30 maart 2010, 4 uur 's nachts. De luchthaven van Medan en geen kat te zien. Hoewel, ik heb daarnet een kat zien rondslenteren. Ook alweer 2 ratten gezien en 1 kakkerlak. Het enige gezelschap hier in de verlaten hal voor domestic flights. We zijn hier toegekomen om 2 uur 's nachts. De nachtwakers kwamen ons uithoren wat we hier zo vroeg kwamen doen. Tja, waarom zijn we hier zo vroeg? Onze aversie van Medan is zo groot dat we hier geen enkele nacht meer in een guesthouse willen doorbrengen. Remember de nachtmerrie Ronna's Guesthouse. We hadden besloten om de bus van 22u uit Parapat, aan Lake Toba, te nemen. En deze keer dachten we eens een rustige rit te hebben op een minibus voor toeristen. Maar neen hoor. Den Hans van Bagus Taxis heeft er ons mooi opgelegd. We zaten opnieuw op een local bus en opnieuw geen toerist te zien. De hele tijd dat we onderweg geweest zijn hebben we geen toerist gezien. Alleen als we ergens arriveerden. Die 4 uur slaap tijdens de rit naar Medan mochten we dus ook mooi op onzen buik schrijven. De bus werd weer volgestampt met locals en op een bepaald moment zat ik weer geklemd tussen een local, het raam en het zitje voor mij. Mijn poep deed pijn! En intussen zat er eenen achter mij van die zware sigaretten te paffen zodat ik op een bepaald moment dacht dat ik ging stikken. Dienen voor mij deed het raampje open, ik dacht: "Hallelujah, LUCHT!". Maar nee, 't was gewoon om zijn peuk naar buiten te smijten. Je kan dus wel denken dat ik geen oog heb dichtgedaan en deze desolate vetrekhal in Medan is nu ook niet meteen het beste hotel. Dus het zal een nachtje doorsteken worden. Sudoku en schrijven zal me wel wakker houden. Intussen ligt Marjan te vloeken dat de muggen haar levend aan het opeten zijn.
Wat zegt men: het onderweg zijn is de essentie van reizen. Awel, hier in Sumatra is onderweg zijn vaak een beproeving. De lokale bussen hier kan je niet meteen een "Lijnbus" noemen. De rit begint meestal goed: je hebt nog wat ruimte om met je beide billen op de zetel te zitten, je benen te strekken. Maar naarmate de rit vordert, wringen zich meer en meer mensen in het kleine, gammele busje. Net als je denkt: "Hier kan nu toch niemand meer in!", dan propt er zich weer ergens een local tussen. En dat terwijl de chauffeur helse toeren uitsteekt. In Bukit Lawang hebben we eens een overvolle bus gezien vol met kinderen in schooluniform. De kinderen zaten zelfs op het dak. En die bus vloog in volle snelheid door de bocht. Wij hadden schrik, maar die kinderen trokken er zich niks van aan. Tja, en die wegen hier. Vol putten, een en dezelfde rit op hetzelfde baanvak is onmogelijk. De bus zwenkt van links naar rechts, als de voorligger te traag is, snokt de chauffeur aan z'n stuur. Ik bid dan dat er geen tegenligger aankomt, maar die wordt dan altijd op een haar na ontweken. Intussen zit je vastgeklemd tussen de andere passagiers en allen samen zwieren we van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar achter van links naar rechts, van voor naar... Maar alleen Marjan en ik lijken ons aan die helse ritten te storen. De andere passagiers maken een praatje, lachen, eten wat of - zoals overal in Indonesië - steken de ene sigaret na de andere op. 't Zijn wel heel sociale mensen. Soms beginnen ze met ons te babbelen - in het Indonesisch wel te verstaan - en hopende dat ze vragen waar we naartoe gaan, geef ik meestal gewoon als antwoord de plaats van bestemming of Belgia, da's ook nog een optie. Tijdens de rit naar Siantar zat een man naast mij die de hele tijd naar z'n rugzak zat te wijzen. 'Bom, Bom!' haha grappig :-/ 'Guns, Guns'. Euh, wat zeg je, ik versta je niet. Ik lachte een beetje groen want we zitten toch niet zo ver van Banda Aceh. (daar zijn al terroristische aanslagen geweest) Maar da's de Indonesische humor for you.
We zijn wel altijd geraakt waar we moesten geraken dankzij onzen Bijbel, The Lonely Planet en door goed uit ons doppen te kijken. Bij elke rit wordt onze backpack op het dak geslingerd maar wonder boven wonder is ie er nooit vangedonderd.
De ergste rit was van Berastagi naar Lake Toba. Om het eenvoudig te stellen... de chauffeur was ZOT! Hij scheurde door de bochten, stak alles en iedereen voorbij intussen luid toeterend. We moesten ons stevig vasthouden om niet van de ene kant naar de andere kant van het busje te slieren. Toen heb ik toch eens goed nagedacht over mijn leven.. zijnde van 'HELP, ik wil hier niet sterven!'. We moesten overstappen in Siantar. Toen we daar van de bus sprongen (oef, we leven nog), werden we aangeklampt door jan en alleman 'were joe go' 'were joe go'... Tja, als enige toeristen ben je uiteraard loslopend wild. Marjan werd ineens vastgegrepen door de lokale cakeverkoopster en die sleurde Marjan - ik nog sukkelend om mn backpack helemaal op mn rug te krijgen - naar de bus richting Parapat. In ruil vroeg ze wel of Marjan een cake wou kopen, off course. Maar eerst wou Marjan naar het toilet. Opnieuw trok het vrouwtje aan haar arm. Hup, naar't toilet. Euhm, ik bleef alleen achter aan het busje. Na een klapken met de chauffeur verdween die ook om nog wat meer passagiers te ronselen. Ok, ja, hier sta ik dan, alleen, help, er zitten wat mensen op een bankje naar mij te staren en ok, er komt een man een babbeltje met mij slaan, ok, die lijkt wel iets vriendelijk te zeggen, maar nee, oei, ik versta je nie meneer, en aiai, die staarders op da bankje zitten afkeurend naar die meneer te kijken en schudden neen met hun hoofd naar mij, ok, ik zal nog maar eens schaapachtig lachen en gebaren dat ik die meneer nie versta, ok, hij gaat ook op het bankje zitten en oei, wat doet hij nu, hij haalt z'n gsm uit en doet nog wat gebaren naar mij... ik intussen maar schaapachtig rondkijken en reikhalzend uitkijken naar de terugkomst van Marjan, den buschauffeur is ook al goe... en oei, daar komt die man terug naar mij met z'n gsm in de hand, hij wil me kennelijk iets tonen, oei, ik kan het schermpje nie goe zien door het zonlicht, ok, dan maar wat dichter kijken, nog wat dichter kijken, intussen kijkt dienen mens een beetje raar naar mij vind ik, ja, oei, wat wil die mij nu tonen op z'n gsm.... euh, wat zie ik, oh fuck oh fuck oh fuck indeed, dienen vieze vent toont mij porno. DWAZEN KLOOT! VUILE VIEZE MAN!, denk ik. Met een streng gezicht schud ik mijnen kop van nee en gebaar hem weg te gaan. De starende bankmensjes kijken met een blik naar mij van 'I told you so'. Tot zover mijn vertrouwen in de vriendelijkheid van de mensen hier en het besef dat ze niet altijd vragen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan... WAAR IS MARJAN! Blij haar terug te zien, vertel ik mijn zopas geleden traumatische ervaring, ik wilde zo snel mogelijk op die bus en weg, intussen van frustratie ne hele zak chips in mijn mond gepropt, ook al om iets te doen te hebben. Gelukkig vetrok de chauffeur vrij snel en wij waren de enige passagiers op de bus... Joepie, we hebben chance deze keer. Tarara. 10 minuten later werden we bruut gewekt uit onze luxedroom - we mochten overstappen in een ander busje. Een ander busje dat - uiteraard - vol zat. We werden er ingepropt en de deur kon nog net toe. Deze rit voerde ons langs bergwegen, oh nee! Ik weet het niet zenne, maar ik denk dat die chauffeurs een soort ingebouwd radarsysteem hebben om te zien of er tegenliggers aankomen, ik zie het alleszins nie en ik zit ook spannend mee te staren met de chauffeur nochtans.
We zijn intussen 30 maart 2010, elf uur 's morgens. De vlucht van Medan naar Jakarta zit erop, het is al 11 uur en we moeten nog een paar uur wachten op onze vlucht naar Denpasar, Bali. Nog alijd niet echt geslapen, alleen wat op de vlucht naar Jakarta, ik heb het vliegtuig zelfs niet meer weten opstijgen. Ik weet al wat we gaan doen als we aankomen in Bali... als een blok in slaap vallen.
Sumatra is vermoeiend, een reis overvol met indrukken. Ook al is het veel miserie en gesleur, het is wel een ervaring die ik niet wil missen. In vergelijking met Thailand is het hier pure chaos en ik ben blij dat ik eerst naar Thailand ben gereisd om al wat aan te passen. De eerste kennismaking met Medan was verschrikkelijk maar intussen hebben het land en de mensen veel aan charme gewonnen. En da's vooral te danken aan Bukit Lawang. Ons kamer in Indra Inn met zicht op de jungle hielp meteen om alle nare herinneringen te vergeten. We werden daar ontvangen als oude vrienden. Natuurlijk zit iedereen die daar rondloopt wel met een zaakje of ze runnen een resto of guesthouse of ze zijn gids. Maar na de overstromingsramp in 2003 doet iedereen z'n best om Bukit Lawang weer op de toeristische kaart te krijgen. Daarom ontvangen ze ons met open armen. We hebben niet het gevoel dat ze er ons willen opleggen dus we genieten met volle teugen. En natuurlijk heeft Bukit Lawang één grote troef: de oerang oetangs - geen idee hoe dat je dit schrijft :-) zit er nog een streepeken tussen of niet, ik weet het niet en onze Lonely Planet is in't Engels, dus ik gok op oerang oetangs. Anyway, Bukit Lawang is 1 van de amper 2 plaatsen op deze ganse wereldbol waar je nog oerang oetangs in het wild kan bewonderen. Amai, ik voel mij bevoorrecht. De beesten zijn ook met uitsterven bedreigd. Er zouden er maar zo'n 5000 leven in Bukit Lawang. Ook in Borneo kan je nog oerang oetangs spotten (voor de zondagse TV1-kijkers die na de lunch ook naar 'een half uur natuur' kijken - in februari was er een reeks over het opvangcentrum in Borneo)
Maar er zit een schaduwkant aan onze bevoorrechte positie. De aanwezigheid van de toeristen zou de populatie van oerang oetangs in gevaar brengen. Want wij brengen natuurlijk allerlei vuile ziektes mee waar sommige beesten zelfs aan sterven. Maar moesten er geen toeristen zijn, dan zou het rehabilitatiecentrum van het Gunung Leuser National Park ook geen inkomsten hebben om open te blijven en om de beestjes te helpen. Toch wel dubbel allemaal. Zonder de toeristen zou ook een groot deel van de bevolking van Bukit Lawang zonder inkomsten zitten. Dus besloten we maar met volle teugen te genieten van onze jungletocht en zo voorzichtig mogelijk te zijn (geen vuilnis achterlaten, niet te dicht bij de dieren komen, enz.).
Zondag 21 maart vertrokken we in het gezelschap van onze gids Jungle Eddy en z'n kompaan Rainbow. Onze medestappers waren Euhm en Euhm (ben slecht in namen onthouden), een sympathiek Brits koppel. 'k Was een beetje bang voor de inspanningen die zouden volgen, maar je moet er wat voorover hebben om de harige beesjes te zien, niewaar. Wat een verschil met de fluttrekking in Thailand! Ten eerste voor mijn arme spieren. Een jungletocht is 'No walk in the park', da's zeker. We volgden zelfs geen duidelijk pad. We moesten al onze ledematen gebruiken om door de dichte begroeing te raken. De armen om ons aan de bomen op te trekken. Hoge stappen. Soms uitslieren. Over omvergevallen bomen klauteren of eronder kruipen. Dit was wel degelijk de jungle. Ik wenste soms dat ik een aapje was zodat ik zorgeloos aan de takken van de bomen kon slingeren. 't Was dus lastig, maar helemaal de moeite waard. Na een goed uur wandelen - waar we helaas ook andere groepen tegenkwamen - het enige minpuntje - 't waren dan off course nog eens luidruchtige Hollanders - enfin, na een goed uur spotte de gids al de eerste oerang oetang. Eigenlijk niet zo moeilijk want de kompanen liepen voorop om de beesten te spotten en ze belden dan - jawel! met de gsm in de jungle - waar we heen moesten trotten. De eerste oerang oetang was moeilijk te zien. We probeerden dichter te komen, maar dat betekende steil omhoog klauteren. Plots riep de gids dat we weg moesten - er kon mogelijk een stuk boom afbreken. Zoef, ik sloor recht naar beneden, tja, in de jungle kan een mens toch nie proper blijven. We splitsen af van de ene groep en spotten algauw een ander exemplaar redelijk hoog in de bomen. Maar die oerang oetang kan ons gezelschap niet appreciëren dus ook wij weer weg en ineens zaten we vlakbij 2 oerang oetangs, 2 moeders en kind. De ene heet Mina. Ze is berucht in Bukit Lawang en omstreken. Ze kan namelijk soms wat lastig doen tegen bezoekers van de jungle :-) Deze oerang oetangs stonden gewoon vlak voor onze neus. Dit had ik echt niet verwacht. Het zijn ook wel semi-wilde oerang oetangs die zo dicht komen. De wilde kan je alleen vanop een afstand spotten. De semi-wilde worden ook - als ze zin hebben - elke dag bananen en kokosmelk gevoederd aan het voederplatform door de rangers van het Nationaal Park. Anyway, om oog in oog te staan met zo'n beest, daar moet een mens effe van slikken. Eerst ben je compleet onder de indruk, dan begin je te zoeken naar je fototoestel want dit moet je op foto hebben voor het te laat is en dan ineens merk je dat je tijdens je de foto aan het nemen bent maar op zo'n meter afstand van zo'n reusachtig beest staat. Snel een stapje achteruit. Bij Mina moesten we supervoorzichtig zijn. Ja, ik was op dat moment heel ontroerd. Wat een voorrecht om in de jungle te staan, zo dicht bij dieren die misschien over x aantal jaar niet meer bestaan. Ik genoot met volle teugen. En dan was het voorbij. We trokken verder de jungle in maar zagen niet veel andere beesten meer. Jammer, ik wou nog graag gibbons zien, maar zo'n dingen kan je niet plannen niewaar. Tegen de middagpauze waren mijn benen als lood. De klim erna was voor mij zo goed als dakett had ad. :-) De jungle is niet klimmen zoals een trapken doen, je moet je soms echt heel hoog optrekken en je armen daarbij gebruiken. De afdaling naar de rivier was weer een hindernissenparcours waarbij je moest oppassen om geen meters naar beneden te slieren. De bomen gaven gelukkig houvast. Maar eenmaal gearriveerd aan de rivier zakte ik als een pudding in elkaar. De jungle is absoluut niet voor watjes. Ik weet niet of ik het zo twee dagen zou kunnen volhouden, maar ik ben trots dat ik het toch weer gedaan had. Nooit gedacht, maar als je vooruit moet, dan moet je vooruit. We keerden terug naar Bukit Lawang met de tubes - een soort autobanden waar je in moet gaan zitten en waarmee je de rivier afvaart. Pretty exciting! Vooral als je in zo'n paar stroomversnellingen terecht komt. Splash, gil. En prachtig ook, je vloeit over het water en rondom zie je alleen maar jungle. Met spijt in het hart arriveerden we op het appartement. What a day! Dit is het hoogtepunt van de reis, no doubt.
Maar... het avontuur was nog niet voorbij. We waren nog, napratend over de fijne dag, koekjes aan het oppeuzelen toen plots een aapje, nou jaa, een grote makakaap genaamd de longtail makak of cheaky monkey op ons balkon verscheen. Wie verschieten natuurlijk en Marjan smijt in een reflex een koekje naar beneden om de aap weg te jagen. Hm...het beest komt terug, ik volg Marjan haar voorbeeld en gooi nog een koekje... HM. Niet zo slim meisies. Want deze slimme aap weet nu dat hij koekjes krijgt als ie terugkeert. Dus, een paar tellen later stond het beest er natuurlijk opnieuw... waar zijn die lekkere koekies? Hup, weer een koek smijten en weer gegil. De koeken waren op en daar stond de monkey weer. Ik stond wat te gillen en ksjsss ksjsss te roepen tot het beest op zijn gemak verder huppelde. Beneden stond een van de locals ons gretig uit te lachten natuurlijk. Maar ja, wat als dat beest op mij springt en bijt of zoiets, weet ik veel, ik ben nie op gegroeid in de jungle moat. Maar kennelijk doen ze dat niet zo gauw verzekert een van de locals ons.
Dat doet mij denken aan nog een avontuur twee dagen voordien. We kwamen van een gezellige avond in de Green Hill. Een avondje met muziek, wat getetter met de locals, ene genaamd Donnie met de grote mond. Toen we 's nachts lekker in ons bedje lagen te snoezen, schrikt Marjan opeens. "Er zit gelijk iemand op ons terras." We hadden wat gestommel gehoord, maar daarna was het weer stil. Marjan ligt wat later lekker te slapen... Ik lig met bril en al nog op met de ogen wagewijd open, oren gespitst. Fuck, er zit hier gewoon nen inbreker op ons terras of wa. Wat als ie binnen wil komen, wat gaat ie doen, en die deur is ook maar een flutdeurtje, fuckfuckfuck, help. Hier zitten we dan in de jungle met een inbreker op ons terras. Een uurtje of wa later hoor ik ineens geritsel. We hadden nog een zak chips met een restje in laten liggen op de tafel buiten en ineens hoorde ik iemand in de zak grissen. Oh nee, diene smerige inbreker zit gewoon ons chips op te eten, wa voor ne freak is dat, nen chipsetende hongerigen inbreker! De minuten tikken voorbij. Ik raap uiteindelijk de moed bijeen om... ewel, eerst naar het wc te rennen want ik moest natuurlijk plassen van al die spanning - daarna grijp ik de zaklamp en schijn met een bang hartje naar buiten. Euhm, niks te zien, vreemd. Na een tijdje val ik doodop in slaap. De volgende dag blijkt dat er tandensporen zaten in de zak chips. Aha, euhm, we zitten hier in een kamer naast de jungle, zou het zijn dat er een aapje zich lekker tegoed kwam doen aan onze eetbare cadeautjes op het terras. Goed zo! En daarom lig ik een ganse nacht wakker, jeezes. Nooit eten achterlaten als je in een kamer naast de jungle zit. Een ander aapje of hetzelfde aapje had ook ons fruit opgepeuzeld maar het zakje mooi laten hangen. De nacht na de jungletocht had ik wat overschot meegekregen van het nabijgelegen restaurant en dan heb ik weer een halve nacht wakker gelegen omdat ik dacht dat die sneaky apen dat wel zouden ruiken en waarschijnlijk zouden inbreken. We hebben die nacht wel jammer genoeg een ander beest gehoord... waarschijnlijk een muis of rat... ieuwwww, want Marjan vond de volgende morgen haar tandpasta terug met tandensporen in. Manmanman, ik die zo bang ben van allerlei beesten, ik heb hier toch al veel moeten verbijten zenne.
De dagen in Bukit Lawang waren zalig. Den gast die in ons guesthouse werkt, Cucumber, heeft ons ook es meegnomen om te tuben op de rivier. Daar heb ik mijn waterangst wel moeten overwinnen, maar het was zalig. We zwommen wat in het water en zagen een bende cheaky monkeys in de bomen. Zalig, in het water temidden de jungle. Een andere dag hebben Fi'i en Quiet Man ons meegenomen naar een rivier. We hebben een 'kleine' wandeling gedaan van een uur, hm, en daarna lekker gezwommen in het water, een kroontje gekregen en een lekker fruitpicknick gehouden. Allemaal leuk, maar al die gasten willen je wel versieren. :-) De smoes van 'ik heb een vriendje' blijkt geen efficiënt afleidingsmanoeuvre te zijn. Hoh ja, de aandacht was leuk maar op den duur kregen we iets te veel aandacht dus we zijn net op tijd vertrokken voordat we ons kamer niet meer uitdurfden, bang om weer opgewacht te worden beneden door een stel aanbidders die weer een uitje met ons gepland had. Ver kan je ook niet lopen in Bukit Lawang, ging je iets gaan eten, dan zat je ineens met een paar gitaarspelende en luidkeelszingende locals aan tafel. Maar het was heel gezellig altijd. Wat moet een mens nog meer: oerang oetangs zien, een kamer met zicht op de jungle en een bende aanbidders. Maar we moesten verder als we nog iets van Sumatra wilden zien. Onze tijd hier is kort. Met spjit in het hart en begeleid door Fi'i en nog een andere gast die voor wa centen onze backpack droegen gingen we naar het busstation. Allez, veel moet je je daarbij niet voorstellen. Een parking en als je geluk hebt, staat er een bus. Hup, weer de bus op - help - en bye bye good times.
We moesten terug hobbeldehobbel naar Medan NEEEEEE! om de bus te nemen naar Berastagi. Daar gingen we namelijk een vulkaan beklimmen. De busrit is een veelvoud van indrukken. Te veel om te blijven plakken op je netvlies. Drukte op straat, spelende kinderen, sloffende oudjes, overal drukte, pratende mensen, brommertjes met 3, 4 man op, ook kindjes, baby's zelfs. Allerlei winkels, allez, houten muren met een reclamebanner die half versleten is, eetkraampjes met wat krammikige stoelen. Chaos chaos. Ons land lijkt een afgelikte sprookjeswereld, alles zo proper, zo afgelijnd, zo geregeld. Alles loopt hier door elkaar en natuurlijk schud je in de bus ook helemaal door elkaar. In Medan zijn we wat ongerust: hoe moeten we nu het busstation vinden waar we de bus naar Berastagi moeten nemen? Want bordjes met busstation op, dat zullen we niet echt tegenkomen zekers. We herkennen waar we een paar dagen eerder zijn opgestapt. We roepen Berastagi, moeten weer de bus op naar een ander station. En intussen probeert de chauffeur een praatje met ons te slaan. In een lege bus. Hij vooraan, wij helemaal achteraan. Op één of andere manier begrijp ik wat ie in het Indonesisch wil vragen. Belgia, zeg ik. Ah! De rest van het gesprek verstaan we elkaar niet, maar da's helemaal niet erg, we lachen wat af! Overal waar we reizen zijn we gelijk de enige toeristen. Een vreemd ontheemd gevoeld. Zelfs op de vlieger van Medan naar Jakarta zagen we geen enkele andere Westerling. We worden overal gelijk aapjes aangestaard. Mensen roepen naar ons, lachen naar ons. Vaak proberen ze ons natuurlijk ook iets veel te veel boven de normale prijs te verkopen. Maar onze zenuwen kunnen het na 5 dagen jungle wel verdragen. Op naar Berastagi.
Berastagi is jammer genoeg weer een drukke stad. Na wat gezoek en gesukkel in het donker vinden we een guesthouse en een Belg! Den Josse. Hij zoekt nog wandelcompagnons om de vulkaan Gunung Sibayak te beklimmen. Dat was ons plan voor de volgende dag, dus dat komt goed uit. De volgende dag sta ik met een klein hartje op. Verdomme, weer een zware wandeling en mijn spieren doen nog pijn van de jungletocht. Ik zie het eigenlijk niet zitten en wil 199 keer terugkeren, maar we blijven wandelen. Josse en Marjan een stuk voorop. De platte en dalende stukjes been ik bij. Als het erg begint te stijgen, gaan we alledrie ons eigen tempo. Maar het blijkt toch heel doenbaar. De steps die op het kaartje staan, zijn niet de mooi uitgekapte rechte stenen die ik gehoopt had :-) 't Is een flinke klauter naar boven maar al bij al valt de 3 uur durende klim wel mee. Het zicht bovenop de uitgedoofde vulkaan is prachtig. Vooral de 'i did it'-voldoening is groot. En we worden dan ook nog es gevraagd door een bende giechelende meiden om op de foto te staan, wel grappig. Ik dacht toen al euforisch dat de afdaling wel een piece of cake ging zijn... tarara! De steps waren bijna totaal verdwenen. Echt steil was het niet, maar wel slipperig. Ik loop er verloren in een gat naar beneden tot ik vast zit in de begroeiing bijna. Moet weer naar boven klauteren. En Marjan en Josse maar tetteren en wandelen, lalalala, allez, ben ik nu de enige die hier aan het vloeken ben op dit fucking stomme pad. En dan val ik dan nog es af en toe pardoes om mn poep verdomme. Ik zie eruit als een moddermonster. Na twee uur ben ik blij dat die stomme afdaling is afgelopen. We trotten verder, drinken iets en proberen een busje terug te nemen naar Berastagi. Maar de chauffeur vraagt teveel dus we besluiten te voet verder te gaan. De zon is wel moordend dus we doen weer een busje stoppen. Blijkt dat de hele ploeg van Pizza Hut Medan in het busje zit na een trip op de vulkaan. Ze sleuren ons dolenthousiast in de bus, willen vanalles vragen. We krijgen koekjes, water. Ze roepen vrolijke dingen, vragen dingen in het Indonesisch die we niet verstaan. Maar we lachen er vrolijk op los. De Josse zit achterin tussen en paar gillende meiden geklemd. En ik weet niet op hoeveel Indonesische fototoestellen we nu al staan. Wat een dolle rit. Wel kort, we moeten een andere bus nemen om in Berastagi te geraken. De avond eindigt met internet en een mottige wandeling terug naar het guesthouse. De steden is Sumatra zijn dus niet fijn. Iedereen wil met je praten. En dan roepen ze nog 'Mister', het enige woord dat vele kennen. Of 'wer joe go', 'wer joe from'. 't Is alsof ze allemaal een woordje Engels willen spreken als ze een toerist zien, kwestie van de taal wat te oefenen. Maar 's avonds is dat toch minder fijn. Het internet is hier ook vreselijk enerverend traag. Sommige dingen lukken ook gewoon niet. AAARRGGGHHH! De volgende dag willen we geld afhalen en ook dat lukt weer niet. Ook wifi lukte niet.
We vluchten weg naar Lake Toba. Eerst een ritje met de opelet (klein stadsbusje), dan de eerder beschreven dodenrit en daarna een kort stukje nog naar Parapat. Daar springen we op de boot naar TukTuk, een soort vooreilandje van het grote eiland Samosir dat temidden het meer van Toba ligt. Samosir zou zo groot zijn als Singapore, jawadde. En lake Toba het grootste meer van Zuidoost-Azië. Op de ferry nog een grappig gesprek gehad met een stel Nederlanders. Hun hele reis is georganiseerd van een Nederlands reisbureau en het kost hen waarschijnlijk ongelofelijk veel meer dan het zou moeten als je het zelf organiseert. Wel grappig, onderweg kom je geen toeristen tegen, eenmaal gearriveerd gelukkig wel es en dan is het fijn om nog es een klapken te doen. Jungle Eddy uit Bukit Lawang heeft ervoor gezorgd dat we een lift krijgen naar Cristina's Guesthouse, gerund door vrienden of familie van hem. 2 gasten op een brommer dagen op aan de ferry en we springen achterop. Cristina's zit - gelukkig - vol. We komen terecht in een heel tof guesthouse ernaast, Parnas. We hebben een ruime kamer, zicht op het meer, lekker relax en een vriendelijke gastvrouw en -heer. We moeten de komende dagen wel een franse wc gebruiken, maar als je al op een franse wc gezeten hebt in een boot en op een trein, dan lukt dit ook wel. En goed voor de bilspieren! :-)
De dagen aan Lake Toba zijn lui. Schrijven, lezen, sudoko spelen, TukTuk verkennen, iets eten, luieren op het terras, staren naar het meer. Roddelen over de buren... Een Britse toeriste zit er namelijk al een paar weken vast na een zware val van de brommer. Haar been was zo gehavend dat ze niet meer kon lopen. En ze wordt geholpen door haar vriendje, een local uit TukTuk. Hij helpt haar met alles. Jammer genoeg is hun muziekkeuze niet jedatjes. Elke morgen 'Everything I do, I do it for you' van Bryan Adams horen is niet mijn ideale manier om wakker te worden. (Sorry ma, ik ben niet zo ne fan als gij :-) Qua muzieksmaak zitten ze in Sumatra gelijk nog ver achter. Maar zelf kunnen ze wel goed muziek spelen. Net als in Bukit Lawang heeft iedereen hier een gitaar. Elke avond wordt er gespeeld en gezongen. Zaterdag was het vollen bak in het resto boven ons. Iedereen zingt ook luidkeels mee, vals of niet. Bedeesd zijn ze niet echt.
Zondag huren we opnieuw een brommertje en Josse vergezelt ons met zijn Suzuki. Ik ben weer wat bang want de wegen liggen hier slecht en het is nog maar de 2de keer in mijn leven dat ik op een brommer kruip. Zonder verzekering of helm mogen we vertrekken, als dat maar goed afloopt. Ik ben natuurlijk weer de trage schildpad maar ik wil toch nie te wild doen als ik de dag heelhuids wil doorkomen dus ik rij heel rustig rond. Marjan en Josse rijden voorop... een eind voorop. Ze stoppen regelmatig om me op te wachten. Maar na een tijdje begint het me te dagen dat het nu wel al heel lang geleden is dat ze gestopt zijn. Ik rij nog wat verder. Vreemd, ze zijn wel ver uit zicht, ik zie ze niet meer. Ik zie ze eigenlijk al een hele tijd niet meer. Ik rij verderr. Ik ga es kijken of Marjan gebeld heeft, misschien zijn ze vroeger gestopt. Ik rij verderrr. Allez, zouden ze nu gewoon blijven rijden zijn zonder es te stoppen? Ik rij verderrrr. Oei, die brug, daar zouden ze nu toch wel gewacht hebben op mij. Ik rij verderrrrrr. Ik kijk es op de kaart. Ik rij verderrrrrrr. 2de brug, dit kan niet meer. We zijn intussen een half uur gepasseerd en lichtjes in paniek begin ik aan de terugtocht. Oh nee, die staan toch nie ergens te wachten op mij. Wat als ik ze nu niet meer terugvind. Na een klein uurtje spot ik Josse; Marjan in complete paniek. Ze had al gebeld naar den Juan die ons de eerste avond in ons guesthouse gedropt had. Ze waren zelfs een eindje teruggereden om mij te zoeken terwijl ik ze gewoon moet gepasseerd zijn zonder ze te zien. Marjan dacht al dat ik van de aardbodem verdwenen was. Of gekidnapt. Of ergens halfdood in de berm lag. Verdomme, waarom is mijne frank niet vroeger gevallen. Typisch. Allez, eind goed al goed. Maar de Josse gaat er wel vandoor. Hij wou es goed doorrijden met de moto. Tja, met mij erbij zal dat toch niet het geval zijn. We zijn dan eerst nog naar een Batakoptreden gaan kijken. Het trok op geene zak en toen ze vroegen om mee te doen, wilden we weglopen. Nee, we gaan ons nie weer belachelijk maken na onze plopdans in de Thaise jungle. Dank u! Het hele gedoe eindigt met een ei dat kapot geslagen wordt. En dan moesten we ook nog es een offer brengen. Nie mee mij, zenne. We hadden al entree betaald. De muziek was uiteindelijk wel ok, den dans hmmm. Na dit scoone optreden amai, zijn we nog wat verder gereden langs het meer met een landschap vol typische Batakhuizen en graven met kruisen. De Batak waren vroeger kannibalen maar werden in de 19de eeuw bekeerd tot het Christendom. 't Was weer leuk om dit alles te zien op een brommertje maar na een tijdje deed mijn poep pijn. We zijn nog efkes souvenirs gaan kijken.Ik heb waarschijnlijk te veel betaald voor 2 batakbeeldjes maar de vrouw smeekte mij dat ze met dat geld haar kindjes naar school kon laten gaan. allez dan. En dan moesten we ook nog es op de foto met een stel Indonesische gasten die ons fantastisch vonden. Tegen de avond waren we terug en hadden we geen zin om sociaal te doen. Maar dat was buiten de partyanimals van de Batak gerekend. Ik kwam net uit de douche toen het muzikaal geweld losbarstte. Een feestje voor onze Britse buurvrouw omdat ze moeilijk naar boven kon. Dus de party kwam naar haar in de vorm van 20 man die allemaal graag zongen! Met nog een paar gitaren en drums en we hadden een gans orkest voor ons deur. Een van die gasten, Jerry, diegene met de grootste muile en zo stoned gelijk een kieken, wou mijn vriendje worden. Amai, van liefde op het eerste zicht gesproken! Hij wou efkes gaan wandelen met mij aan het meer en mij verhalen vertellen over Lake Toba... tarara. Ben braaf in mijn bedje gekropen terwijl Jerry nog enkele pogingen waagde om me buiten te krijgen door luidkeels liefdesliedjes te zingen. Ik ben rustig in slaap gevallen na een toch weer gezellige avond aan Lake Toba.
Ook deze plek moesten we wederom met spijt in het hart verlaten. Sumatra is een beetje wennen en het is chaos en een cultuurschok maar als je de mensen beter leert kennen, vooral in de kleine dorpjes, dan kan je niet anders dan gecharmeerd geraken. Alles loop hier rustig z'n gangetje. En ze vieren hier het leven door passioneel te brullen op de tonen van de gitaar. Geluk, dat maak je zelf, en je hebt er niet veel voor nodig. Een gemeende glimlach en het leven ziet er altijd beter uit.
Sumatra, we gaan je missen!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten