zaterdag 27 maart 2010

OP ZOEK NAAR EEN STRAND IN KOH PHANGAN

Met de auto over land naar het strandje dat we wilden zien was tja... hoe zou ik het zeggen... redelijk scary. We zaten met 7 vanachter in de laadbak van een pick-up. Dus sowieso niet te comfortabel. Eerst reden we nog over een asfaltweg... daarna sloegen we af op een aarden weg die niet zo effen lag en da's nog een understatement. En toen moesten we naar omhoog. En omhoog is echt recht naar omhoog, de weg leek gewoon als een muur op ons af te komen. En dan nog eens vol grote hobbels, niks lag effen. Een kleine nachtmerrie. Af en toe sprongen we es naar omhoog. De jungle rondom ons was wel verbluffend. Ik heb zelfs een soort lizzard gezien van zo'n 70 cm lang denk ik. We deden wel een beetje in ons broek. Vooral als we dan ook nog es naar beneden moesten. Na wat deftig door-elkaar-gekluts kwamen we toe op het strand waarvan we hoopten de hemel op aarde te vinden... Not. Er waren bijna niks van voorzieningen, je voelde je als een indringer tussen het handjevol toeristen. De bungalows waren ook overdreven duur. We wilden eigenlijk weg, dit voelde niet goed. Maar als je na twee dagen reizen van het noorden naar het zuiden van Thailand helemaal bezweet en bezwijkend onder een backpack ergens toekomt, wil je gewoon ergens crashen. Maar de sfeer daar voelde gewoon niet goed en we hadden andere verwachtingen van ons stranduitje. Dus besloten we na wat gezeur toch terug te keren. Oh nee, opnieuw in de pick-up. Ik was supermottig maar moesten we daar gebleven zijn zouden we allebei nog mottiger gelopen hebben. Dus besloten we toch maar weer in de dodenritpick-up te springen. Maar gelukkig had ik de lumineuze inval om te vragen aan de chauffeur om binnen naast hem te komen zitten. Wat een geluk. We zaten nog maar 2 minuten in de auto en het begon te gieten, te gieten! Arme toeristen die achteraan in de laadbak zaten. Soms moet een mens gewoon z'n instinct volgen, 'k ben blij dat we in de pick-up zaten. Maar vooraan naast de chauffeur was de rit nog angstaanjagender dan achteraan in de laadbak. Marjan zat al te bidden. Ik was geconcentreerd aan het meevolgen. In vergelijking met deze rit is de Camel Trofee voor watjes. En toppunt was dat de chauffeur dan ook nog es aan het bellen was met de gsm. My God! Intussen wou hij ons ook nog es in't zak zetten en ons voor een ongelofelijk hoog bedrag naar het andere strand brengen. No way, man. Na één van de bangelijkste ritten van mijn leven sprongen we eruit aan de haven vanwaar we 2 uur eerder zaten te wachten. Gelukkig zag Marjan een tijdje later een busje dat naar het resort reed waar zij een paar jaar eerder happy times had beleefd. We waagden het erop en vroegen de chauffeur ons te brengen. Hij wou eerst niet omdat hij geen werk van andere chauffeurs wou afpakken en hij werkte voor het resort. We konden hem toch overtuigen. Achteraf hebben we in Indonesië een verhaal gehoord van een andere toerist dat er in Koh Phangan een echte taximaffia bestaat die mensen afschiet als ze in elkaars territorium klanten afpakken. Dus ik hoop dat we diene mens zijne toekomst niet in gevaar gebracht hebben. :-° Maar gelukkig heeft ie ons mooi afgezet aan het resort. En wat een verschil, hier waren we in de hemel terecht gekomen. Met een bungalow op een paar meters van de zee. Hangmatje, goeie kamer. En een gezellige sfeer. De good times konden beginnen...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten