 for god sake. Die nacht heb ik ondanks mijn slaapgebrek van de vorige nacht slecht geslapen door al het lawaai.
Nee, geen goeie kennismaking met Koh Samui. Maar ik verhuis nu naar het detox resort "The New Leaf". Things are looking good!
Gisteren ben ik hier op Lamai Beach op het eiland Koh Samui gearriveerd om te zoeken naar een resort om te gaan detoxen, te ontgiften zeg maar. De 8ste april ben ik vertrokken uit Bali. Van de luchthaven van Bangkok ben ik op de bus gesprongen naar het treinstation in de hoop nog een zitje op de nachttrein te hebben naar Surathani. Natuurlijk was er geen zitje, niet voor die avond, de volgende avond en de volgende avond ook niet. F****CK. Verdorie, ik had dagen geprobeerd via het internet, proberen bellen vanuit Bali, niks lukte. Gelukkig lopen er in het station zo van die lieve begeleiders rond die bezwete en wanhopige toeristen zoals ik graag een handje helpen. Ik kreeg de goeie raad om naar het toerist information office te gaan. Good idea, daar had ik nog niet aan gedacht. En daar kreeg ik te horen dat ik die avond nog een bus kon nemen naar Koh Samui. Geen echt fijn vooruitzicht: 12uur op een bus en dan nog es de boot op. Maar beter dan dagen vast te zitten in Bangkok. Dus we gaan ervoor.
Het begon veelbelovend: ik had 2 zitjes voor mij alleen. Waarom Waarom ben ik toch altijd zo blind optimistisch. De bus begint zich te vullen. Af en toe zie ik een valabele kandidaat om naast mij te komen zitten... tot er een dikke Duitser plof het zitje naast mij inneemt zonder nen goeiendag te zeggen. Ok, zoek die zengeest ergens diep vanbinnen. Blijkt dat hij nog een zaag van een vrouw heeft en een opstandige tienerzoon die achter ons komen zitten. De familie heeft dan nog een klein ruzietje ook en die vent zit dus constant verveeld te zuchten naast mij. De tienerzoon staart uit het raam met een blik van "ik ben de meest ongelukkige persoon ter wereld" en de moeder tracht alle gemoederen te bedaren maar bereikt daarmee het tegenovergestelde. Geselligggg. Papa Duits probeert alles te vergeten door een dutje te doen.... Hij zakt meer en meer mijn richting uit. Op den duur zit ik geklemd tegen het raam. Eerst probeerde ik nog enig lichamelijk contact te vermijden, maar ik heb op den duur van iets te dichtbij kennis gemaakt met deze meneer zijn hele rechterkant. Ik had er genoeg van. Een subtiele tik haalde tze german uit dromenland en ik had nu ook wat plaats. Van slapen is er dus niet veel in huis gekomen. Elke keer als ik wat weggedommeld was, stopte de bus voor een pauze. De rit was voorbij om 5u30
's morgens en dan nog 2 uur wachten op de boot. In Koh Samui gearriveerd met de taxi naar mijn boven beschreven gezellige hotelkamer in... The Magic Resort. Zucht, het klonk zo schoon.
Lamai Beach viel dus ook verschrikkelijk tegen. Het strand is vuil. Het water is bruin. Veel te veel volk. Een veel te groot strand. De strandzetels staan op elkaar gepakt. Koh Samui is zogezegd het eiland voor de upperclass toerist. Wel, ik heb er niet veel van gemerkt. En dan die winkelstraat... Ik ben ook aangeklampt geweest, nee, echt vastgepakt geweest he, door taxichauffers of whatever, ze wilden alleszins iets verkopen. Mottige toeristen ook. Veel mannen die rondslenteren met hun Aziatische "verovering". En dan ben ik er ook nog es opgelegd geweest in de supermarkt 7/11 for god sake. Die nacht heb ik ondanks mijn slaapgebrek van de vorige nacht slecht geslapen door al het lawaai.
Nee, geen goeie kennismaking met Koh Samui. Maar ik verhuis nu naar het detox resort "The New Leaf". Things are looking good!
woensdag 21 april 2010
Bye Bye Bali
De eerste kennismaking met Bali verliep niet zo vlotjes. We hadden een guesthouse op een rustig strand, Padang Padang, gekozen. Bleek dat het guesthouse twee dagen voordien gedeeltelijk was afgebrand... geen goed teken. De taxichauffeur bracht ons naar het volgende guesthouse, maar dat was ook niet echt onze goesting. Al die guesthouses lagen aan de weg, niet eens aan het strand. We waren doodop van onze lange reis van Medan naar Bali, niet geslapen die nacht. Maar Marjan ondernam nog een laatste poging om een guesthouse te checken dat wat meer afgelegen lag en met zicht op zee, Thomas Guesthouse. Ik zag het allemaal niet meer zitten, dus Marjan sprak een gast aan op een brommer en tegen betaling heeft ie ons uiteindelijk met rugzak en al op een kleine brommer naar daar gebracht. Het lag redelijk hoog, ook niet aan het strand, maar het zicht was prachtig. Naast ons zaten een hele bende surfers gepropt in 1 kamer...een varkensstal. Bali staat gekend als een surfersparadijs. Onze kamer was op het eerste zicht wel ok... op het tweede zicht niet meer: een defecte wc op een raar verhoog zodat naar het toilet gaan een echte evenwichtsoefening werd. Een mottig excuus voor een douche en een gat in het plafond bedekt met een stuk plastiek. We aten snel iets op het terras met zicht op zee - de donkere hemel werd af en toe verlicht door bliksemflitsen. Daarna kropen we uitgeput in bed. Om 21u lag ik al te ronken.
De volgende dag waren we ook niet zo happy. Voor Marjan was Bali al afgeschreven. En ik moet toegeven, mijn hoge verwachtingen werden ook niet meteen ingelost. Waar zijn die prachtige stranden? Waarschijnlijk te vinden op het domein van de vele resorts die de stranden hebben ingepalmd en veel te duur zijn voor ons backpackersbudget. Alles is hier verschrikkelijk duur. Ter vergelijking: we betaalden deze nacht 200 000 Indonesische roepia (zo'n 17 euro) terwijl we in Lake Toba een prachtige kamer hadden voor 55 000 INR. Vier keer duurder dus.
Onze droom van een bungalow aan het strand lag aan diggelen dus we besloten naar Ubud te trekken. Het cultureel hart van Bali in het binnenland temidden de rijstvelden. Eerst nog een taxi nemen - veel te duur off course. We besloten in Denpasar een local bus te nemen naar Ubud. Daar werden we vastgegritst door een man die ons opnieuw tegen een veel te hoge prijs wou brengen met een gammel busje. Hij jaagde iedere ander bus weg als Marjan er naartoe holde. Dus uiteindelijk moesten we wel mee. AAArrrgggg, opnieuw in een luid ronkende bus met kapotte zetels! Ik dacht dat ik daar vanaf was. Op de achterkant van het zitje van de chauffeur stond in stift "thief" geschreven... een van ons voorgangers wou onwetende passagiers waarschuwen. te laat. Maar wat ik zag tijdens de rit beviel me wel. Bali is Hindoe. Weer totaal iets andres dan Sumatra dat voornamelijk moslim is. Je zag veel standbeelden in alle vormen en formaten van Boedha's, maar ook schrikwekkende beeltenissen van goddelijke monsters. De architectuur was ook totaal verschillend. Rode bakstenen muren die een soort complex van verschillende huizen omringd waar verschillende leden van een familie samenwonen. Overal kleine tempeltjes, maar totaal anders dan in Thailand. Fascinerend. Kan ook niet anders, Bali is een uitzondering in een overwegend moslim Indonesie. Een klein eilandje met zijn eigen godsdienst, gewoontes en rituelen.
Gearriveerd in Ubud trokken we naar Ina Inn en Bali Moon. Ons aangeraden door een vriendin van Marjan. Maar opnieuw, wat een dure kamers! We besloten uitgebreid te gaan zoeken naar het perfecte en niet te dure guesthouse. En we hebben er ongelofelijk veel gezien, tot uitputtens toe terwijl het zweet ons doorweekte. We kunnen een serieus vergelijkend onderzoek voorleggen van de guesthouses in Ubud. Mijn humeur werd er wel niet beter van. Ik wou me weer ergens op mn gemak settelen. Uiteindelijk vonden we een vrij goedkope kamer, Vera's accomodation. Ruim, veel licht en een mooi zicht op een rijstveld. Groen waren de rijstvelden niet meer, het seizoen was kennelijk voorbij. Lap, daar gaan de droomplaatjes van weelderig groen Bali. We kregen wel een concert en show van een hele hoop ganzen in de plaats. Maar allez, we konden ons settelen, gingen iets eten en een rustige avond bracht de dag op zn einde.
1 april. Dat kennen ze niet in Bali. Dus daarvan zijn we bespaard gebleven. Het is alsof onze motor stilviel in Bali na ons helse avonturen in Sumatra. Dus deden we niks. Onze gastheer Maydee bracht ons ontbijt. Maydee is schilder en danser, amai. En hij had een iets te grote belangstelling in zijn gast, zijnde arme ikke. Ook Marjan vond het op den duur iets te. Dus ik besloot als ik alleen verder moest nadat Stefan (Marjan haar sweetie) gearriveerd was, dat ik niet daar zou verblijven.
De volgende dagen waren lui, luier, luist. En Marjan werd met de dag zenuwachtiger. Eindelijk zou ze haar lief na 7 weken terugzien. Ik werd al zenuwachtig samen met haar :-) Elke morgen was ze voor dag en dauw op. En als we dan es goed sliepen, dan maakten de luidruchtige kikkers of de kletsende ganzen ons wel wakker.
Het hoogtepunt van al die luiheid was mijn pedicure. Voor het eerst heb ik een french pedicure laten doen met een blommeke op beide grote tenen. Ik bleef maar naar mijn voeten staren. Natuurlijk gevaarlijk als je op straat heel de tijd naar je voeten loopt te kijken :-) We hebben zelfs pizza aan huis - allez, aan guesthouse - besteld. Heeerlijkkkkeeee pizza. Krijg er nog het water van in de mond. Echte pizza met kaas! Njam njam. Ik wist niet dat de dagen zo konden vliegen als je lui bent.
Zondag schoten we eindelijk weer in actie. We hebben een brommer gehuurd. Marjan voorop, ik vanachter. Het centrum van Ubud verkend. Dansrepetities gezien van een Balinese krijgersdans: kleine mannen die de meest verfijnde, minuscule bewegingen kunnen doen met handen, armen, benen en voeten. Ongelofelijk gecoordineerd. Prachtige poses, fascinerende gelaatsuitdrukkingen. Dat beloofde voor de voorstelling die we die avond zouden gaan zien... dachten we toen nog, oh vreselijke vergissing! Voor we verdersnorden nog een slechte Indische lunch binnengeschrokt. En dan hup, weg naar de rijstvelden. Het duurde wel een tijdje voor we die tegenkwamen op de drukke baan vol brommers. Wat hier wel opvalt, is hoe vriendelijk de mensen zijn. Mijn ironische zelve merkte op tegen Marjan: natuurlijk zijn ze hier allemaal vriendelijk en blij, blij dat ze al ons geld in hun zakken kunnen stoppen, verdomme duur Bali :-) Maar ik ben echt wel gecharmeerd door de mensen hier. Je hoort ook overal gamelanmuziek, een meertonige muziek in een heel snel ritme. Heel betoverend. Na een hele rit langs de grote baan zijn we op goed geluk een kleine weg ingeslagen. Efkes achtervolgd door een hond. Kleine straatjes, de stenen poorten met standbeelden aan weerszijden. De altaren op de binnenkoer. Ook op de velden vind je kleine offerandes. Ook als je in Ubud op straat loopt, moet je oppassen dat je niet op de offerandes trapt: gevouwen bananenbladen gevuld met rijst, koekjes, bloemetjes,... Om geluk af te smeken. Je ziet ook vrouwen met manden vol offergaven op hun hoofd lopen op weg naar de tempel. Mannen in sarongs en zelfs een bloem in hun haar. En lachen allemaal. Veel brommertjes overal, zoveel dat op Bali nog weinig openbare busjes te vinden zijn. Ik dwaal af, we zijn middenin een rijstveld gestopt. Mooi uitgestrekt, maar heet. Hoe de mensen daar op kunnen werken! En dan nog vaak met een hoed, een sjaal en lange mouwen. Bali fascineert me. En achteraf vind ik het wel jammer dat ik daar niet langer gebleven ben om meer van de cultuur te ontdekken. Het smaaktte alleszins naar meer. Jammer genoeg was het overdag broeiheet. Je moest nog niet bewegen of je was al aan het zweten. En elke dag kregen we wel een regenbui over ons heen.
Die avond zijn we nog gaan kijken naar een traditionele dansvoorstelling. Help, help, help. Marjan wou zelfs weglopen. Duidelijk de verkeerde keuze. Er werd amper in gedanst. Dialogen die we niet verstonden. De muziek was een kakafonie. Als de dansers niks moesten doen, zaten ze aan de zijkant van het podium wat verveeld te kijken. En dan is er nog een man verkleed in een varken naar mij toegesprongen. Hij was kennelijk de komische noot in het verhaal. Ik weet niet meer waar het over ging. Een stoere krijger ging mediteren en werd daarbij geholpen of tegengewerkt door twee vreemd uitziende figuren. Dan kwam er een varken ter plaatse om die krijger te storen. Dat varken werd dan doodgeschoten door de krijger. Maar ineens was daar een andere krijger - die kwam echt uit het niks - hij werd niet eens deftig geintroduceerd in het verhaal - en die zei dat hij het varken doodgeschoten had... whateveeee. Dus die twee krijgers zijn dan ook beginnen vechten - tot zover de vredige meditatie. En toen kwam er een vreemd monster met een lelijk kostuum op het podium en uiteindelik liep alles goed af... of zoiets. Dit was niet wat we van de avond verwacht hadden.
Maandag was dan D-day voor Marjan. Stefan arriveerde om 19uur. Ze ging hem afhalen. Needless to say dat het een nagelbijtende dag was.
De volgende dag mocht ik eindelijk Marjan haare sweetheart ontmoeten. De zalige glimlach op haar gezicht zei al genoeg! Daarna hebben we een verwennamiddag gehad in het beautysalon Lucy. Zalig: een voet- en beenmassage, een gelaatsverzorging, een nek-schouder-hoofdmassage plus een lichaamsmassage met scrub voor maar 22 euro! Nu, dat is wel niet duur! Genieten.
En die avond moest ik dan na 7 weken afscheid nemen van Marjan. Met spijt in het hart... 7 weken met elkaar optrekken, het doet wat met een mens. Met een klein hartje nam ik afscheid... Oh jee, ik sta er vanaf nu alleen voor. Slik.
Mijn eerste dag alleen heb ik mezelf getroost met shoppen. Weer veel souvenirs voor mezelf... en voor andere ook natuurlijk, gekocht in Monkey Forest Road. Lekker gegeten en gezellig genoten in mijn kamer met prachtig terras. Ik had mezelf namelijk ook getrakteerd op een dure, maar prachtige kamer. Mooie douche, ruim bed voor mij alleen en een gezellig terras met een vijver, inclusief luidruchtige kikker. De vriendelijke gastvrouw heeft me geweldig ontvangen. Dus ik zat er op mijn gemak. Maar het is toch wel vreemd: na 7 weken alles met Marjan te delen, in dezelfde kamer slapen, samen plannen maken, voelt het raar om nu alles met mezelf te overleggen. Ik heb dan maar met mezelf overlegd om me 's avonds te troosten met een dansvoorstelling. Een goeie deze keer met veel dans, goeie muziek en een uitgebreid publiek (altijd een goed teken). Die avond nam ik met heel veel spijt in het hart afscheid van Bali. Ik had het gevoel dat we elkaar nooit echt goed leren kennen hebben. En achter al die facades, die glimlachen, die rituelen, zit een fascinerende wereld... die ik misschien in de toekomst nog beter zal leren kennen. Ik had het niet gedacht die eerste avond dat we in de mottige kamer in Padang Padang lagen, maar hier wil ik nog es terugkomen.
Maar nu is het verhaal hier afgelopen. Donderdag 8 april vertrok ik 's morgensvroeg naar de luchthaven. Back to Bangkok. En hopelijk rechtstreeks naar Koh Samui, maar ik had geen treinticket kunnen boeken, dus ik wist niet waar de dag ging eindigen.
De volgende dag waren we ook niet zo happy. Voor Marjan was Bali al afgeschreven. En ik moet toegeven, mijn hoge verwachtingen werden ook niet meteen ingelost. Waar zijn die prachtige stranden? Waarschijnlijk te vinden op het domein van de vele resorts die de stranden hebben ingepalmd en veel te duur zijn voor ons backpackersbudget. Alles is hier verschrikkelijk duur. Ter vergelijking: we betaalden deze nacht 200 000 Indonesische roepia (zo'n 17 euro) terwijl we in Lake Toba een prachtige kamer hadden voor 55 000 INR. Vier keer duurder dus.
Onze droom van een bungalow aan het strand lag aan diggelen dus we besloten naar Ubud te trekken. Het cultureel hart van Bali in het binnenland temidden de rijstvelden. Eerst nog een taxi nemen - veel te duur off course. We besloten in Denpasar een local bus te nemen naar Ubud. Daar werden we vastgegritst door een man die ons opnieuw tegen een veel te hoge prijs wou brengen met een gammel busje. Hij jaagde iedere ander bus weg als Marjan er naartoe holde. Dus uiteindelijk moesten we wel mee. AAArrrgggg, opnieuw in een luid ronkende bus met kapotte zetels! Ik dacht dat ik daar vanaf was. Op de achterkant van het zitje van de chauffeur stond in stift "thief" geschreven... een van ons voorgangers wou onwetende passagiers waarschuwen. te laat. Maar wat ik zag tijdens de rit beviel me wel. Bali is Hindoe. Weer totaal iets andres dan Sumatra dat voornamelijk moslim is. Je zag veel standbeelden in alle vormen en formaten van Boedha's, maar ook schrikwekkende beeltenissen van goddelijke monsters. De architectuur was ook totaal verschillend. Rode bakstenen muren die een soort complex van verschillende huizen omringd waar verschillende leden van een familie samenwonen. Overal kleine tempeltjes, maar totaal anders dan in Thailand. Fascinerend. Kan ook niet anders, Bali is een uitzondering in een overwegend moslim Indonesie. Een klein eilandje met zijn eigen godsdienst, gewoontes en rituelen.
Gearriveerd in Ubud trokken we naar Ina Inn en Bali Moon. Ons aangeraden door een vriendin van Marjan. Maar opnieuw, wat een dure kamers! We besloten uitgebreid te gaan zoeken naar het perfecte en niet te dure guesthouse. En we hebben er ongelofelijk veel gezien, tot uitputtens toe terwijl het zweet ons doorweekte. We kunnen een serieus vergelijkend onderzoek voorleggen van de guesthouses in Ubud. Mijn humeur werd er wel niet beter van. Ik wou me weer ergens op mn gemak settelen. Uiteindelijk vonden we een vrij goedkope kamer, Vera's accomodation. Ruim, veel licht en een mooi zicht op een rijstveld. Groen waren de rijstvelden niet meer, het seizoen was kennelijk voorbij. Lap, daar gaan de droomplaatjes van weelderig groen Bali. We kregen wel een concert en show van een hele hoop ganzen in de plaats. Maar allez, we konden ons settelen, gingen iets eten en een rustige avond bracht de dag op zn einde.
1 april. Dat kennen ze niet in Bali. Dus daarvan zijn we bespaard gebleven. Het is alsof onze motor stilviel in Bali na ons helse avonturen in Sumatra. Dus deden we niks. Onze gastheer Maydee bracht ons ontbijt. Maydee is schilder en danser, amai. En hij had een iets te grote belangstelling in zijn gast, zijnde arme ikke. Ook Marjan vond het op den duur iets te. Dus ik besloot als ik alleen verder moest nadat Stefan (Marjan haar sweetie) gearriveerd was, dat ik niet daar zou verblijven.
De volgende dagen waren lui, luier, luist. En Marjan werd met de dag zenuwachtiger. Eindelijk zou ze haar lief na 7 weken terugzien. Ik werd al zenuwachtig samen met haar :-) Elke morgen was ze voor dag en dauw op. En als we dan es goed sliepen, dan maakten de luidruchtige kikkers of de kletsende ganzen ons wel wakker.
Het hoogtepunt van al die luiheid was mijn pedicure. Voor het eerst heb ik een french pedicure laten doen met een blommeke op beide grote tenen. Ik bleef maar naar mijn voeten staren. Natuurlijk gevaarlijk als je op straat heel de tijd naar je voeten loopt te kijken :-) We hebben zelfs pizza aan huis - allez, aan guesthouse - besteld. Heeerlijkkkkeeee pizza. Krijg er nog het water van in de mond. Echte pizza met kaas! Njam njam. Ik wist niet dat de dagen zo konden vliegen als je lui bent.
Zondag schoten we eindelijk weer in actie. We hebben een brommer gehuurd. Marjan voorop, ik vanachter. Het centrum van Ubud verkend. Dansrepetities gezien van een Balinese krijgersdans: kleine mannen die de meest verfijnde, minuscule bewegingen kunnen doen met handen, armen, benen en voeten. Ongelofelijk gecoordineerd. Prachtige poses, fascinerende gelaatsuitdrukkingen. Dat beloofde voor de voorstelling die we die avond zouden gaan zien... dachten we toen nog, oh vreselijke vergissing! Voor we verdersnorden nog een slechte Indische lunch binnengeschrokt. En dan hup, weg naar de rijstvelden. Het duurde wel een tijdje voor we die tegenkwamen op de drukke baan vol brommers. Wat hier wel opvalt, is hoe vriendelijk de mensen zijn. Mijn ironische zelve merkte op tegen Marjan: natuurlijk zijn ze hier allemaal vriendelijk en blij, blij dat ze al ons geld in hun zakken kunnen stoppen, verdomme duur Bali :-) Maar ik ben echt wel gecharmeerd door de mensen hier. Je hoort ook overal gamelanmuziek, een meertonige muziek in een heel snel ritme. Heel betoverend. Na een hele rit langs de grote baan zijn we op goed geluk een kleine weg ingeslagen. Efkes achtervolgd door een hond. Kleine straatjes, de stenen poorten met standbeelden aan weerszijden. De altaren op de binnenkoer. Ook op de velden vind je kleine offerandes. Ook als je in Ubud op straat loopt, moet je oppassen dat je niet op de offerandes trapt: gevouwen bananenbladen gevuld met rijst, koekjes, bloemetjes,... Om geluk af te smeken. Je ziet ook vrouwen met manden vol offergaven op hun hoofd lopen op weg naar de tempel. Mannen in sarongs en zelfs een bloem in hun haar. En lachen allemaal. Veel brommertjes overal, zoveel dat op Bali nog weinig openbare busjes te vinden zijn. Ik dwaal af, we zijn middenin een rijstveld gestopt. Mooi uitgestrekt, maar heet. Hoe de mensen daar op kunnen werken! En dan nog vaak met een hoed, een sjaal en lange mouwen. Bali fascineert me. En achteraf vind ik het wel jammer dat ik daar niet langer gebleven ben om meer van de cultuur te ontdekken. Het smaaktte alleszins naar meer. Jammer genoeg was het overdag broeiheet. Je moest nog niet bewegen of je was al aan het zweten. En elke dag kregen we wel een regenbui over ons heen.
Die avond zijn we nog gaan kijken naar een traditionele dansvoorstelling. Help, help, help. Marjan wou zelfs weglopen. Duidelijk de verkeerde keuze. Er werd amper in gedanst. Dialogen die we niet verstonden. De muziek was een kakafonie. Als de dansers niks moesten doen, zaten ze aan de zijkant van het podium wat verveeld te kijken. En dan is er nog een man verkleed in een varken naar mij toegesprongen. Hij was kennelijk de komische noot in het verhaal. Ik weet niet meer waar het over ging. Een stoere krijger ging mediteren en werd daarbij geholpen of tegengewerkt door twee vreemd uitziende figuren. Dan kwam er een varken ter plaatse om die krijger te storen. Dat varken werd dan doodgeschoten door de krijger. Maar ineens was daar een andere krijger - die kwam echt uit het niks - hij werd niet eens deftig geintroduceerd in het verhaal - en die zei dat hij het varken doodgeschoten had... whateveeee. Dus die twee krijgers zijn dan ook beginnen vechten - tot zover de vredige meditatie. En toen kwam er een vreemd monster met een lelijk kostuum op het podium en uiteindelik liep alles goed af... of zoiets. Dit was niet wat we van de avond verwacht hadden.
Maandag was dan D-day voor Marjan. Stefan arriveerde om 19uur. Ze ging hem afhalen. Needless to say dat het een nagelbijtende dag was.
De volgende dag mocht ik eindelijk Marjan haare sweetheart ontmoeten. De zalige glimlach op haar gezicht zei al genoeg! Daarna hebben we een verwennamiddag gehad in het beautysalon Lucy. Zalig: een voet- en beenmassage, een gelaatsverzorging, een nek-schouder-hoofdmassage plus een lichaamsmassage met scrub voor maar 22 euro! Nu, dat is wel niet duur! Genieten.
En die avond moest ik dan na 7 weken afscheid nemen van Marjan. Met spijt in het hart... 7 weken met elkaar optrekken, het doet wat met een mens. Met een klein hartje nam ik afscheid... Oh jee, ik sta er vanaf nu alleen voor. Slik.
Mijn eerste dag alleen heb ik mezelf getroost met shoppen. Weer veel souvenirs voor mezelf... en voor andere ook natuurlijk, gekocht in Monkey Forest Road. Lekker gegeten en gezellig genoten in mijn kamer met prachtig terras. Ik had mezelf namelijk ook getrakteerd op een dure, maar prachtige kamer. Mooie douche, ruim bed voor mij alleen en een gezellig terras met een vijver, inclusief luidruchtige kikker. De vriendelijke gastvrouw heeft me geweldig ontvangen. Dus ik zat er op mijn gemak. Maar het is toch wel vreemd: na 7 weken alles met Marjan te delen, in dezelfde kamer slapen, samen plannen maken, voelt het raar om nu alles met mezelf te overleggen. Ik heb dan maar met mezelf overlegd om me 's avonds te troosten met een dansvoorstelling. Een goeie deze keer met veel dans, goeie muziek en een uitgebreid publiek (altijd een goed teken). Die avond nam ik met heel veel spijt in het hart afscheid van Bali. Ik had het gevoel dat we elkaar nooit echt goed leren kennen hebben. En achter al die facades, die glimlachen, die rituelen, zit een fascinerende wereld... die ik misschien in de toekomst nog beter zal leren kennen. Ik had het niet gedacht die eerste avond dat we in de mottige kamer in Padang Padang lagen, maar hier wil ik nog es terugkomen.
Maar nu is het verhaal hier afgelopen. Donderdag 8 april vertrok ik 's morgensvroeg naar de luchthaven. Back to Bangkok. En hopelijk rechtstreeks naar Koh Samui, maar ik had geen treinticket kunnen boeken, dus ik wist niet waar de dag ging eindigen.
maandag 5 april 2010
SUMATRA IS NIET VOOR WATJES
30 maart 2010, 4 uur 's nachts. De luchthaven van Medan en geen kat te zien. Hoewel, ik heb daarnet een kat zien rondslenteren. Ook alweer 2 ratten gezien en 1 kakkerlak. Het enige gezelschap hier in de verlaten hal voor domestic flights. We zijn hier toegekomen om 2 uur 's nachts. De nachtwakers kwamen ons uithoren wat we hier zo vroeg kwamen doen. Tja, waarom zijn we hier zo vroeg? Onze aversie van Medan is zo groot dat we hier geen enkele nacht meer in een guesthouse willen doorbrengen. Remember de nachtmerrie Ronna's Guesthouse. We hadden besloten om de bus van 22u uit Parapat, aan Lake Toba, te nemen. En deze keer dachten we eens een rustige rit te hebben op een minibus voor toeristen. Maar neen hoor. Den Hans van Bagus Taxis heeft er ons mooi opgelegd. We zaten opnieuw op een local bus en opnieuw geen toerist te zien. De hele tijd dat we onderweg geweest zijn hebben we geen toerist gezien. Alleen als we ergens arriveerden. Die 4 uur slaap tijdens de rit naar Medan mochten we dus ook mooi op onzen buik schrijven. De bus werd weer volgestampt met locals en op een bepaald moment zat ik weer geklemd tussen een local, het raam en het zitje voor mij. Mijn poep deed pijn! En intussen zat er eenen achter mij van die zware sigaretten te paffen zodat ik op een bepaald moment dacht dat ik ging stikken. Dienen voor mij deed het raampje open, ik dacht: "Hallelujah, LUCHT!". Maar nee, 't was gewoon om zijn peuk naar buiten te smijten. Je kan dus wel denken dat ik geen oog heb dichtgedaan en deze desolate vetrekhal in Medan is nu ook niet meteen het beste hotel. Dus het zal een nachtje doorsteken worden. Sudoku en schrijven zal me wel wakker houden. Intussen ligt Marjan te vloeken dat de muggen haar levend aan het opeten zijn.
Wat zegt men: het onderweg zijn is de essentie van reizen. Awel, hier in Sumatra is onderweg zijn vaak een beproeving. De lokale bussen hier kan je niet meteen een "Lijnbus" noemen. De rit begint meestal goed: je hebt nog wat ruimte om met je beide billen op de zetel te zitten, je benen te strekken. Maar naarmate de rit vordert, wringen zich meer en meer mensen in het kleine, gammele busje. Net als je denkt: "Hier kan nu toch niemand meer in!", dan propt er zich weer ergens een local tussen. En dat terwijl de chauffeur helse toeren uitsteekt. In Bukit Lawang hebben we eens een overvolle bus gezien vol met kinderen in schooluniform. De kinderen zaten zelfs op het dak. En die bus vloog in volle snelheid door de bocht. Wij hadden schrik, maar die kinderen trokken er zich niks van aan. Tja, en die wegen hier. Vol putten, een en dezelfde rit op hetzelfde baanvak is onmogelijk. De bus zwenkt van links naar rechts, als de voorligger te traag is, snokt de chauffeur aan z'n stuur. Ik bid dan dat er geen tegenligger aankomt, maar die wordt dan altijd op een haar na ontweken. Intussen zit je vastgeklemd tussen de andere passagiers en allen samen zwieren we van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar... Maar alleen Marjan en ik lijken ons aan die helse ritten te storen. De andere passagiers maken een praatje, lachen, eten wat of - zoals overal in Indonesië - steken de ene sigaret na de andere op. 't Zijn wel heel sociale mensen. Soms beginnen ze met ons te babbelen - in het Indonesisch wel te verstaan - en hopende dat ze vragen waar we naartoe gaan, geef ik meestal gewoon als antwoord de plaats van bestemming of Belgia, da's ook nog een optie. Tijdens de rit naar Siantar zat een man naast mij die de hele tijd naar z'n rugzak zat te wijzen. 'Bom, Bom!' haha grappig :-/ 'Guns, Guns'. Euh, wat zeg je, ik versta je niet. Ik lachte een beetje groen want we zitten toch niet zo ver van Banda Aceh. (daar zijn al terroristische aanslagen geweest) Maar da's de Indonesische humor for you.
We zijn wel altijd geraakt waar we moesten geraken dankzij onzen Bijbel, The Lonely Planet en door goed uit ons doppen te kijken. Bij elke rit wordt onze backpack op het dak geslingerd maar wonder boven wonder is ie er nooit vangedonderd.
De ergste rit was van Berastagi naar Lake Toba. Om het eenvoudig te stellen... de chauffeur was ZOT! Hij scheurde door de bochten, stak alles en iedereen voorbij intussen luid toeterend. We moesten ons stevig vasthouden om niet van de ene kant naar de andere kant van het busje te slieren. Toen heb ik toch eens goed nagedacht over mijn leven.. zijnde van 'HELP, ik wil hier niet sterven!'. We moesten overstappen in Siantar. Toen we daar van de bus sprongen (oef, we leven nog), werden we aangeklampt door jan en alleman 'were joe go' 'were joe go'... Tja, als enige toeristen ben je uiteraard loslopend wild. Marjan werd ineens vastgegrepen door de lokale cakeverkoopster en die sleurde Marjan - ik nog sukkelend om mn backpack helemaal op mn rug te krijgen - naar de bus richting Parapat. In ruil vroeg ze wel of Marjan een cake wou kopen, off course. Maar eerst wou Marjan naar het toilet. Opnieuw trok het vrouwtje aan haar arm. Hup, naar't toilet. Euhm, ik bleef alleen achter aan het busje. Na een klapken met de chauffeur verdween die ook om nog wat meer passagiers te ronselen. Ok, ja, hier sta ik dan, alleen, help, er zitten wat mensen op een bankje naar mij te staren en ok, er komt een man een babbeltje met mij slaan, ok, die lijkt wel iets vriendelijk te zeggen, maar nee, oei, ik versta je nie meneer, en aiai, die staarders op da bankje zitten afkeurend naar die meneer te kijken en schudden neen met hun hoofd naar mij, ok, ik zal nog maar eens schaapachtig lachen en gebaren dat ik die meneer nie versta, ok, hij gaat ook op het bankje zitten en oei, wat doet hij nu, hij haalt z'n gsm uit en doet nog wat gebaren naar mij... ik intussen maar schaapachtig rondkijken en reikhalzend uitkijken naar de terugkomst van Marjan, den buschauffeur is ook al goe... en oei, daar komt die man terug naar mij met z'n gsm in de hand, hij wil me kennelijk iets tonen, oei, ik kan het schermpje nie goe zien door het zonlicht, ok, dan maar wat dichter kijken, nog wat dichter kijken, intussen kijkt dienen mens een beetje raar naar mij vind ik, ja, oei, wat wil die mij nu tonen op z'n gsm.... euh, wat zie ik, oh fuck oh fuck oh fuck indeed, dienen vieze vent toont mij porno. DWAZEN KLOOT! VUILE VIEZE MAN!, denk ik. Met een streng gezicht schud ik mijnen kop van nee en gebaar hem weg te gaan. De starende bankmensjes kijken met een blik naar mij van 'I told you so'. Tot zover mijn vertrouwen in de vriendelijkheid van de mensen hier en het besef dat ze niet altijd vragen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan... WAAR IS MARJAN! Blij haar terug te zien, vertel ik mijn zopas geleden traumatische ervaring, ik wilde zo snel mogelijk op die bus en weg, intussen van frustratie ne hele zak chips in mijn mond gepropt, ook al om iets te doen te hebben. Gelukkig vetrok de chauffeur vrij snel en wij waren de enige passagiers op de bus... Joepie, we hebben chance deze keer. Tarara. 10 minuten later werden we bruut gewekt uit onze luxedroom - we mochten overstappen in een ander busje. Een ander busje dat - uiteraard - vol zat. We werden er ingepropt en de deur kon nog net toe. Deze rit voerde ons langs bergwegen, oh nee! Ik weet het niet zenne, maar ik denk dat die chauffeurs een soort ingebouwd radarsysteem hebben om te zien of er tegenliggers aankomen, ik zie het alleszins nie en ik zit ook spannend mee te staren met de chauffeur nochtans.
We zijn intussen 30 maart 2010, elf uur 's morgens. De vlucht van Medan naar Jakarta zit erop, het is al 11 uur en we moeten nog een paar uur wachten op onze vlucht naar Denpasar, Bali. Nog alijd niet echt geslapen, alleen wat op de vlucht naar Jakarta, ik heb het vliegtuig zelfs niet meer weten opstijgen. Ik weet al wat we gaan doen als we aankomen in Bali... als een blok in slaap vallen.
Sumatra is vermoeiend, een reis overvol met indrukken. Ook al is het veel miserie en gesleur, het is wel een ervaring die ik niet wil missen. In vergelijking met Thailand is het hier pure chaos en ik ben blij dat ik eerst naar Thailand ben gereisd om al wat aan te passen. De eerste kennismaking met Medan was verschrikkelijk maar intussen hebben het land en de mensen veel aan charme gewonnen. En da's vooral te danken aan Bukit Lawang. Ons kamer in Indra Inn met zicht op de jungle hielp meteen om alle nare herinneringen te vergeten. We werden daar ontvangen als oude vrienden. Natuurlijk zit iedereen die daar rondloopt wel met een zaakje of ze runnen een resto of guesthouse of ze zijn gids. Maar na de overstromingsramp in 2003 doet iedereen z'n best om Bukit Lawang weer op de toeristische kaart te krijgen. Daarom ontvangen ze ons met open armen. We hebben niet het gevoel dat ze er ons willen opleggen dus we genieten met volle teugen. En natuurlijk heeft Bukit Lawang één grote troef: de oerang oetangs - geen idee hoe dat je dit schrijft :-) zit er nog een streepeken tussen of niet, ik weet het niet en onze Lonely Planet is in't Engels, dus ik gok op oerang oetangs. Anyway, Bukit Lawang is 1 van de amper 2 plaatsen op deze ganse wereldbol waar je nog oerang oetangs in het wild kan bewonderen. Amai, ik voel mij bevoorrecht. De beesten zijn ook met uitsterven bedreigd. Er zouden er maar zo'n 5000 leven in Bukit Lawang. Ook in Borneo kan je nog oerang oetangs spotten (voor de zondagse TV1-kijkers die na de lunch ook naar 'een half uur natuur' kijken - in februari was er een reeks over het opvangcentrum in Borneo)
Maar er zit een schaduwkant aan onze bevoorrechte positie. De aanwezigheid van de toeristen zou de populatie van oerang oetangs in gevaar brengen. Want wij brengen natuurlijk allerlei vuile ziektes mee waar sommige beesten zelfs aan sterven. Maar moesten er geen toeristen zijn, dan zou het rehabilitatiecentrum van het Gunung Leuser National Park ook geen inkomsten hebben om open te blijven en om de beestjes te helpen. Toch wel dubbel allemaal. Zonder de toeristen zou ook een groot deel van de bevolking van Bukit Lawang zonder inkomsten zitten. Dus besloten we maar met volle teugen te genieten van onze jungletocht en zo voorzichtig mogelijk te zijn (geen vuilnis achterlaten, niet te dicht bij de dieren komen, enz.).
Zondag 21 maart vertrokken we in het gezelschap van onze gids Jungle Eddy en z'n kompaan Rainbow. Onze medestappers waren Euhm en Euhm (ben slecht in namen onthouden), een sympathiek Brits koppel. 'k Was een beetje bang voor de inspanningen die zouden volgen, maar je moet er wat voorover hebben om de harige beesjes te zien, niewaar. Wat een verschil met de fluttrekking in Thailand! Ten eerste voor mijn arme spieren. Een jungletocht is 'No walk in the park', da's zeker. We volgden zelfs geen duidelijk pad. We moesten al onze ledematen gebruiken om door de dichte begroeing te raken. De armen om ons aan de bomen op te trekken. Hoge stappen. Soms uitslieren. Over omvergevallen bomen klauteren of eronder kruipen. Dit was wel degelijk de jungle. Ik wenste soms dat ik een aapje was zodat ik zorgeloos aan de takken van de bomen kon slingeren. 't Was dus lastig, maar helemaal de moeite waard. Na een goed uur wandelen - waar we helaas ook andere groepen tegenkwamen - het enige minpuntje - 't waren dan off course nog eens luidruchtige Hollanders - enfin, na een goed uur spotte de gids al de eerste oerang oetang. Eigenlijk niet zo moeilijk want de kompanen liepen voorop om de beesten te spotten en ze belden dan - jawel! met de gsm in de jungle - waar we heen moesten trotten. De eerste oerang oetang was moeilijk te zien. We probeerden dichter te komen, maar dat betekende steil omhoog klauteren. Plots riep de gids dat we weg moesten - er kon mogelijk een stuk boom afbreken. Zoef, ik sloor recht naar beneden, tja, in de jungle kan een mens toch nie proper blijven. We splitsen af van de ene groep en spotten algauw een ander exemplaar redelijk hoog in de bomen. Maar die oerang oetang kan ons gezelschap niet appreciëren dus ook wij weer weg en ineens zaten we vlakbij 2 oerang oetangs, 2 moeders en kind. De ene heet Mina. Ze is berucht in Bukit Lawang en omstreken. Ze kan namelijk soms wat lastig doen tegen bezoekers van de jungle :-) Deze oerang oetangs stonden gewoon vlak voor onze neus. Dit had ik echt niet verwacht. Het zijn ook wel semi-wilde oerang oetangs die zo dicht komen. De wilde kan je alleen vanop een afstand spotten. De semi-wilde worden ook - als ze zin hebben - elke dag bananen en kokosmelk gevoederd aan het voederplatform door de rangers van het Nationaal Park. Anyway, om oog in oog te staan met zo'n beest, daar moet een mens effe van slikken. Eerst ben je compleet onder de indruk, dan begin je te zoeken naar je fototoestel want dit moet je op foto hebben voor het te laat is en dan ineens merk je dat je tijdens je de foto aan het nemen bent maar op zo'n meter afstand van zo'n reusachtig beest staat. Snel een stapje achteruit. Bij Mina moesten we supervoorzichtig zijn. Ja, ik was op dat moment heel ontroerd. Wat een voorrecht om in de jungle te staan, zo dicht bij dieren die misschien over x aantal jaar niet meer bestaan. Ik genoot met volle teugen. En dan was het voorbij. We trokken verder de jungle in maar zagen niet veel andere beesten meer. Jammer, ik wou nog graag gibbons zien, maar zo'n dingen kan je niet plannen niewaar. Tegen de middagpauze waren mijn benen als lood. De klim erna was voor mij zo goed als dakett had ad. :-) De jungle is niet klimmen zoals een trapken doen, je moet je soms echt heel hoog optrekken en je armen daarbij gebruiken. De afdaling naar de rivier was weer een hindernissenparcours waarbij je moest oppassen om geen meters naar beneden te slieren. De bomen gaven gelukkig houvast. Maar eenmaal gearriveerd aan de rivier zakte ik als een pudding in elkaar. De jungle is absoluut niet voor watjes. Ik weet niet of ik het zo twee dagen zou kunnen volhouden, maar ik ben trots dat ik het toch weer gedaan had. Nooit gedacht, maar als je vooruit moet, dan moet je vooruit. We keerden terug naar Bukit Lawang met de tubes - een soort autobanden waar je in moet gaan zitten en waarmee je de rivier afvaart. Pretty exciting! Vooral als je in zo'n paar stroomversnellingen terecht komt. Splash, gil. En prachtig ook, je vloeit over het water en rondom zie je alleen maar jungle. Met spijt in het hart arriveerden we op het appartement. What a day! Dit is het hoogtepunt van de reis, no doubt.
Maar... het avontuur was nog niet voorbij. We waren nog, napratend over de fijne dag, koekjes aan het oppeuzelen toen plots een aapje, nou jaa, een grote makakaap genaamd de longtail makak of cheaky monkey op ons balkon verscheen. Wie verschieten natuurlijk en Marjan smijt in een reflex een koekje naar beneden om de aap weg te jagen. Hm...het beest komt terug, ik volg Marjan haar voorbeeld en gooi nog een koekje... HM. Niet zo slim meisies. Want deze slimme aap weet nu dat hij koekjes krijgt als ie terugkeert. Dus, een paar tellen later stond het beest er natuurlijk opnieuw... waar zijn die lekkere koekies? Hup, weer een koek smijten en weer gegil. De koeken waren op en daar stond de monkey weer. Ik stond wat te gillen en ksjsss ksjsss te roepen tot het beest op zijn gemak verder huppelde. Beneden stond een van de locals ons gretig uit te lachten natuurlijk. Maar ja, wat als dat beest op mij springt en bijt of zoiets, weet ik veel, ik ben nie op gegroeid in de jungle moat. Maar kennelijk doen ze dat niet zo gauw verzekert een van de locals ons.
Dat doet mij denken aan nog een avontuur twee dagen voordien. We kwamen van een gezellige avond in de Green Hill. Een avondje met muziek, wat getetter met de locals, ene genaamd Donnie met de grote mond. Toen we 's nachts lekker in ons bedje lagen te snoezen, schrikt Marjan opeens. "Er zit gelijk iemand op ons terras." We hadden wat gestommel gehoord, maar daarna was het weer stil. Marjan ligt wat later lekker te slapen... Ik lig met bril en al nog op met de ogen wagewijd open, oren gespitst. Fuck, er zit hier gewoon nen inbreker op ons terras of wa. Wat als ie binnen wil komen, wat gaat ie doen, en die deur is ook maar een flutdeurtje, fuckfuckfuck, help. Hier zitten we dan in de jungle met een inbreker op ons terras. Een uurtje of wa later hoor ik ineens geritsel. We hadden nog een zak chips met een restje in laten liggen op de tafel buiten en ineens hoorde ik iemand in de zak grissen. Oh nee, diene smerige inbreker zit gewoon ons chips op te eten, wa voor ne freak is dat, nen chipsetende hongerigen inbreker! De minuten tikken voorbij. Ik raap uiteindelijk de moed bijeen om... ewel, eerst naar het wc te rennen want ik moest natuurlijk plassen van al die spanning - daarna grijp ik de zaklamp en schijn met een bang hartje naar buiten. Euhm, niks te zien, vreemd. Na een tijdje val ik doodop in slaap. De volgende dag blijkt dat er tandensporen zaten in de zak chips. Aha, euhm, we zitten hier in een kamer naast de jungle, zou het zijn dat er een aapje zich lekker tegoed kwam doen aan onze eetbare cadeautjes op het terras. Goed zo! En daarom lig ik een ganse nacht wakker, jeezes. Nooit eten achterlaten als je in een kamer naast de jungle zit. Een ander aapje of hetzelfde aapje had ook ons fruit opgepeuzeld maar het zakje mooi laten hangen. De nacht na de jungletocht had ik wat overschot meegekregen van het nabijgelegen restaurant en dan heb ik weer een halve nacht wakker gelegen omdat ik dacht dat die sneaky apen dat wel zouden ruiken en waarschijnlijk zouden inbreken. We hebben die nacht wel jammer genoeg een ander beest gehoord... waarschijnlijk een muis of rat... ieuwwww, want Marjan vond de volgende morgen haar tandpasta terug met tandensporen in. Manmanman, ik die zo bang ben van allerlei beesten, ik heb hier toch al veel moeten verbijten zenne.
De dagen in Bukit Lawang waren zalig. Den gast die in ons guesthouse werkt, Cucumber, heeft ons ook es meegnomen om te tuben op de rivier. Daar heb ik mijn waterangst wel moeten overwinnen, maar het was zalig. We zwommen wat in het water en zagen een bende cheaky monkeys in de bomen. Zalig, in het water temidden de jungle. Een andere dag hebben Fi'i en Quiet Man ons meegenomen naar een rivier. We hebben een 'kleine' wandeling gedaan van een uur, hm, en daarna lekker gezwommen in het water, een kroontje gekregen en een lekker fruitpicknick gehouden. Allemaal leuk, maar al die gasten willen je wel versieren. :-) De smoes van 'ik heb een vriendje' blijkt geen efficiënt afleidingsmanoeuvre te zijn. Hoh ja, de aandacht was leuk maar op den duur kregen we iets te veel aandacht dus we zijn net op tijd vertrokken voordat we ons kamer niet meer uitdurfden, bang om weer opgewacht te worden beneden door een stel aanbidders die weer een uitje met ons gepland had. Ver kan je ook niet lopen in Bukit Lawang, ging je iets gaan eten, dan zat je ineens met een paar gitaarspelende en luidkeelszingende locals aan tafel. Maar het was heel gezellig altijd. Wat moet een mens nog meer: oerang oetangs zien, een kamer met zicht op de jungle en een bende aanbidders. Maar we moesten verder als we nog iets van Sumatra wilden zien. Onze tijd hier is kort. Met spjit in het hart en begeleid door Fi'i en nog een andere gast die voor wa centen onze backpack droegen gingen we naar het busstation. Allez, veel moet je je daarbij niet voorstellen. Een parking en als je geluk hebt, staat er een bus. Hup, weer de bus op - help - en bye bye good times.
We moesten terug hobbeldehobbel naar Medan NEEEEEE! om de bus te nemen naar Berastagi. Daar gingen we namelijk een vulkaan beklimmen. De busrit is een veelvoud van indrukken. Te veel om te blijven plakken op je netvlies. Drukte op straat, spelende kinderen, sloffende oudjes, overal drukte, pratende mensen, brommertjes met 3, 4 man op, ook kindjes, baby's zelfs. Allerlei winkels, allez, houten muren met een reclamebanner die half versleten is, eetkraampjes met wat krammikige stoelen. Chaos chaos. Ons land lijkt een afgelikte sprookjeswereld, alles zo proper, zo afgelijnd, zo geregeld. Alles loopt hier door elkaar en natuurlijk schud je in de bus ook helemaal door elkaar. In Medan zijn we wat ongerust: hoe moeten we nu het busstation vinden waar we de bus naar Berastagi moeten nemen? Want bordjes met busstation op, dat zullen we niet echt tegenkomen zekers. We herkennen waar we een paar dagen eerder zijn opgestapt. We roepen Berastagi, moeten weer de bus op naar een ander station. En intussen probeert de chauffeur een praatje met ons te slaan. In een lege bus. Hij vooraan, wij helemaal achteraan. Op één of andere manier begrijp ik wat ie in het Indonesisch wil vragen. Belgia, zeg ik. Ah! De rest van het gesprek verstaan we elkaar niet, maar da's helemaal niet erg, we lachen wat af! Overal waar we reizen zijn we gelijk de enige toeristen. Een vreemd ontheemd gevoeld. Zelfs op de vlieger van Medan naar Jakarta zagen we geen enkele andere Westerling. We worden overal gelijk aapjes aangestaard. Mensen roepen naar ons, lachen naar ons. Vaak proberen ze ons natuurlijk ook iets veel te veel boven de normale prijs te verkopen. Maar onze zenuwen kunnen het na 5 dagen jungle wel verdragen. Op naar Berastagi.
Berastagi is jammer genoeg weer een drukke stad. Na wat gezoek en gesukkel in het donker vinden we een guesthouse en een Belg! Den Josse. Hij zoekt nog wandelcompagnons om de vulkaan Gunung Sibayak te beklimmen. Dat was ons plan voor de volgende dag, dus dat komt goed uit. De volgende dag sta ik met een klein hartje op. Verdomme, weer een zware wandeling en mijn spieren doen nog pijn van de jungletocht. Ik zie het eigenlijk niet zitten en wil 199 keer terugkeren, maar we blijven wandelen. Josse en Marjan een stuk voorop. De platte en dalende stukjes been ik bij. Als het erg begint te stijgen, gaan we alledrie ons eigen tempo. Maar het blijkt toch heel doenbaar. De steps die op het kaartje staan, zijn niet de mooi uitgekapte rechte stenen die ik gehoopt had :-) 't Is een flinke klauter naar boven maar al bij al valt de 3 uur durende klim wel mee. Het zicht bovenop de uitgedoofde vulkaan is prachtig. Vooral de 'i did it'-voldoening is groot. En we worden dan ook nog es gevraagd door een bende giechelende meiden om op de foto te staan, wel grappig. Ik dacht toen al euforisch dat de afdaling wel een piece of cake ging zijn... tarara! De steps waren bijna totaal verdwenen. Echt steil was het niet, maar wel slipperig. Ik loop er verloren in een gat naar beneden tot ik vast zit in de begroeiing bijna. Moet weer naar boven klauteren. En Marjan en Josse maar tetteren en wandelen, lalalala, allez, ben ik nu de enige die hier aan het vloeken ben op dit fucking stomme pad. En dan val ik dan nog es af en toe pardoes om mn poep verdomme. Ik zie eruit als een moddermonster. Na twee uur ben ik blij dat die stomme afdaling is afgelopen. We trotten verder, drinken iets en proberen een busje terug te nemen naar Berastagi. Maar de chauffeur vraagt teveel dus we besluiten te voet verder te gaan. De zon is wel moordend dus we doen weer een busje stoppen. Blijkt dat de hele ploeg van Pizza Hut Medan in het busje zit na een trip op de vulkaan. Ze sleuren ons dolenthousiast in de bus, willen vanalles vragen. We krijgen koekjes, water. Ze roepen vrolijke dingen, vragen dingen in het Indonesisch die we niet verstaan. Maar we lachen er vrolijk op los. De Josse zit achterin tussen en paar gillende meiden geklemd. En ik weet niet op hoeveel Indonesische fototoestellen we nu al staan. Wat een dolle rit. Wel kort, we moeten een andere bus nemen om in Berastagi te geraken. De avond eindigt met internet en een mottige wandeling terug naar het guesthouse. De steden is Sumatra zijn dus niet fijn. Iedereen wil met je praten. En dan roepen ze nog 'Mister', het enige woord dat vele kennen. Of 'wer joe go', 'wer joe from'. 't Is alsof ze allemaal een woordje Engels willen spreken als ze een toerist zien, kwestie van de taal wat te oefenen. Maar 's avonds is dat toch minder fijn. Het internet is hier ook vreselijk enerverend traag. Sommige dingen lukken ook gewoon niet. AAARRGGGHHH! De volgende dag willen we geld afhalen en ook dat lukt weer niet. Ook wifi lukte niet.
We vluchten weg naar Lake Toba. Eerst een ritje met de opelet (klein stadsbusje), dan de eerder beschreven dodenrit en daarna een kort stukje nog naar Parapat. Daar springen we op de boot naar TukTuk, een soort vooreilandje van het grote eiland Samosir dat temidden het meer van Toba ligt. Samosir zou zo groot zijn als Singapore, jawadde. En lake Toba het grootste meer van Zuidoost-Azië. Op de ferry nog een grappig gesprek gehad met een stel Nederlanders. Hun hele reis is georganiseerd van een Nederlands reisbureau en het kost hen waarschijnlijk ongelofelijk veel meer dan het zou moeten als je het zelf organiseert. Wel grappig, onderweg kom je geen toeristen tegen, eenmaal gearriveerd gelukkig wel es en dan is het fijn om nog es een klapken te doen. Jungle Eddy uit Bukit Lawang heeft ervoor gezorgd dat we een lift krijgen naar Cristina's Guesthouse, gerund door vrienden of familie van hem. 2 gasten op een brommer dagen op aan de ferry en we springen achterop. Cristina's zit - gelukkig - vol. We komen terecht in een heel tof guesthouse ernaast, Parnas. We hebben een ruime kamer, zicht op het meer, lekker relax en een vriendelijke gastvrouw en -heer. We moeten de komende dagen wel een franse wc gebruiken, maar als je al op een franse wc gezeten hebt in een boot en op een trein, dan lukt dit ook wel. En goed voor de bilspieren! :-)
De dagen aan Lake Toba zijn lui. Schrijven, lezen, sudoko spelen, TukTuk verkennen, iets eten, luieren op het terras, staren naar het meer. Roddelen over de buren... Een Britse toeriste zit er namelijk al een paar weken vast na een zware val van de brommer. Haar been was zo gehavend dat ze niet meer kon lopen. En ze wordt geholpen door haar vriendje, een local uit TukTuk. Hij helpt haar met alles. Jammer genoeg is hun muziekkeuze niet jedatjes. Elke morgen 'Everything I do, I do it for you' van Bryan Adams horen is niet mijn ideale manier om wakker te worden. (Sorry ma, ik ben niet zo ne fan als gij :-) Qua muzieksmaak zitten ze in Sumatra gelijk nog ver achter. Maar zelf kunnen ze wel goed muziek spelen. Net als in Bukit Lawang heeft iedereen hier een gitaar. Elke avond wordt er gespeeld en gezongen. Zaterdag was het vollen bak in het resto boven ons. Iedereen zingt ook luidkeels mee, vals of niet. Bedeesd zijn ze niet echt.
Zondag huren we opnieuw een brommertje en Josse vergezelt ons met zijn Suzuki. Ik ben weer wat bang want de wegen liggen hier slecht en het is nog maar de 2de keer in mijn leven dat ik op een brommer kruip. Zonder verzekering of helm mogen we vertrekken, als dat maar goed afloopt. Ik ben natuurlijk weer de trage schildpad maar ik wil toch nie te wild doen als ik de dag heelhuids wil doorkomen dus ik rij heel rustig rond. Marjan en Josse rijden voorop... een eind voorop. Ze stoppen regelmatig om me op te wachten. Maar na een tijdje begint het me te dagen dat het nu wel al heel lang geleden is dat ze gestopt zijn. Ik rij nog wat verder. Vreemd, ze zijn wel ver uit zicht, ik zie ze niet meer. Ik zie ze eigenlijk al een hele tijd niet meer. Ik rij verderr. Ik ga es kijken of Marjan gebeld heeft, misschien zijn ze vroeger gestopt. Ik rij verderrr. Allez, zouden ze nu gewoon blijven rijden zijn zonder es te stoppen? Ik rij verderrrr. Oei, die brug, daar zouden ze nu toch wel gewacht hebben op mij. Ik rij verderrrrrr. Ik kijk es op de kaart. Ik rij verderrrrrrr. 2de brug, dit kan niet meer. We zijn intussen een half uur gepasseerd en lichtjes in paniek begin ik aan de terugtocht. Oh nee, die staan toch nie ergens te wachten op mij. Wat als ik ze nu niet meer terugvind. Na een klein uurtje spot ik Josse; Marjan in complete paniek. Ze had al gebeld naar den Juan die ons de eerste avond in ons guesthouse gedropt had. Ze waren zelfs een eindje teruggereden om mij te zoeken terwijl ik ze gewoon moet gepasseerd zijn zonder ze te zien. Marjan dacht al dat ik van de aardbodem verdwenen was. Of gekidnapt. Of ergens halfdood in de berm lag. Verdomme, waarom is mijne frank niet vroeger gevallen. Typisch. Allez, eind goed al goed. Maar de Josse gaat er wel vandoor. Hij wou es goed doorrijden met de moto. Tja, met mij erbij zal dat toch niet het geval zijn. We zijn dan eerst nog naar een Batakoptreden gaan kijken. Het trok op geene zak en toen ze vroegen om mee te doen, wilden we weglopen. Nee, we gaan ons nie weer belachelijk maken na onze plopdans in de Thaise jungle. Dank u! Het hele gedoe eindigt met een ei dat kapot geslagen wordt. En dan moesten we ook nog es een offer brengen. Nie mee mij, zenne. We hadden al entree betaald. De muziek was uiteindelijk wel ok, den dans hmmm. Na dit scoone optreden amai, zijn we nog wat verder gereden langs het meer met een landschap vol typische Batakhuizen en graven met kruisen. De Batak waren vroeger kannibalen maar werden in de 19de eeuw bekeerd tot het Christendom. 't Was weer leuk om dit alles te zien op een brommertje maar na een tijdje deed mijn poep pijn. We zijn nog efkes souvenirs gaan kijken.Ik heb waarschijnlijk te veel betaald voor 2 batakbeeldjes maar de vrouw smeekte mij dat ze met dat geld haar kindjes naar school kon laten gaan. allez dan. En dan moesten we ook nog es op de foto met een stel Indonesische gasten die ons fantastisch vonden. Tegen de avond waren we terug en hadden we geen zin om sociaal te doen. Maar dat was buiten de partyanimals van de Batak gerekend. Ik kwam net uit de douche toen het muzikaal geweld losbarstte. Een feestje voor onze Britse buurvrouw omdat ze moeilijk naar boven kon. Dus de party kwam naar haar in de vorm van 20 man die allemaal graag zongen! Met nog een paar gitaren en drums en we hadden een gans orkest voor ons deur. Een van die gasten, Jerry, diegene met de grootste muile en zo stoned gelijk een kieken, wou mijn vriendje worden. Amai, van liefde op het eerste zicht gesproken! Hij wou efkes gaan wandelen met mij aan het meer en mij verhalen vertellen over Lake Toba... tarara. Ben braaf in mijn bedje gekropen terwijl Jerry nog enkele pogingen waagde om me buiten te krijgen door luidkeels liefdesliedjes te zingen. Ik ben rustig in slaap gevallen na een toch weer gezellige avond aan Lake Toba.
Ook deze plek moesten we wederom met spijt in het hart verlaten. Sumatra is een beetje wennen en het is chaos en een cultuurschok maar als je de mensen beter leert kennen, vooral in de kleine dorpjes, dan kan je niet anders dan gecharmeerd geraken. Alles loop hier rustig z'n gangetje. En ze vieren hier het leven door passioneel te brullen op de tonen van de gitaar. Geluk, dat maak je zelf, en je hebt er niet veel voor nodig. Een gemeende glimlach en het leven ziet er altijd beter uit.
Sumatra, we gaan je missen!
Wat zegt men: het onderweg zijn is de essentie van reizen. Awel, hier in Sumatra is onderweg zijn vaak een beproeving. De lokale bussen hier kan je niet meteen een "Lijnbus" noemen. De rit begint meestal goed: je hebt nog wat ruimte om met je beide billen op de zetel te zitten, je benen te strekken. Maar naarmate de rit vordert, wringen zich meer en meer mensen in het kleine, gammele busje. Net als je denkt: "Hier kan nu toch niemand meer in!", dan propt er zich weer ergens een local tussen. En dat terwijl de chauffeur helse toeren uitsteekt. In Bukit Lawang hebben we eens een overvolle bus gezien vol met kinderen in schooluniform. De kinderen zaten zelfs op het dak. En die bus vloog in volle snelheid door de bocht. Wij hadden schrik, maar die kinderen trokken er zich niks van aan. Tja, en die wegen hier. Vol putten, een en dezelfde rit op hetzelfde baanvak is onmogelijk. De bus zwenkt van links naar rechts, als de voorligger te traag is, snokt de chauffeur aan z'n stuur. Ik bid dan dat er geen tegenligger aankomt, maar die wordt dan altijd op een haar na ontweken. Intussen zit je vastgeklemd tussen de andere passagiers en allen samen zwieren we van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar... Maar alleen Marjan en ik lijken ons aan die helse ritten te storen. De andere passagiers maken een praatje, lachen, eten wat of - zoals overal in Indonesië - steken de ene sigaret na de andere op. 't Zijn wel heel sociale mensen. Soms beginnen ze met ons te babbelen - in het Indonesisch wel te verstaan - en hopende dat ze vragen waar we naartoe gaan, geef ik meestal gewoon als antwoord de plaats van bestemming of Belgia, da's ook nog een optie. Tijdens de rit naar Siantar zat een man naast mij die de hele tijd naar z'n rugzak zat te wijzen. 'Bom, Bom!' haha grappig :-/ 'Guns, Guns'. Euh, wat zeg je, ik versta je niet. Ik lachte een beetje groen want we zitten toch niet zo ver van Banda Aceh. (daar zijn al terroristische aanslagen geweest) Maar da's de Indonesische humor for you.
We zijn wel altijd geraakt waar we moesten geraken dankzij onzen Bijbel, The Lonely Planet en door goed uit ons doppen te kijken. Bij elke rit wordt onze backpack op het dak geslingerd maar wonder boven wonder is ie er nooit vangedonderd.
De ergste rit was van Berastagi naar Lake Toba. Om het eenvoudig te stellen... de chauffeur was ZOT! Hij scheurde door de bochten, stak alles en iedereen voorbij intussen luid toeterend. We moesten ons stevig vasthouden om niet van de ene kant naar de andere kant van het busje te slieren. Toen heb ik toch eens goed nagedacht over mijn leven.. zijnde van 'HELP, ik wil hier niet sterven!'. We moesten overstappen in Siantar. Toen we daar van de bus sprongen (oef, we leven nog), werden we aangeklampt door jan en alleman 'were joe go' 'were joe go'... Tja, als enige toeristen ben je uiteraard loslopend wild. Marjan werd ineens vastgegrepen door de lokale cakeverkoopster en die sleurde Marjan - ik nog sukkelend om mn backpack helemaal op mn rug te krijgen - naar de bus richting Parapat. In ruil vroeg ze wel of Marjan een cake wou kopen, off course. Maar eerst wou Marjan naar het toilet. Opnieuw trok het vrouwtje aan haar arm. Hup, naar't toilet. Euhm, ik bleef alleen achter aan het busje. Na een klapken met de chauffeur verdween die ook om nog wat meer passagiers te ronselen. Ok, ja, hier sta ik dan, alleen, help, er zitten wat mensen op een bankje naar mij te staren en ok, er komt een man een babbeltje met mij slaan, ok, die lijkt wel iets vriendelijk te zeggen, maar nee, oei, ik versta je nie meneer, en aiai, die staarders op da bankje zitten afkeurend naar die meneer te kijken en schudden neen met hun hoofd naar mij, ok, ik zal nog maar eens schaapachtig lachen en gebaren dat ik die meneer nie versta, ok, hij gaat ook op het bankje zitten en oei, wat doet hij nu, hij haalt z'n gsm uit en doet nog wat gebaren naar mij... ik intussen maar schaapachtig rondkijken en reikhalzend uitkijken naar de terugkomst van Marjan, den buschauffeur is ook al goe... en oei, daar komt die man terug naar mij met z'n gsm in de hand, hij wil me kennelijk iets tonen, oei, ik kan het schermpje nie goe zien door het zonlicht, ok, dan maar wat dichter kijken, nog wat dichter kijken, intussen kijkt dienen mens een beetje raar naar mij vind ik, ja, oei, wat wil die mij nu tonen op z'n gsm.... euh, wat zie ik, oh fuck oh fuck oh fuck indeed, dienen vieze vent toont mij porno. DWAZEN KLOOT! VUILE VIEZE MAN!, denk ik. Met een streng gezicht schud ik mijnen kop van nee en gebaar hem weg te gaan. De starende bankmensjes kijken met een blik naar mij van 'I told you so'. Tot zover mijn vertrouwen in de vriendelijkheid van de mensen hier en het besef dat ze niet altijd vragen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan... WAAR IS MARJAN! Blij haar terug te zien, vertel ik mijn zopas geleden traumatische ervaring, ik wilde zo snel mogelijk op die bus en weg, intussen van frustratie ne hele zak chips in mijn mond gepropt, ook al om iets te doen te hebben. Gelukkig vetrok de chauffeur vrij snel en wij waren de enige passagiers op de bus... Joepie, we hebben chance deze keer. Tarara. 10 minuten later werden we bruut gewekt uit onze luxedroom - we mochten overstappen in een ander busje. Een ander busje dat - uiteraard - vol zat. We werden er ingepropt en de deur kon nog net toe. Deze rit voerde ons langs bergwegen, oh nee! Ik weet het niet zenne, maar ik denk dat die chauffeurs een soort ingebouwd radarsysteem hebben om te zien of er tegenliggers aankomen, ik zie het alleszins nie en ik zit ook spannend mee te staren met de chauffeur nochtans.
We zijn intussen 30 maart 2010, elf uur 's morgens. De vlucht van Medan naar Jakarta zit erop, het is al 11 uur en we moeten nog een paar uur wachten op onze vlucht naar Denpasar, Bali. Nog alijd niet echt geslapen, alleen wat op de vlucht naar Jakarta, ik heb het vliegtuig zelfs niet meer weten opstijgen. Ik weet al wat we gaan doen als we aankomen in Bali... als een blok in slaap vallen.
Sumatra is vermoeiend, een reis overvol met indrukken. Ook al is het veel miserie en gesleur, het is wel een ervaring die ik niet wil missen. In vergelijking met Thailand is het hier pure chaos en ik ben blij dat ik eerst naar Thailand ben gereisd om al wat aan te passen. De eerste kennismaking met Medan was verschrikkelijk maar intussen hebben het land en de mensen veel aan charme gewonnen. En da's vooral te danken aan Bukit Lawang. Ons kamer in Indra Inn met zicht op de jungle hielp meteen om alle nare herinneringen te vergeten. We werden daar ontvangen als oude vrienden. Natuurlijk zit iedereen die daar rondloopt wel met een zaakje of ze runnen een resto of guesthouse of ze zijn gids. Maar na de overstromingsramp in 2003 doet iedereen z'n best om Bukit Lawang weer op de toeristische kaart te krijgen. Daarom ontvangen ze ons met open armen. We hebben niet het gevoel dat ze er ons willen opleggen dus we genieten met volle teugen. En natuurlijk heeft Bukit Lawang één grote troef: de oerang oetangs - geen idee hoe dat je dit schrijft :-) zit er nog een streepeken tussen of niet, ik weet het niet en onze Lonely Planet is in't Engels, dus ik gok op oerang oetangs. Anyway, Bukit Lawang is 1 van de amper 2 plaatsen op deze ganse wereldbol waar je nog oerang oetangs in het wild kan bewonderen. Amai, ik voel mij bevoorrecht. De beesten zijn ook met uitsterven bedreigd. Er zouden er maar zo'n 5000 leven in Bukit Lawang. Ook in Borneo kan je nog oerang oetangs spotten (voor de zondagse TV1-kijkers die na de lunch ook naar 'een half uur natuur' kijken - in februari was er een reeks over het opvangcentrum in Borneo)
Maar er zit een schaduwkant aan onze bevoorrechte positie. De aanwezigheid van de toeristen zou de populatie van oerang oetangs in gevaar brengen. Want wij brengen natuurlijk allerlei vuile ziektes mee waar sommige beesten zelfs aan sterven. Maar moesten er geen toeristen zijn, dan zou het rehabilitatiecentrum van het Gunung Leuser National Park ook geen inkomsten hebben om open te blijven en om de beestjes te helpen. Toch wel dubbel allemaal. Zonder de toeristen zou ook een groot deel van de bevolking van Bukit Lawang zonder inkomsten zitten. Dus besloten we maar met volle teugen te genieten van onze jungletocht en zo voorzichtig mogelijk te zijn (geen vuilnis achterlaten, niet te dicht bij de dieren komen, enz.).
Zondag 21 maart vertrokken we in het gezelschap van onze gids Jungle Eddy en z'n kompaan Rainbow. Onze medestappers waren Euhm en Euhm (ben slecht in namen onthouden), een sympathiek Brits koppel. 'k Was een beetje bang voor de inspanningen die zouden volgen, maar je moet er wat voorover hebben om de harige beesjes te zien, niewaar. Wat een verschil met de fluttrekking in Thailand! Ten eerste voor mijn arme spieren. Een jungletocht is 'No walk in the park', da's zeker. We volgden zelfs geen duidelijk pad. We moesten al onze ledematen gebruiken om door de dichte begroeing te raken. De armen om ons aan de bomen op te trekken. Hoge stappen. Soms uitslieren. Over omvergevallen bomen klauteren of eronder kruipen. Dit was wel degelijk de jungle. Ik wenste soms dat ik een aapje was zodat ik zorgeloos aan de takken van de bomen kon slingeren. 't Was dus lastig, maar helemaal de moeite waard. Na een goed uur wandelen - waar we helaas ook andere groepen tegenkwamen - het enige minpuntje - 't waren dan off course nog eens luidruchtige Hollanders - enfin, na een goed uur spotte de gids al de eerste oerang oetang. Eigenlijk niet zo moeilijk want de kompanen liepen voorop om de beesten te spotten en ze belden dan - jawel! met de gsm in de jungle - waar we heen moesten trotten. De eerste oerang oetang was moeilijk te zien. We probeerden dichter te komen, maar dat betekende steil omhoog klauteren. Plots riep de gids dat we weg moesten - er kon mogelijk een stuk boom afbreken. Zoef, ik sloor recht naar beneden, tja, in de jungle kan een mens toch nie proper blijven. We splitsen af van de ene groep en spotten algauw een ander exemplaar redelijk hoog in de bomen. Maar die oerang oetang kan ons gezelschap niet appreciëren dus ook wij weer weg en ineens zaten we vlakbij 2 oerang oetangs, 2 moeders en kind. De ene heet Mina. Ze is berucht in Bukit Lawang en omstreken. Ze kan namelijk soms wat lastig doen tegen bezoekers van de jungle :-) Deze oerang oetangs stonden gewoon vlak voor onze neus. Dit had ik echt niet verwacht. Het zijn ook wel semi-wilde oerang oetangs die zo dicht komen. De wilde kan je alleen vanop een afstand spotten. De semi-wilde worden ook - als ze zin hebben - elke dag bananen en kokosmelk gevoederd aan het voederplatform door de rangers van het Nationaal Park. Anyway, om oog in oog te staan met zo'n beest, daar moet een mens effe van slikken. Eerst ben je compleet onder de indruk, dan begin je te zoeken naar je fototoestel want dit moet je op foto hebben voor het te laat is en dan ineens merk je dat je tijdens je de foto aan het nemen bent maar op zo'n meter afstand van zo'n reusachtig beest staat. Snel een stapje achteruit. Bij Mina moesten we supervoorzichtig zijn. Ja, ik was op dat moment heel ontroerd. Wat een voorrecht om in de jungle te staan, zo dicht bij dieren die misschien over x aantal jaar niet meer bestaan. Ik genoot met volle teugen. En dan was het voorbij. We trokken verder de jungle in maar zagen niet veel andere beesten meer. Jammer, ik wou nog graag gibbons zien, maar zo'n dingen kan je niet plannen niewaar. Tegen de middagpauze waren mijn benen als lood. De klim erna was voor mij zo goed als dakett had ad. :-) De jungle is niet klimmen zoals een trapken doen, je moet je soms echt heel hoog optrekken en je armen daarbij gebruiken. De afdaling naar de rivier was weer een hindernissenparcours waarbij je moest oppassen om geen meters naar beneden te slieren. De bomen gaven gelukkig houvast. Maar eenmaal gearriveerd aan de rivier zakte ik als een pudding in elkaar. De jungle is absoluut niet voor watjes. Ik weet niet of ik het zo twee dagen zou kunnen volhouden, maar ik ben trots dat ik het toch weer gedaan had. Nooit gedacht, maar als je vooruit moet, dan moet je vooruit. We keerden terug naar Bukit Lawang met de tubes - een soort autobanden waar je in moet gaan zitten en waarmee je de rivier afvaart. Pretty exciting! Vooral als je in zo'n paar stroomversnellingen terecht komt. Splash, gil. En prachtig ook, je vloeit over het water en rondom zie je alleen maar jungle. Met spijt in het hart arriveerden we op het appartement. What a day! Dit is het hoogtepunt van de reis, no doubt.
Maar... het avontuur was nog niet voorbij. We waren nog, napratend over de fijne dag, koekjes aan het oppeuzelen toen plots een aapje, nou jaa, een grote makakaap genaamd de longtail makak of cheaky monkey op ons balkon verscheen. Wie verschieten natuurlijk en Marjan smijt in een reflex een koekje naar beneden om de aap weg te jagen. Hm...het beest komt terug, ik volg Marjan haar voorbeeld en gooi nog een koekje... HM. Niet zo slim meisies. Want deze slimme aap weet nu dat hij koekjes krijgt als ie terugkeert. Dus, een paar tellen later stond het beest er natuurlijk opnieuw... waar zijn die lekkere koekies? Hup, weer een koek smijten en weer gegil. De koeken waren op en daar stond de monkey weer. Ik stond wat te gillen en ksjsss ksjsss te roepen tot het beest op zijn gemak verder huppelde. Beneden stond een van de locals ons gretig uit te lachten natuurlijk. Maar ja, wat als dat beest op mij springt en bijt of zoiets, weet ik veel, ik ben nie op gegroeid in de jungle moat. Maar kennelijk doen ze dat niet zo gauw verzekert een van de locals ons.
Dat doet mij denken aan nog een avontuur twee dagen voordien. We kwamen van een gezellige avond in de Green Hill. Een avondje met muziek, wat getetter met de locals, ene genaamd Donnie met de grote mond. Toen we 's nachts lekker in ons bedje lagen te snoezen, schrikt Marjan opeens. "Er zit gelijk iemand op ons terras." We hadden wat gestommel gehoord, maar daarna was het weer stil. Marjan ligt wat later lekker te slapen... Ik lig met bril en al nog op met de ogen wagewijd open, oren gespitst. Fuck, er zit hier gewoon nen inbreker op ons terras of wa. Wat als ie binnen wil komen, wat gaat ie doen, en die deur is ook maar een flutdeurtje, fuckfuckfuck, help. Hier zitten we dan in de jungle met een inbreker op ons terras. Een uurtje of wa later hoor ik ineens geritsel. We hadden nog een zak chips met een restje in laten liggen op de tafel buiten en ineens hoorde ik iemand in de zak grissen. Oh nee, diene smerige inbreker zit gewoon ons chips op te eten, wa voor ne freak is dat, nen chipsetende hongerigen inbreker! De minuten tikken voorbij. Ik raap uiteindelijk de moed bijeen om... ewel, eerst naar het wc te rennen want ik moest natuurlijk plassen van al die spanning - daarna grijp ik de zaklamp en schijn met een bang hartje naar buiten. Euhm, niks te zien, vreemd. Na een tijdje val ik doodop in slaap. De volgende dag blijkt dat er tandensporen zaten in de zak chips. Aha, euhm, we zitten hier in een kamer naast de jungle, zou het zijn dat er een aapje zich lekker tegoed kwam doen aan onze eetbare cadeautjes op het terras. Goed zo! En daarom lig ik een ganse nacht wakker, jeezes. Nooit eten achterlaten als je in een kamer naast de jungle zit. Een ander aapje of hetzelfde aapje had ook ons fruit opgepeuzeld maar het zakje mooi laten hangen. De nacht na de jungletocht had ik wat overschot meegekregen van het nabijgelegen restaurant en dan heb ik weer een halve nacht wakker gelegen omdat ik dacht dat die sneaky apen dat wel zouden ruiken en waarschijnlijk zouden inbreken. We hebben die nacht wel jammer genoeg een ander beest gehoord... waarschijnlijk een muis of rat... ieuwwww, want Marjan vond de volgende morgen haar tandpasta terug met tandensporen in. Manmanman, ik die zo bang ben van allerlei beesten, ik heb hier toch al veel moeten verbijten zenne.
De dagen in Bukit Lawang waren zalig. Den gast die in ons guesthouse werkt, Cucumber, heeft ons ook es meegnomen om te tuben op de rivier. Daar heb ik mijn waterangst wel moeten overwinnen, maar het was zalig. We zwommen wat in het water en zagen een bende cheaky monkeys in de bomen. Zalig, in het water temidden de jungle. Een andere dag hebben Fi'i en Quiet Man ons meegenomen naar een rivier. We hebben een 'kleine' wandeling gedaan van een uur, hm, en daarna lekker gezwommen in het water, een kroontje gekregen en een lekker fruitpicknick gehouden. Allemaal leuk, maar al die gasten willen je wel versieren. :-) De smoes van 'ik heb een vriendje' blijkt geen efficiënt afleidingsmanoeuvre te zijn. Hoh ja, de aandacht was leuk maar op den duur kregen we iets te veel aandacht dus we zijn net op tijd vertrokken voordat we ons kamer niet meer uitdurfden, bang om weer opgewacht te worden beneden door een stel aanbidders die weer een uitje met ons gepland had. Ver kan je ook niet lopen in Bukit Lawang, ging je iets gaan eten, dan zat je ineens met een paar gitaarspelende en luidkeelszingende locals aan tafel. Maar het was heel gezellig altijd. Wat moet een mens nog meer: oerang oetangs zien, een kamer met zicht op de jungle en een bende aanbidders. Maar we moesten verder als we nog iets van Sumatra wilden zien. Onze tijd hier is kort. Met spjit in het hart en begeleid door Fi'i en nog een andere gast die voor wa centen onze backpack droegen gingen we naar het busstation. Allez, veel moet je je daarbij niet voorstellen. Een parking en als je geluk hebt, staat er een bus. Hup, weer de bus op - help - en bye bye good times.
We moesten terug hobbeldehobbel naar Medan NEEEEEE! om de bus te nemen naar Berastagi. Daar gingen we namelijk een vulkaan beklimmen. De busrit is een veelvoud van indrukken. Te veel om te blijven plakken op je netvlies. Drukte op straat, spelende kinderen, sloffende oudjes, overal drukte, pratende mensen, brommertjes met 3, 4 man op, ook kindjes, baby's zelfs. Allerlei winkels, allez, houten muren met een reclamebanner die half versleten is, eetkraampjes met wat krammikige stoelen. Chaos chaos. Ons land lijkt een afgelikte sprookjeswereld, alles zo proper, zo afgelijnd, zo geregeld. Alles loopt hier door elkaar en natuurlijk schud je in de bus ook helemaal door elkaar. In Medan zijn we wat ongerust: hoe moeten we nu het busstation vinden waar we de bus naar Berastagi moeten nemen? Want bordjes met busstation op, dat zullen we niet echt tegenkomen zekers. We herkennen waar we een paar dagen eerder zijn opgestapt. We roepen Berastagi, moeten weer de bus op naar een ander station. En intussen probeert de chauffeur een praatje met ons te slaan. In een lege bus. Hij vooraan, wij helemaal achteraan. Op één of andere manier begrijp ik wat ie in het Indonesisch wil vragen. Belgia, zeg ik. Ah! De rest van het gesprek verstaan we elkaar niet, maar da's helemaal niet erg, we lachen wat af! Overal waar we reizen zijn we gelijk de enige toeristen. Een vreemd ontheemd gevoeld. Zelfs op de vlieger van Medan naar Jakarta zagen we geen enkele andere Westerling. We worden overal gelijk aapjes aangestaard. Mensen roepen naar ons, lachen naar ons. Vaak proberen ze ons natuurlijk ook iets veel te veel boven de normale prijs te verkopen. Maar onze zenuwen kunnen het na 5 dagen jungle wel verdragen. Op naar Berastagi.
Berastagi is jammer genoeg weer een drukke stad. Na wat gezoek en gesukkel in het donker vinden we een guesthouse en een Belg! Den Josse. Hij zoekt nog wandelcompagnons om de vulkaan Gunung Sibayak te beklimmen. Dat was ons plan voor de volgende dag, dus dat komt goed uit. De volgende dag sta ik met een klein hartje op. Verdomme, weer een zware wandeling en mijn spieren doen nog pijn van de jungletocht. Ik zie het eigenlijk niet zitten en wil 199 keer terugkeren, maar we blijven wandelen. Josse en Marjan een stuk voorop. De platte en dalende stukjes been ik bij. Als het erg begint te stijgen, gaan we alledrie ons eigen tempo. Maar het blijkt toch heel doenbaar. De steps die op het kaartje staan, zijn niet de mooi uitgekapte rechte stenen die ik gehoopt had :-) 't Is een flinke klauter naar boven maar al bij al valt de 3 uur durende klim wel mee. Het zicht bovenop de uitgedoofde vulkaan is prachtig. Vooral de 'i did it'-voldoening is groot. En we worden dan ook nog es gevraagd door een bende giechelende meiden om op de foto te staan, wel grappig. Ik dacht toen al euforisch dat de afdaling wel een piece of cake ging zijn... tarara! De steps waren bijna totaal verdwenen. Echt steil was het niet, maar wel slipperig. Ik loop er verloren in een gat naar beneden tot ik vast zit in de begroeiing bijna. Moet weer naar boven klauteren. En Marjan en Josse maar tetteren en wandelen, lalalala, allez, ben ik nu de enige die hier aan het vloeken ben op dit fucking stomme pad. En dan val ik dan nog es af en toe pardoes om mn poep verdomme. Ik zie eruit als een moddermonster. Na twee uur ben ik blij dat die stomme afdaling is afgelopen. We trotten verder, drinken iets en proberen een busje terug te nemen naar Berastagi. Maar de chauffeur vraagt teveel dus we besluiten te voet verder te gaan. De zon is wel moordend dus we doen weer een busje stoppen. Blijkt dat de hele ploeg van Pizza Hut Medan in het busje zit na een trip op de vulkaan. Ze sleuren ons dolenthousiast in de bus, willen vanalles vragen. We krijgen koekjes, water. Ze roepen vrolijke dingen, vragen dingen in het Indonesisch die we niet verstaan. Maar we lachen er vrolijk op los. De Josse zit achterin tussen en paar gillende meiden geklemd. En ik weet niet op hoeveel Indonesische fototoestellen we nu al staan. Wat een dolle rit. Wel kort, we moeten een andere bus nemen om in Berastagi te geraken. De avond eindigt met internet en een mottige wandeling terug naar het guesthouse. De steden is Sumatra zijn dus niet fijn. Iedereen wil met je praten. En dan roepen ze nog 'Mister', het enige woord dat vele kennen. Of 'wer joe go', 'wer joe from'. 't Is alsof ze allemaal een woordje Engels willen spreken als ze een toerist zien, kwestie van de taal wat te oefenen. Maar 's avonds is dat toch minder fijn. Het internet is hier ook vreselijk enerverend traag. Sommige dingen lukken ook gewoon niet. AAARRGGGHHH! De volgende dag willen we geld afhalen en ook dat lukt weer niet. Ook wifi lukte niet.
We vluchten weg naar Lake Toba. Eerst een ritje met de opelet (klein stadsbusje), dan de eerder beschreven dodenrit en daarna een kort stukje nog naar Parapat. Daar springen we op de boot naar TukTuk, een soort vooreilandje van het grote eiland Samosir dat temidden het meer van Toba ligt. Samosir zou zo groot zijn als Singapore, jawadde. En lake Toba het grootste meer van Zuidoost-Azië. Op de ferry nog een grappig gesprek gehad met een stel Nederlanders. Hun hele reis is georganiseerd van een Nederlands reisbureau en het kost hen waarschijnlijk ongelofelijk veel meer dan het zou moeten als je het zelf organiseert. Wel grappig, onderweg kom je geen toeristen tegen, eenmaal gearriveerd gelukkig wel es en dan is het fijn om nog es een klapken te doen. Jungle Eddy uit Bukit Lawang heeft ervoor gezorgd dat we een lift krijgen naar Cristina's Guesthouse, gerund door vrienden of familie van hem. 2 gasten op een brommer dagen op aan de ferry en we springen achterop. Cristina's zit - gelukkig - vol. We komen terecht in een heel tof guesthouse ernaast, Parnas. We hebben een ruime kamer, zicht op het meer, lekker relax en een vriendelijke gastvrouw en -heer. We moeten de komende dagen wel een franse wc gebruiken, maar als je al op een franse wc gezeten hebt in een boot en op een trein, dan lukt dit ook wel. En goed voor de bilspieren! :-)
De dagen aan Lake Toba zijn lui. Schrijven, lezen, sudoko spelen, TukTuk verkennen, iets eten, luieren op het terras, staren naar het meer. Roddelen over de buren... Een Britse toeriste zit er namelijk al een paar weken vast na een zware val van de brommer. Haar been was zo gehavend dat ze niet meer kon lopen. En ze wordt geholpen door haar vriendje, een local uit TukTuk. Hij helpt haar met alles. Jammer genoeg is hun muziekkeuze niet jedatjes. Elke morgen 'Everything I do, I do it for you' van Bryan Adams horen is niet mijn ideale manier om wakker te worden. (Sorry ma, ik ben niet zo ne fan als gij :-) Qua muzieksmaak zitten ze in Sumatra gelijk nog ver achter. Maar zelf kunnen ze wel goed muziek spelen. Net als in Bukit Lawang heeft iedereen hier een gitaar. Elke avond wordt er gespeeld en gezongen. Zaterdag was het vollen bak in het resto boven ons. Iedereen zingt ook luidkeels mee, vals of niet. Bedeesd zijn ze niet echt.
Zondag huren we opnieuw een brommertje en Josse vergezelt ons met zijn Suzuki. Ik ben weer wat bang want de wegen liggen hier slecht en het is nog maar de 2de keer in mijn leven dat ik op een brommer kruip. Zonder verzekering of helm mogen we vertrekken, als dat maar goed afloopt. Ik ben natuurlijk weer de trage schildpad maar ik wil toch nie te wild doen als ik de dag heelhuids wil doorkomen dus ik rij heel rustig rond. Marjan en Josse rijden voorop... een eind voorop. Ze stoppen regelmatig om me op te wachten. Maar na een tijdje begint het me te dagen dat het nu wel al heel lang geleden is dat ze gestopt zijn. Ik rij nog wat verder. Vreemd, ze zijn wel ver uit zicht, ik zie ze niet meer. Ik zie ze eigenlijk al een hele tijd niet meer. Ik rij verderr. Ik ga es kijken of Marjan gebeld heeft, misschien zijn ze vroeger gestopt. Ik rij verderrr. Allez, zouden ze nu gewoon blijven rijden zijn zonder es te stoppen? Ik rij verderrrr. Oei, die brug, daar zouden ze nu toch wel gewacht hebben op mij. Ik rij verderrrrrr. Ik kijk es op de kaart. Ik rij verderrrrrrr. 2de brug, dit kan niet meer. We zijn intussen een half uur gepasseerd en lichtjes in paniek begin ik aan de terugtocht. Oh nee, die staan toch nie ergens te wachten op mij. Wat als ik ze nu niet meer terugvind. Na een klein uurtje spot ik Josse; Marjan in complete paniek. Ze had al gebeld naar den Juan die ons de eerste avond in ons guesthouse gedropt had. Ze waren zelfs een eindje teruggereden om mij te zoeken terwijl ik ze gewoon moet gepasseerd zijn zonder ze te zien. Marjan dacht al dat ik van de aardbodem verdwenen was. Of gekidnapt. Of ergens halfdood in de berm lag. Verdomme, waarom is mijne frank niet vroeger gevallen. Typisch. Allez, eind goed al goed. Maar de Josse gaat er wel vandoor. Hij wou es goed doorrijden met de moto. Tja, met mij erbij zal dat toch niet het geval zijn. We zijn dan eerst nog naar een Batakoptreden gaan kijken. Het trok op geene zak en toen ze vroegen om mee te doen, wilden we weglopen. Nee, we gaan ons nie weer belachelijk maken na onze plopdans in de Thaise jungle. Dank u! Het hele gedoe eindigt met een ei dat kapot geslagen wordt. En dan moesten we ook nog es een offer brengen. Nie mee mij, zenne. We hadden al entree betaald. De muziek was uiteindelijk wel ok, den dans hmmm. Na dit scoone optreden amai, zijn we nog wat verder gereden langs het meer met een landschap vol typische Batakhuizen en graven met kruisen. De Batak waren vroeger kannibalen maar werden in de 19de eeuw bekeerd tot het Christendom. 't Was weer leuk om dit alles te zien op een brommertje maar na een tijdje deed mijn poep pijn. We zijn nog efkes souvenirs gaan kijken.Ik heb waarschijnlijk te veel betaald voor 2 batakbeeldjes maar de vrouw smeekte mij dat ze met dat geld haar kindjes naar school kon laten gaan. allez dan. En dan moesten we ook nog es op de foto met een stel Indonesische gasten die ons fantastisch vonden. Tegen de avond waren we terug en hadden we geen zin om sociaal te doen. Maar dat was buiten de partyanimals van de Batak gerekend. Ik kwam net uit de douche toen het muzikaal geweld losbarstte. Een feestje voor onze Britse buurvrouw omdat ze moeilijk naar boven kon. Dus de party kwam naar haar in de vorm van 20 man die allemaal graag zongen! Met nog een paar gitaren en drums en we hadden een gans orkest voor ons deur. Een van die gasten, Jerry, diegene met de grootste muile en zo stoned gelijk een kieken, wou mijn vriendje worden. Amai, van liefde op het eerste zicht gesproken! Hij wou efkes gaan wandelen met mij aan het meer en mij verhalen vertellen over Lake Toba... tarara. Ben braaf in mijn bedje gekropen terwijl Jerry nog enkele pogingen waagde om me buiten te krijgen door luidkeels liefdesliedjes te zingen. Ik ben rustig in slaap gevallen na een toch weer gezellige avond aan Lake Toba.
Ook deze plek moesten we wederom met spijt in het hart verlaten. Sumatra is een beetje wennen en het is chaos en een cultuurschok maar als je de mensen beter leert kennen, vooral in de kleine dorpjes, dan kan je niet anders dan gecharmeerd geraken. Alles loop hier rustig z'n gangetje. En ze vieren hier het leven door passioneel te brullen op de tonen van de gitaar. Geluk, dat maak je zelf, en je hebt er niet veel voor nodig. Een gemeende glimlach en het leven ziet er altijd beter uit.
Sumatra, we gaan je missen!
zaterdag 27 maart 2010
VAN DE HEMEL NAAR DE HEL EN TERUG...
Eindelijk, na drie weken reizen... zon, zee, strand. De dagen in Koh Phangan zijn zoals ik gehoopt had... ZALIG. Ontbijten op het terrasje van onze hut, slenteren naar het strand dat nog geen 20 meter verder ligt. Een plonsje in het lekker warme water. Dan opnieuw lekker eten met een sapje aan een tafeltje met de voetjes in het zand. Weer zonnen, lezen, mijmeren, strandgangers observeren. Slenteren naar ons hutje. Voeten afspoelen. (we hebben een mooie aardewerken kruik met scheppertje en als versiering verse, lekker geurende bloemetjes die op het water dobberen) Efkes opfrissen voor het diner op het strand. Topper was opnieuw Fried Yellow Curry with Crab. MMMMMMMM
En dan vroeg in bed. Enige dompertje op de feestvreugde... kakkerrrrlakkennnn. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii Marjan heeft bewezen dat ze zo moedig is als een leeuw! Maar liefst drie kakkerlakken zagen de achterkant van haar medogenloos meppende sandaal... wie zegt er dat kakkerlakken niet makkelijk te vernietigen zijn :-) Ik stond intussen gillend en rillend in de verste hoek van de kamer klaar om te vluchten. Als tegenprestatie heb ik dan ook maar een spin doodgemept.
's Nachts maakten we kennis met een ander vreemd fenomeen: de troepen huilende straathonden. Af en toe barstten ze uit in een waar jankfestijn, zoals een troep wolven. Maar de honden hier zijn doetjes. Ze houden je graag gezelschap op het strand.
Op 16 maart eindigden de mooie dagen in het paradijs. We moeten weer verder. En het zal een ware beproeving worden. Van het eiland Koh Phangan naar Medan, de hoofdstad van Sumatra, Indonesië. De dag begint met een laatste plons in het zalige water, ontbijt en een beetje dommelen op een ligschommel. Om 15 uur begint de eerste etappe. Terug van ons strand naar de haven. En de hemel zij geprezen, deze keer een comfortabele rit in een minibus. Etappe 2: de boot om daarna een uurtje op de bus te zitten naar het treinstation van Surat Thani. Daar moeten we uren wachten om uiteindelijk om 2 uur 's nachts op de slaaptrein te springen. 5 uur later moeten we er alweer uit in Haad Yai. Daar kunnen we ontbijten om daarna op de minibus te springen naar Penang, een eiland voor de Maleisische kust. Alles verloopt vlotjes tot in Penang. Daar horen we dat de boot naar Medan, Indonesië, niet meer uitvaart. Dju!!! Gestrand in een troosteloze stad... We vinden een bondgenoot in een Europeaan die al 25 jaar in Thailand woont maar elk jaar een visarun moet doen naar Maleisië. Hij wil zo snel mogelijk naar Bangkok dus we besluiten samen een taxi te nemen naar de luchthaven. Diene mens trakteert ons zelfs op de rit, maar pech voor hem, hij heeft maar de volgende dag een vlucht naar Bangkok. Wij hebben meer geluk, wij hebben om 20u een vlucht naar Medan. Alleen... we mogen maar 15 kilo bagage meenemen. Mij lukt het nog net, maar Marjan moet beginnen puzzelen. We proppen nog wat in de handbagage... wat een gesleur... maar het lukt om zonder extra kosten in te checken. Tot Marjan ineens opschrikt: "Neeee, mijn zakmes zit nog in de handbagage!" Damn, de mijne ook. (Een handig cadeau van Tineke en Martine waar ik nog geen afscheid van wil nemen) Wat nu! Gelukkig kunnen we dat ding nog laten inpakken en inchecken. Alleen, we hebben maar 6 ringit (Maleisisch geld) en het kost 10 ringit. Maar een beetje lief lachen en wat smeken en meneer geeft ons korting. Oef! Wat een spannende dag alweer. Oververmoeid wachten we om op te stijgen en het blijft maar duren. Het valt ons ook op dat Indonesische mensen niet zo knap zijn, toch niet die in de luchthaven. Er loopt een oud ventje met op het eerste zicht een sikje... blijkt heel veel grijs haar te zijn dat groeit uit een moedervlek ieieieieieieieuuuuwww. Tja, ik kreeg wat aanvallen van de slappe lach - altijd als ik oververmoeid begin te geraken. Uiteindelijk kunnen we vliegen. Een groot half uur en we landen in Medan. Eenmaal gearriveerd aan de bagage worden we overvallen door opdringerige taxichauffers en money exchangers. Maar in de Bijbel, de Lonely Planet, lezen we dat we een becak moeten nemen, een soort tuktuk maar met een brommer aan de zijkant. We vreesden eerst dat het enkel een fiets zou zijn, oheere voor die drivers. We ontwijken alle opdringerige taxichauffeurs die schreeuwen "Wher joe from, wher joe go, taxi taxi." Na het hindernissenparcours vinden we een becak. De driver neemt ons mee, allez, propt ons en alle bagage in een gammel ding. Ik zit met een halve bil op Marjan, mijn hoofd tegen een plastieken afdakje, de rugzak geklemd tussen de benen, geen zak te zien van Medan tijdens de rit. Een schietgebedje en hopend dat het een korte rit wordt, want lang hou ik deze houding niet vol zenne. We worden gedropt in Ronna's Guesthouse: "Een guesthouse with simple but perfectly fine rooms that make a great chose for those on a tight budget", zo stelt toch de Lonely Planet. Jawadde! Ik werd er stil van, simpel en perfectly fine kregen toch een nieuwe betekenis. 't Was een krot, nog nooit zo'n een erge kamer tegengekomen in mijn leven. Maar te moe om verder te zoeken besluiten we te blijven. Mijn mondhoeken vallen helemaal naar beneden. Diepe zucht. Maar ons gastvrouw Ronna blijkt vriendelijk, ze wil me zelfs al koppelen aan hare maat. Help, die zat al te loeren naar mij. We proberen wat opgewekter te zijn, maar het lukt niet echt. Eerst een douche dan maar... we zijn ten slotte al 30 uur onderweg. De kamer is echt troosteloos. Muren van bijna karton. Er past amper een bed in de kamer. Een tafel met krantenpapier als "opsmuk". Een ventilator die nog warmere lucht dan buiten blaast. Wel kapstokken, joepiejee! En dan de badkamer, een wc met de bril ernaast gevallen. Een arm excuus voor een doucheknop aan de muur. Een emmer vies water. Tekeningen op de muur van de vorige troosteloze bezoekers. Viesviesvies. En dan het plafond, bovenaan zit er gaas, jaja, dat zal helpen om de muggen tegen te houden. Ik ben meer bang van de ratten en kakkerlakken. Die hebben we nog genoeg gezien in Medan als we efkes een avondwandeling gingen maken. Na het doucheken waar je gelijk vuiler uit kwam dan je erin ging, besluiten we op zoek te gaan naar een geldautomaat. Op straat worden we constant aangestaard en nageroepen. Ik wil niet weten wat ze roepen :-/ Het is druk, veel verkeer. Ratten die uit vuilbakken kruipen, je moest oppassen om niet op een kakkerlak te trappen. VUIL VIES. Tja, Medan staat ook gekend onder de reizigers als een vreselijke stad. Jammer genoeg had de bijbel Lonely Planet daar dan wel gelijk. Over ons guesthouse daarentegen, we gaan toch es een mailtje sturen om te zeggen dat ze dat uit de gids mogen schrappen. Op het troittoir wandelen was ook al een beproeving want die zit vol gaten en met gaten bedoel ik stenen van bijna een meter op een meter. En ja, dan gaap je recht in de riool. Help help, waar zijn we hier toch beland. We vinden een heleboel automaten op een rij maar geen enkele wil ons het gewenste bedrag geven. Ok, we willen wel 3 miljoen Indonesische roepia, maar da's maar peanuts. Het lukt maar niet om geld uit de automaten te halen. En ons geldafhaalavontuur begint op een slechte deurenkomedie te lijken. 6 kotjes naast elkaar en we proberen het ene na het andere. Ene in, ene weer uit, andere in, andere weer uit en ga zo maar door. En dan opnieuw alle kotjes aflopen om een lager bedrag te proberen afhalen. Gefrustreerd en zonder geld vluchten we daar weg. We stappen een hotel binnen en Marjan slaagt er uiteindelijk in om toch een half miljoen af te halen. We stappen weer verder en stappen een internetshop binnen om ons vliegticket van Medan naar Bali te boeken. De internetshop zit vol jonge gasten, je kan niet tegen elkaar praten wegens het oorverdovend lawaai van verschillende schelle songs door elkaar. Ons zenuwen staan op springen. En het internet blijkt ook al niet goed te werken en tot overmaat van ramp staan er een paar jonge gasten over onze schouder mee te kijken als we geld willen storten. Marjan jaagt ze weg maar we zitten toch met een wreed ongemakkelijk gevoel. En het lukt gewoon niet, grrrr. Alles valt tegen - de eerste uren in Medan zijn een regelrechte ramp en we willen eigenlijk zo snel mogelijk weg. Het dieptepunt van de reis. We gaan nog iets eten aan een kraampje op straat. Ik zet me neer en zie wederom een rat wegspurten. Ik blijf op het puntje van mijn stoel zitten en onze onderlip hangt bijna op de grond, 't is om te bleiten. Aan tafel komt de chef bij ons zitten. We moeten wat small talk doen, iets waar we nu echt geen zin in hebben. En dan vraagt die gast nog hoe oud ik ben, of ik een lief heb. Niet nu, jeezes. Dan komt er nog iemand bij ons zitten. Maar een kleine opkikker, hij spreekt Nederlands. (Indonesië was vroeger een kolonie van Holland)
De gast valt mee tot blijkt dat het een gids is die ons de volgende dag mee wil nemen voor een rondleiding. Lap, weer eene die achter ons geld zit. Nee, we kunnen er die dag niet mee lachen en voelen ons loslopend wild. En in de verste verte is er ook geen andere toerist te bespeuren. Dan maar snel terug naar het guesthouse. Ogen toe, proberen snel in slaap te vallen en deze dag gewoon vergeten. 't Is al 1 uur en de volgende dag zijn we om 8 uur alweer klaarwakker... de kamer ziet er nog mistroostiger uit in het daglicht.
En die nacht werden we ook nog es gewekt door het schel geluid van de gebeden van de moskee. Die moskee blijkt ook gewoon achter ons guesthouse te liggen. Nog een extra pluspunt aan ons prachtig verblijf. Die morgen ben ik muisstil, de moed zakt me in de schoenen. Marjan voelt zich al niet veel beter. Ok, we moeten ons hier doorsleuren. We gaan opnieuw geld proberen afhalen en ons tickets boeken aangezien al ons efforts van de vorige avond bijna op een nuloperatie uitliepen. Ook overdag kan Medan ons niet bekoren. We hebben een lange broek aan, een hemdje met lange mouwen, dus we tonen bijna geen bloot, we passen ons aan want het is ten slotte een moslimland en nog blijven die venten ons aanstaren. We beantwoorden hun gestaar met woorden als "vetzak", "vieze vent", "nog nooit een vrouw gezien of wa", "kluutzak", "ikke goa ui mee ui moale tegen de dampoarte kloppen". Ook de gaten in de grond tonen nu nog beter welke vuiligheid er onder ons ligt. Het internet werkt weeral niet. In één ding slagen we toch, geld afhalen, hallelujah. En uiteindelijk kunnen we ons ticket naar Denpasar (Bali) ook boeken. Jammer genoeg hebben we ons daarvoor te veel moeten blootstellen aan de Medanese mannen. Je ziet hier ook zo weinig vrouwen op straat. We lopen hier rond met ons gezicht op onweer, nee, op orkaan categorie nummer 10. Tja, de sfeer zat er niet meer in. Het enige wat we konden zeggen was "Ik haat Medan" en "Ik wil hier weg". Na het culinaire eetfestijn in Thailand hadden we zelfs geen zin om een plaatstelijk eetkraampje te bezoeken. En dan zijn we maar in een McDonalds binnen gestapt. En dat was het laatste wat op onze agenda stond in Medan. Snel onze backpacks gepakt en naar het busstation. De vriendelijk Ronna van het guesthouse wou ons er nog es opleggen door ons 100 000 roepia te vragen voor vervoer naar Bukit Lawang, terwijl je er voor
20 000 kunt geraken. Merci madam, hier zie je ons nooit meer terug en steekt diene Lonely Planet in uw gat. Met verrassend veel gemak vonden we de weg naar het busstation en daar konden we direct de bus op naar Bukit Lawang. De local bus, in Indonesië nog meer een avontuur dan in Thailand, ik kan het je verzekeren! En opnieuw waren we de enige toeristen op de bus. De rit was vrij hobbelig dankzij de wilde rijstijl van de chauffeur (achteraf gezien was deze chauffeur nog een doetje, amai, we hebben hier al wa ritten meegemaakt - maar da's voor later). Dan waren er ook nog eens overal gaten in de wegen en hier rijdt ook niemand op het juiste rijvak. Bedoeling is zoveel mogelijk andere voertuigen voorbij te steken en net op het nippertje voor je tegen de tegenligger botst terug te zwenken naar het juiste rijvak, nice! Ik heb gevaarlijk veel tegenliggers recht op de bus zien afkomen maar hij wist ze altijd net op tijd te ontwijken. En dan zie je oude mannen, kleine kinderen daartussen laveren op een gammel fietsje. Dit is totale chaos. Wat een cultuurschok na Thailand. De bus loopt langzaam vol. In Sumatra springen ook gewoon straatmuzikanten met gitaar op de bus. Sommige met al wat meer zangtalent dan de andere. In Thailand beginnen ze het roken ook al te bannen, zelfs in sommige restaurants, hier in Indonesië roken ze gewoon op de bus. Vooraan zaten 2 vrouwen mandarijnen te eten. Alle vuiligheid vliegt gewoon naar buiten. Ik vond het al zo erg in Thailand dat iedereen alle vuiligheid gewoon op straat smijt. Hier is het nog veel erger. De hitte in de bus is wel lastig, maar verdraaglijk. Het geronk kan ik met mijn zenattitude ook nog aan. De schokken en de bochten, daar kan ik op meewiegen. Maar ik was niet voorbereid op de karaoke-dvd. Ineens komt er uit de tv loeiharde techno met een beetje Indonesisch gezang. De buschauffeur draait het knopje... aha, denk ik, hij zal het wat stiller zetten... neenee, het stond nog niet loeihard genoeg, nog een beetje luider, olé. Tja, daar zit je dan... nog in shock van Medan, je zenuwen proberen onder controle te houden. Maar de clips zijn hilarisch. Lelijke venten die in plaats van dansen lichtjes een cm bewegen van links naar rechts en niet in de camera durven kijken. Een paar achtergronddanseresjes die lichtjes heupwiegend af een toe een beschaamd zwoele blik in de lens werpen en de montage is er één die ik zelfs niet in mijn stoutste domen zou willen uitproberen. De cameraman zou beter ook een bril dragen want echt scherp was het niet. Dit spektakel duurde zo'n 3 uur. Jieha en dat slingerend langs de bumpy roads af en toe een koe ontwijkend - de bus had er bijna eentje rakelings mee. Remmen voor een bocht, daar had onze chauffeur kennelijk ook nog nooit van gehoord. Maar het landschap begon veelbelovend te veranderen. We naderen de jungle! En ineens waren we er dan, in Bukit Lawang. Natuurlijk sprong er ons direct een behulpzame gast ter hulp om ons de weg naar de guesthouses te tonen. De bijbel had er ons voor gewaarschuwd, de gidsen rijden mee vanaf Medan en proberen je te overtuigen om met hen op trektocht te gaan. We waren dus gewaarschuwd. We sprongen uiteindelijk op een becak naar de rivier. Daar werden we al opgevangen door een andere gast die voorstelde om met ons mee te wandelen naar een guesthouse. Intussen volgde ook "the quiet man", ook een gids, maar god weet hoe ie aan werk geraakt want er komt bijna geen woord uit. Hij was wel volhardend, hij bleef ons gewoon volgen van de bushalte tot aan de guesthouses. Onze begeleider, Jungle Eddy, nam ons mee naar verschillende guesthouses. We gingen nu op ons gemak beslissen en nu een heel scoon kamer kiezen na ons krot in Medan. Ook al moesten we ons 20 kilo backpack meezeulen. Maar hier waren al de guesthouses wel ok. We hebben zelfs een kijkje mogen nemen in de Honeymoonsuite van de Jungle Inn. 40 euro, eigenlijk niet veel, maar zeker te veel voor ons budget. Wat een suite, even groot als mijne living, een bad, een douche, hemelbed, 2 of 3 terrassen.
Uiteindelijk vonden we een prachtige kamer voor maar 6 euro voor twee. Ook een groot terras, een prachtig zicht op de rivier en op de jungle. Joepie, we zijn terug in de hemel. Onze douche is dan wel een ton water met een schepbak, maar da's juist charmant. Jungle Eddy blijkt natuurlijk ook een gids, maar het is wel een toffe kerel die wat weet over de jungle dus we bespreken die avond met hem een mogelijke jungletocht. Intussen heeft quiet man heel de tijd gevolgd en ook 's avonds bij het eten is ie weer komen opdagen. Hij is eigenlijk wel grappig en volledig harmless. Wat een verschil met Medan! De mensen zijn hier supervriendelijk. 6 jaar geleden zijn er bij een overstromingsramp meer dan 200 mensen omgekomen. De toeristen bleven weg en nu is het dorp zich langzaam aan het herstellen. Logisch dat ze de toeristen met open armen ontvangen en we steunen de lokale economie met veel plezier. In ons hotel werkt een gast genaam Cucumber (hm, komkommer). Hij heeft ons met veel liefde twee pintjes komen brengen op het terras en we voelden ons hier direct welkom. En met zo'n zicht op de jungle kan je niet anders dan gelukkig zijn.
Het kan verkeren als je reist. Je vliegt van de ene emotie in de andere. Je weet nooit waar de weg je naartoe zal brengen. Waar je zal slapen die nacht; De ene dag is vreselijk en de andere voel je je in de 7de hemel. En daar doet een mens het voor natuurlijk. De komende dagen worden de zaligste dagen van de afgelopen weken!
En dan vroeg in bed. Enige dompertje op de feestvreugde... kakkerrrrlakkennnn. iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii Marjan heeft bewezen dat ze zo moedig is als een leeuw! Maar liefst drie kakkerlakken zagen de achterkant van haar medogenloos meppende sandaal... wie zegt er dat kakkerlakken niet makkelijk te vernietigen zijn :-) Ik stond intussen gillend en rillend in de verste hoek van de kamer klaar om te vluchten. Als tegenprestatie heb ik dan ook maar een spin doodgemept.
's Nachts maakten we kennis met een ander vreemd fenomeen: de troepen huilende straathonden. Af en toe barstten ze uit in een waar jankfestijn, zoals een troep wolven. Maar de honden hier zijn doetjes. Ze houden je graag gezelschap op het strand.
Op 16 maart eindigden de mooie dagen in het paradijs. We moeten weer verder. En het zal een ware beproeving worden. Van het eiland Koh Phangan naar Medan, de hoofdstad van Sumatra, Indonesië. De dag begint met een laatste plons in het zalige water, ontbijt en een beetje dommelen op een ligschommel. Om 15 uur begint de eerste etappe. Terug van ons strand naar de haven. En de hemel zij geprezen, deze keer een comfortabele rit in een minibus. Etappe 2: de boot om daarna een uurtje op de bus te zitten naar het treinstation van Surat Thani. Daar moeten we uren wachten om uiteindelijk om 2 uur 's nachts op de slaaptrein te springen. 5 uur later moeten we er alweer uit in Haad Yai. Daar kunnen we ontbijten om daarna op de minibus te springen naar Penang, een eiland voor de Maleisische kust. Alles verloopt vlotjes tot in Penang. Daar horen we dat de boot naar Medan, Indonesië, niet meer uitvaart. Dju!!! Gestrand in een troosteloze stad... We vinden een bondgenoot in een Europeaan die al 25 jaar in Thailand woont maar elk jaar een visarun moet doen naar Maleisië. Hij wil zo snel mogelijk naar Bangkok dus we besluiten samen een taxi te nemen naar de luchthaven. Diene mens trakteert ons zelfs op de rit, maar pech voor hem, hij heeft maar de volgende dag een vlucht naar Bangkok. Wij hebben meer geluk, wij hebben om 20u een vlucht naar Medan. Alleen... we mogen maar 15 kilo bagage meenemen. Mij lukt het nog net, maar Marjan moet beginnen puzzelen. We proppen nog wat in de handbagage... wat een gesleur... maar het lukt om zonder extra kosten in te checken. Tot Marjan ineens opschrikt: "Neeee, mijn zakmes zit nog in de handbagage!" Damn, de mijne ook. (Een handig cadeau van Tineke en Martine waar ik nog geen afscheid van wil nemen) Wat nu! Gelukkig kunnen we dat ding nog laten inpakken en inchecken. Alleen, we hebben maar 6 ringit (Maleisisch geld) en het kost 10 ringit. Maar een beetje lief lachen en wat smeken en meneer geeft ons korting. Oef! Wat een spannende dag alweer. Oververmoeid wachten we om op te stijgen en het blijft maar duren. Het valt ons ook op dat Indonesische mensen niet zo knap zijn, toch niet die in de luchthaven. Er loopt een oud ventje met op het eerste zicht een sikje... blijkt heel veel grijs haar te zijn dat groeit uit een moedervlek ieieieieieieieuuuuwww. Tja, ik kreeg wat aanvallen van de slappe lach - altijd als ik oververmoeid begin te geraken. Uiteindelijk kunnen we vliegen. Een groot half uur en we landen in Medan. Eenmaal gearriveerd aan de bagage worden we overvallen door opdringerige taxichauffers en money exchangers. Maar in de Bijbel, de Lonely Planet, lezen we dat we een becak moeten nemen, een soort tuktuk maar met een brommer aan de zijkant. We vreesden eerst dat het enkel een fiets zou zijn, oheere voor die drivers. We ontwijken alle opdringerige taxichauffeurs die schreeuwen "Wher joe from, wher joe go, taxi taxi." Na het hindernissenparcours vinden we een becak. De driver neemt ons mee, allez, propt ons en alle bagage in een gammel ding. Ik zit met een halve bil op Marjan, mijn hoofd tegen een plastieken afdakje, de rugzak geklemd tussen de benen, geen zak te zien van Medan tijdens de rit. Een schietgebedje en hopend dat het een korte rit wordt, want lang hou ik deze houding niet vol zenne. We worden gedropt in Ronna's Guesthouse: "Een guesthouse with simple but perfectly fine rooms that make a great chose for those on a tight budget", zo stelt toch de Lonely Planet. Jawadde! Ik werd er stil van, simpel en perfectly fine kregen toch een nieuwe betekenis. 't Was een krot, nog nooit zo'n een erge kamer tegengekomen in mijn leven. Maar te moe om verder te zoeken besluiten we te blijven. Mijn mondhoeken vallen helemaal naar beneden. Diepe zucht. Maar ons gastvrouw Ronna blijkt vriendelijk, ze wil me zelfs al koppelen aan hare maat. Help, die zat al te loeren naar mij. We proberen wat opgewekter te zijn, maar het lukt niet echt. Eerst een douche dan maar... we zijn ten slotte al 30 uur onderweg. De kamer is echt troosteloos. Muren van bijna karton. Er past amper een bed in de kamer. Een tafel met krantenpapier als "opsmuk". Een ventilator die nog warmere lucht dan buiten blaast. Wel kapstokken, joepiejee! En dan de badkamer, een wc met de bril ernaast gevallen. Een arm excuus voor een doucheknop aan de muur. Een emmer vies water. Tekeningen op de muur van de vorige troosteloze bezoekers. Viesviesvies. En dan het plafond, bovenaan zit er gaas, jaja, dat zal helpen om de muggen tegen te houden. Ik ben meer bang van de ratten en kakkerlakken. Die hebben we nog genoeg gezien in Medan als we efkes een avondwandeling gingen maken. Na het doucheken waar je gelijk vuiler uit kwam dan je erin ging, besluiten we op zoek te gaan naar een geldautomaat. Op straat worden we constant aangestaard en nageroepen. Ik wil niet weten wat ze roepen :-/ Het is druk, veel verkeer. Ratten die uit vuilbakken kruipen, je moest oppassen om niet op een kakkerlak te trappen. VUIL VIES. Tja, Medan staat ook gekend onder de reizigers als een vreselijke stad. Jammer genoeg had de bijbel Lonely Planet daar dan wel gelijk. Over ons guesthouse daarentegen, we gaan toch es een mailtje sturen om te zeggen dat ze dat uit de gids mogen schrappen. Op het troittoir wandelen was ook al een beproeving want die zit vol gaten en met gaten bedoel ik stenen van bijna een meter op een meter. En ja, dan gaap je recht in de riool. Help help, waar zijn we hier toch beland. We vinden een heleboel automaten op een rij maar geen enkele wil ons het gewenste bedrag geven. Ok, we willen wel 3 miljoen Indonesische roepia, maar da's maar peanuts. Het lukt maar niet om geld uit de automaten te halen. En ons geldafhaalavontuur begint op een slechte deurenkomedie te lijken. 6 kotjes naast elkaar en we proberen het ene na het andere. Ene in, ene weer uit, andere in, andere weer uit en ga zo maar door. En dan opnieuw alle kotjes aflopen om een lager bedrag te proberen afhalen. Gefrustreerd en zonder geld vluchten we daar weg. We stappen een hotel binnen en Marjan slaagt er uiteindelijk in om toch een half miljoen af te halen. We stappen weer verder en stappen een internetshop binnen om ons vliegticket van Medan naar Bali te boeken. De internetshop zit vol jonge gasten, je kan niet tegen elkaar praten wegens het oorverdovend lawaai van verschillende schelle songs door elkaar. Ons zenuwen staan op springen. En het internet blijkt ook al niet goed te werken en tot overmaat van ramp staan er een paar jonge gasten over onze schouder mee te kijken als we geld willen storten. Marjan jaagt ze weg maar we zitten toch met een wreed ongemakkelijk gevoel. En het lukt gewoon niet, grrrr. Alles valt tegen - de eerste uren in Medan zijn een regelrechte ramp en we willen eigenlijk zo snel mogelijk weg. Het dieptepunt van de reis. We gaan nog iets eten aan een kraampje op straat. Ik zet me neer en zie wederom een rat wegspurten. Ik blijf op het puntje van mijn stoel zitten en onze onderlip hangt bijna op de grond, 't is om te bleiten. Aan tafel komt de chef bij ons zitten. We moeten wat small talk doen, iets waar we nu echt geen zin in hebben. En dan vraagt die gast nog hoe oud ik ben, of ik een lief heb. Niet nu, jeezes. Dan komt er nog iemand bij ons zitten. Maar een kleine opkikker, hij spreekt Nederlands. (Indonesië was vroeger een kolonie van Holland)
De gast valt mee tot blijkt dat het een gids is die ons de volgende dag mee wil nemen voor een rondleiding. Lap, weer eene die achter ons geld zit. Nee, we kunnen er die dag niet mee lachen en voelen ons loslopend wild. En in de verste verte is er ook geen andere toerist te bespeuren. Dan maar snel terug naar het guesthouse. Ogen toe, proberen snel in slaap te vallen en deze dag gewoon vergeten. 't Is al 1 uur en de volgende dag zijn we om 8 uur alweer klaarwakker... de kamer ziet er nog mistroostiger uit in het daglicht.
En die nacht werden we ook nog es gewekt door het schel geluid van de gebeden van de moskee. Die moskee blijkt ook gewoon achter ons guesthouse te liggen. Nog een extra pluspunt aan ons prachtig verblijf. Die morgen ben ik muisstil, de moed zakt me in de schoenen. Marjan voelt zich al niet veel beter. Ok, we moeten ons hier doorsleuren. We gaan opnieuw geld proberen afhalen en ons tickets boeken aangezien al ons efforts van de vorige avond bijna op een nuloperatie uitliepen. Ook overdag kan Medan ons niet bekoren. We hebben een lange broek aan, een hemdje met lange mouwen, dus we tonen bijna geen bloot, we passen ons aan want het is ten slotte een moslimland en nog blijven die venten ons aanstaren. We beantwoorden hun gestaar met woorden als "vetzak", "vieze vent", "nog nooit een vrouw gezien of wa", "kluutzak", "ikke goa ui mee ui moale tegen de dampoarte kloppen". Ook de gaten in de grond tonen nu nog beter welke vuiligheid er onder ons ligt. Het internet werkt weeral niet. In één ding slagen we toch, geld afhalen, hallelujah. En uiteindelijk kunnen we ons ticket naar Denpasar (Bali) ook boeken. Jammer genoeg hebben we ons daarvoor te veel moeten blootstellen aan de Medanese mannen. Je ziet hier ook zo weinig vrouwen op straat. We lopen hier rond met ons gezicht op onweer, nee, op orkaan categorie nummer 10. Tja, de sfeer zat er niet meer in. Het enige wat we konden zeggen was "Ik haat Medan" en "Ik wil hier weg". Na het culinaire eetfestijn in Thailand hadden we zelfs geen zin om een plaatstelijk eetkraampje te bezoeken. En dan zijn we maar in een McDonalds binnen gestapt. En dat was het laatste wat op onze agenda stond in Medan. Snel onze backpacks gepakt en naar het busstation. De vriendelijk Ronna van het guesthouse wou ons er nog es opleggen door ons 100 000 roepia te vragen voor vervoer naar Bukit Lawang, terwijl je er voor
20 000 kunt geraken. Merci madam, hier zie je ons nooit meer terug en steekt diene Lonely Planet in uw gat. Met verrassend veel gemak vonden we de weg naar het busstation en daar konden we direct de bus op naar Bukit Lawang. De local bus, in Indonesië nog meer een avontuur dan in Thailand, ik kan het je verzekeren! En opnieuw waren we de enige toeristen op de bus. De rit was vrij hobbelig dankzij de wilde rijstijl van de chauffeur (achteraf gezien was deze chauffeur nog een doetje, amai, we hebben hier al wa ritten meegemaakt - maar da's voor later). Dan waren er ook nog eens overal gaten in de wegen en hier rijdt ook niemand op het juiste rijvak. Bedoeling is zoveel mogelijk andere voertuigen voorbij te steken en net op het nippertje voor je tegen de tegenligger botst terug te zwenken naar het juiste rijvak, nice! Ik heb gevaarlijk veel tegenliggers recht op de bus zien afkomen maar hij wist ze altijd net op tijd te ontwijken. En dan zie je oude mannen, kleine kinderen daartussen laveren op een gammel fietsje. Dit is totale chaos. Wat een cultuurschok na Thailand. De bus loopt langzaam vol. In Sumatra springen ook gewoon straatmuzikanten met gitaar op de bus. Sommige met al wat meer zangtalent dan de andere. In Thailand beginnen ze het roken ook al te bannen, zelfs in sommige restaurants, hier in Indonesië roken ze gewoon op de bus. Vooraan zaten 2 vrouwen mandarijnen te eten. Alle vuiligheid vliegt gewoon naar buiten. Ik vond het al zo erg in Thailand dat iedereen alle vuiligheid gewoon op straat smijt. Hier is het nog veel erger. De hitte in de bus is wel lastig, maar verdraaglijk. Het geronk kan ik met mijn zenattitude ook nog aan. De schokken en de bochten, daar kan ik op meewiegen. Maar ik was niet voorbereid op de karaoke-dvd. Ineens komt er uit de tv loeiharde techno met een beetje Indonesisch gezang. De buschauffeur draait het knopje... aha, denk ik, hij zal het wat stiller zetten... neenee, het stond nog niet loeihard genoeg, nog een beetje luider, olé. Tja, daar zit je dan... nog in shock van Medan, je zenuwen proberen onder controle te houden. Maar de clips zijn hilarisch. Lelijke venten die in plaats van dansen lichtjes een cm bewegen van links naar rechts en niet in de camera durven kijken. Een paar achtergronddanseresjes die lichtjes heupwiegend af een toe een beschaamd zwoele blik in de lens werpen en de montage is er één die ik zelfs niet in mijn stoutste domen zou willen uitproberen. De cameraman zou beter ook een bril dragen want echt scherp was het niet. Dit spektakel duurde zo'n 3 uur. Jieha en dat slingerend langs de bumpy roads af en toe een koe ontwijkend - de bus had er bijna eentje rakelings mee. Remmen voor een bocht, daar had onze chauffeur kennelijk ook nog nooit van gehoord. Maar het landschap begon veelbelovend te veranderen. We naderen de jungle! En ineens waren we er dan, in Bukit Lawang. Natuurlijk sprong er ons direct een behulpzame gast ter hulp om ons de weg naar de guesthouses te tonen. De bijbel had er ons voor gewaarschuwd, de gidsen rijden mee vanaf Medan en proberen je te overtuigen om met hen op trektocht te gaan. We waren dus gewaarschuwd. We sprongen uiteindelijk op een becak naar de rivier. Daar werden we al opgevangen door een andere gast die voorstelde om met ons mee te wandelen naar een guesthouse. Intussen volgde ook "the quiet man", ook een gids, maar god weet hoe ie aan werk geraakt want er komt bijna geen woord uit. Hij was wel volhardend, hij bleef ons gewoon volgen van de bushalte tot aan de guesthouses. Onze begeleider, Jungle Eddy, nam ons mee naar verschillende guesthouses. We gingen nu op ons gemak beslissen en nu een heel scoon kamer kiezen na ons krot in Medan. Ook al moesten we ons 20 kilo backpack meezeulen. Maar hier waren al de guesthouses wel ok. We hebben zelfs een kijkje mogen nemen in de Honeymoonsuite van de Jungle Inn. 40 euro, eigenlijk niet veel, maar zeker te veel voor ons budget. Wat een suite, even groot als mijne living, een bad, een douche, hemelbed, 2 of 3 terrassen.
Uiteindelijk vonden we een prachtige kamer voor maar 6 euro voor twee. Ook een groot terras, een prachtig zicht op de rivier en op de jungle. Joepie, we zijn terug in de hemel. Onze douche is dan wel een ton water met een schepbak, maar da's juist charmant. Jungle Eddy blijkt natuurlijk ook een gids, maar het is wel een toffe kerel die wat weet over de jungle dus we bespreken die avond met hem een mogelijke jungletocht. Intussen heeft quiet man heel de tijd gevolgd en ook 's avonds bij het eten is ie weer komen opdagen. Hij is eigenlijk wel grappig en volledig harmless. Wat een verschil met Medan! De mensen zijn hier supervriendelijk. 6 jaar geleden zijn er bij een overstromingsramp meer dan 200 mensen omgekomen. De toeristen bleven weg en nu is het dorp zich langzaam aan het herstellen. Logisch dat ze de toeristen met open armen ontvangen en we steunen de lokale economie met veel plezier. In ons hotel werkt een gast genaam Cucumber (hm, komkommer). Hij heeft ons met veel liefde twee pintjes komen brengen op het terras en we voelden ons hier direct welkom. En met zo'n zicht op de jungle kan je niet anders dan gelukkig zijn.
Het kan verkeren als je reist. Je vliegt van de ene emotie in de andere. Je weet nooit waar de weg je naartoe zal brengen. Waar je zal slapen die nacht; De ene dag is vreselijk en de andere voel je je in de 7de hemel. En daar doet een mens het voor natuurlijk. De komende dagen worden de zaligste dagen van de afgelopen weken!
OP ZOEK NAAR EEN STRAND IN KOH PHANGAN
Met de auto over land naar het strandje dat we wilden zien was tja... hoe zou ik het zeggen... redelijk scary. We zaten met 7 vanachter in de laadbak van een pick-up. Dus sowieso niet te comfortabel. Eerst reden we nog over een asfaltweg... daarna sloegen we af op een aarden weg die niet zo effen lag en da's nog een understatement. En toen moesten we naar omhoog. En omhoog is echt recht naar omhoog, de weg leek gewoon als een muur op ons af te komen. En dan nog eens vol grote hobbels, niks lag effen. Een kleine nachtmerrie. Af en toe sprongen we es naar omhoog. De jungle rondom ons was wel verbluffend. Ik heb zelfs een soort lizzard gezien van zo'n 70 cm lang denk ik. We deden wel een beetje in ons broek. Vooral als we dan ook nog es naar beneden moesten. Na wat deftig door-elkaar-gekluts kwamen we toe op het strand waarvan we hoopten de hemel op aarde te vinden... Not. Er waren bijna niks van voorzieningen, je voelde je als een indringer tussen het handjevol toeristen. De bungalows waren ook overdreven duur. We wilden eigenlijk weg, dit voelde niet goed. Maar als je na twee dagen reizen van het noorden naar het zuiden van Thailand helemaal bezweet en bezwijkend onder een backpack ergens toekomt, wil je gewoon ergens crashen. Maar de sfeer daar voelde gewoon niet goed en we hadden andere verwachtingen van ons stranduitje. Dus besloten we na wat gezeur toch terug te keren. Oh nee, opnieuw in de pick-up. Ik was supermottig maar moesten we daar gebleven zijn zouden we allebei nog mottiger gelopen hebben. Dus besloten we toch maar weer in de dodenritpick-up te springen. Maar gelukkig had ik de lumineuze inval om te vragen aan de chauffeur om binnen naast hem te komen zitten. Wat een geluk. We zaten nog maar 2 minuten in de auto en het begon te gieten, te gieten! Arme toeristen die achteraan in de laadbak zaten. Soms moet een mens gewoon z'n instinct volgen, 'k ben blij dat we in de pick-up zaten. Maar vooraan naast de chauffeur was de rit nog angstaanjagender dan achteraan in de laadbak. Marjan zat al te bidden. Ik was geconcentreerd aan het meevolgen. In vergelijking met deze rit is de Camel Trofee voor watjes. En toppunt was dat de chauffeur dan ook nog es aan het bellen was met de gsm. My God! Intussen wou hij ons ook nog es in't zak zetten en ons voor een ongelofelijk hoog bedrag naar het andere strand brengen. No way, man. Na één van de bangelijkste ritten van mijn leven sprongen we eruit aan de haven vanwaar we 2 uur eerder zaten te wachten. Gelukkig zag Marjan een tijdje later een busje dat naar het resort reed waar zij een paar jaar eerder happy times had beleefd. We waagden het erop en vroegen de chauffeur ons te brengen. Hij wou eerst niet omdat hij geen werk van andere chauffeurs wou afpakken en hij werkte voor het resort. We konden hem toch overtuigen. Achteraf hebben we in Indonesië een verhaal gehoord van een andere toerist dat er in Koh Phangan een echte taximaffia bestaat die mensen afschiet als ze in elkaars territorium klanten afpakken. Dus ik hoop dat we diene mens zijne toekomst niet in gevaar gebracht hebben. :-° Maar gelukkig heeft ie ons mooi afgezet aan het resort. En wat een verschil, hier waren we in de hemel terecht gekomen. Met een bungalow op een paar meters van de zee. Hangmatje, goeie kamer. En een gezellige sfeer. De good times konden beginnen...
Abonneren op:
Posts (Atom)