woensdag 21 april 2010

Bye Bye Bali

De eerste kennismaking met Bali verliep niet zo vlotjes. We hadden een guesthouse op een rustig strand, Padang Padang, gekozen. Bleek dat het guesthouse twee dagen voordien gedeeltelijk was afgebrand... geen goed teken. De taxichauffeur bracht ons naar het volgende guesthouse, maar dat was ook niet echt onze goesting. Al die guesthouses lagen aan de weg, niet eens aan het strand. We waren doodop van onze lange reis van Medan naar Bali, niet geslapen die nacht. Maar Marjan ondernam nog een laatste poging om een guesthouse te checken dat wat meer afgelegen lag en met zicht op zee, Thomas Guesthouse. Ik zag het allemaal niet meer zitten, dus Marjan sprak een gast aan op een brommer en tegen betaling heeft ie ons uiteindelijk met rugzak en al op een kleine brommer naar daar gebracht. Het lag redelijk hoog, ook niet aan het strand, maar het zicht was prachtig. Naast ons zaten een hele bende surfers gepropt in 1 kamer...een varkensstal. Bali staat gekend als een surfersparadijs. Onze kamer was op het eerste zicht wel ok... op het tweede zicht niet meer: een defecte wc op een raar verhoog zodat naar het toilet gaan een echte evenwichtsoefening werd. Een mottig excuus voor een douche en een gat in het plafond bedekt met een stuk plastiek. We aten snel iets op het terras met zicht op zee - de donkere hemel werd af en toe verlicht door bliksemflitsen. Daarna kropen we uitgeput in bed. Om 21u lag ik al te ronken.

De volgende dag waren we ook niet zo happy. Voor Marjan was Bali al afgeschreven. En ik moet toegeven, mijn hoge verwachtingen werden ook niet meteen ingelost. Waar zijn die prachtige stranden? Waarschijnlijk te vinden op het domein van de vele resorts die de stranden hebben ingepalmd en veel te duur zijn voor ons backpackersbudget. Alles is hier verschrikkelijk duur. Ter vergelijking: we betaalden deze nacht 200 000 Indonesische roepia (zo'n 17 euro) terwijl we in Lake Toba een prachtige kamer hadden voor 55 000 INR. Vier keer duurder dus.
Onze droom van een bungalow aan het strand lag aan diggelen dus we besloten naar Ubud te trekken. Het cultureel hart van Bali in het binnenland temidden de rijstvelden. Eerst nog een taxi nemen - veel te duur off course. We besloten in Denpasar een local bus te nemen naar Ubud. Daar werden we vastgegritst door een man die ons opnieuw tegen een veel te hoge prijs wou brengen met een gammel busje. Hij jaagde iedere ander bus weg als Marjan er naartoe holde. Dus uiteindelijk moesten we wel mee. AAArrrgggg, opnieuw in een luid ronkende bus met kapotte zetels! Ik dacht dat ik daar vanaf was. Op de achterkant van het zitje van de chauffeur stond in stift "thief" geschreven... een van ons voorgangers wou onwetende passagiers waarschuwen. te laat. Maar wat ik zag tijdens de rit beviel me wel. Bali is Hindoe. Weer totaal iets andres dan Sumatra dat voornamelijk moslim is. Je zag veel standbeelden in alle vormen en formaten van Boedha's, maar ook schrikwekkende beeltenissen van goddelijke monsters. De architectuur was ook totaal verschillend. Rode bakstenen muren die een soort complex van verschillende huizen omringd waar verschillende leden van een familie samenwonen. Overal kleine tempeltjes, maar totaal anders dan in Thailand. Fascinerend. Kan ook niet anders, Bali is een uitzondering in een overwegend moslim Indonesie. Een klein eilandje met zijn eigen godsdienst, gewoontes en rituelen.
Gearriveerd in Ubud trokken we naar Ina Inn en Bali Moon. Ons aangeraden door een vriendin van Marjan. Maar opnieuw, wat een dure kamers! We besloten uitgebreid te gaan zoeken naar het perfecte en niet te dure guesthouse. En we hebben er ongelofelijk veel gezien, tot uitputtens toe terwijl het zweet ons doorweekte. We kunnen een serieus vergelijkend onderzoek voorleggen van de guesthouses in Ubud. Mijn humeur werd er wel niet beter van. Ik wou me weer ergens op mn gemak settelen. Uiteindelijk vonden we een vrij goedkope kamer, Vera's accomodation. Ruim, veel licht en een mooi zicht op een rijstveld. Groen waren de rijstvelden niet meer, het seizoen was kennelijk voorbij. Lap, daar gaan de droomplaatjes van weelderig groen Bali. We kregen wel een concert en show van een hele hoop ganzen in de plaats. Maar allez, we konden ons settelen, gingen iets eten en een rustige avond bracht de dag op zn einde.

1 april. Dat kennen ze niet in Bali. Dus daarvan zijn we bespaard gebleven. Het is alsof onze motor stilviel in Bali na ons helse avonturen in Sumatra. Dus deden we niks. Onze gastheer Maydee bracht ons ontbijt. Maydee is schilder en danser, amai. En hij had een iets te grote belangstelling in zijn gast, zijnde arme ikke. Ook Marjan vond het op den duur iets te. Dus ik besloot als ik alleen verder moest nadat Stefan (Marjan haar sweetie) gearriveerd was, dat ik niet daar zou verblijven.
De volgende dagen waren lui, luier, luist. En Marjan werd met de dag zenuwachtiger. Eindelijk zou ze haar lief na 7 weken terugzien. Ik werd al zenuwachtig samen met haar :-) Elke morgen was ze voor dag en dauw op. En als we dan es goed sliepen, dan maakten de luidruchtige kikkers of de kletsende ganzen ons wel wakker.

Het hoogtepunt van al die luiheid was mijn pedicure. Voor het eerst heb ik een french pedicure laten doen met een blommeke op beide grote tenen. Ik bleef maar naar mijn voeten staren. Natuurlijk gevaarlijk als je op straat heel de tijd naar je voeten loopt te kijken :-) We hebben zelfs pizza aan huis - allez, aan guesthouse - besteld. Heeerlijkkkkeeee pizza. Krijg er nog het water van in de mond. Echte pizza met kaas! Njam njam. Ik wist niet dat de dagen zo konden vliegen als je lui bent.

Zondag schoten we eindelijk weer in actie. We hebben een brommer gehuurd. Marjan voorop, ik vanachter. Het centrum van Ubud verkend. Dansrepetities gezien van een Balinese krijgersdans: kleine mannen die de meest verfijnde, minuscule bewegingen kunnen doen met handen, armen, benen en voeten. Ongelofelijk gecoordineerd. Prachtige poses, fascinerende gelaatsuitdrukkingen. Dat beloofde voor de voorstelling die we die avond zouden gaan zien... dachten we toen nog, oh vreselijke vergissing! Voor we verdersnorden nog een slechte Indische lunch binnengeschrokt. En dan hup, weg naar de rijstvelden. Het duurde wel een tijdje voor we die tegenkwamen op de drukke baan vol brommers. Wat hier wel opvalt, is hoe vriendelijk de mensen zijn. Mijn ironische zelve merkte op tegen Marjan: natuurlijk zijn ze hier allemaal vriendelijk en blij, blij dat ze al ons geld in hun zakken kunnen stoppen, verdomme duur Bali :-) Maar ik ben echt wel gecharmeerd door de mensen hier. Je hoort ook overal gamelanmuziek, een meertonige muziek in een heel snel ritme. Heel betoverend. Na een hele rit langs de grote baan zijn we op goed geluk een kleine weg ingeslagen. Efkes achtervolgd door een hond. Kleine straatjes, de stenen poorten met standbeelden aan weerszijden. De altaren op de binnenkoer. Ook op de velden vind je kleine offerandes. Ook als je in Ubud op straat loopt, moet je oppassen dat je niet op de offerandes trapt: gevouwen bananenbladen gevuld met rijst, koekjes, bloemetjes,... Om geluk af te smeken. Je ziet ook vrouwen met manden vol offergaven op hun hoofd lopen op weg naar de tempel. Mannen in sarongs en zelfs een bloem in hun haar. En lachen allemaal. Veel brommertjes overal, zoveel dat op Bali nog weinig openbare busjes te vinden zijn. Ik dwaal af, we zijn middenin een rijstveld gestopt. Mooi uitgestrekt, maar heet. Hoe de mensen daar op kunnen werken! En dan nog vaak met een hoed, een sjaal en lange mouwen. Bali fascineert me. En achteraf vind ik het wel jammer dat ik daar niet langer gebleven ben om meer van de cultuur te ontdekken. Het smaaktte alleszins naar meer. Jammer genoeg was het overdag broeiheet. Je moest nog niet bewegen of je was al aan het zweten. En elke dag kregen we wel een regenbui over ons heen.

Die avond zijn we nog gaan kijken naar een traditionele dansvoorstelling. Help, help, help. Marjan wou zelfs weglopen. Duidelijk de verkeerde keuze. Er werd amper in gedanst. Dialogen die we niet verstonden. De muziek was een kakafonie. Als de dansers niks moesten doen, zaten ze aan de zijkant van het podium wat verveeld te kijken. En dan is er nog een man verkleed in een varken naar mij toegesprongen. Hij was kennelijk de komische noot in het verhaal. Ik weet niet meer waar het over ging. Een stoere krijger ging mediteren en werd daarbij geholpen of tegengewerkt door twee vreemd uitziende figuren. Dan kwam er een varken ter plaatse om die krijger te storen. Dat varken werd dan doodgeschoten door de krijger. Maar ineens was daar een andere krijger - die kwam echt uit het niks - hij werd niet eens deftig geintroduceerd in het verhaal - en die zei dat hij het varken doodgeschoten had... whateveeee. Dus die twee krijgers zijn dan ook beginnen vechten - tot zover de vredige meditatie. En toen kwam er een vreemd monster met een lelijk kostuum op het podium en uiteindelik liep alles goed af... of zoiets. Dit was niet wat we van de avond verwacht hadden.

Maandag was dan D-day voor Marjan. Stefan arriveerde om 19uur. Ze ging hem afhalen. Needless to say dat het een nagelbijtende dag was.
De volgende dag mocht ik eindelijk Marjan haare sweetheart ontmoeten. De zalige glimlach op haar gezicht zei al genoeg! Daarna hebben we een verwennamiddag gehad in het beautysalon Lucy. Zalig: een voet- en beenmassage, een gelaatsverzorging, een nek-schouder-hoofdmassage plus een lichaamsmassage met scrub voor maar 22 euro! Nu, dat is wel niet duur! Genieten.
En die avond moest ik dan na 7 weken afscheid nemen van Marjan. Met spijt in het hart... 7 weken met elkaar optrekken, het doet wat met een mens. Met een klein hartje nam ik afscheid... Oh jee, ik sta er vanaf nu alleen voor. Slik.

Mijn eerste dag alleen heb ik mezelf getroost met shoppen. Weer veel souvenirs voor mezelf... en voor andere ook natuurlijk, gekocht in Monkey Forest Road. Lekker gegeten en gezellig genoten in mijn kamer met prachtig terras. Ik had mezelf namelijk ook getrakteerd op een dure, maar prachtige kamer. Mooie douche, ruim bed voor mij alleen en een gezellig terras met een vijver, inclusief luidruchtige kikker. De vriendelijke gastvrouw heeft me geweldig ontvangen. Dus ik zat er op mijn gemak. Maar het is toch wel vreemd: na 7 weken alles met Marjan te delen, in dezelfde kamer slapen, samen plannen maken, voelt het raar om nu alles met mezelf te overleggen. Ik heb dan maar met mezelf overlegd om me 's avonds te troosten met een dansvoorstelling. Een goeie deze keer met veel dans, goeie muziek en een uitgebreid publiek (altijd een goed teken). Die avond nam ik met heel veel spijt in het hart afscheid van Bali. Ik had het gevoel dat we elkaar nooit echt goed leren kennen hebben. En achter al die facades, die glimlachen, die rituelen, zit een fascinerende wereld... die ik misschien in de toekomst nog beter zal leren kennen. Ik had het niet gedacht die eerste avond dat we in de mottige kamer in Padang Padang lagen, maar hier wil ik nog es terugkomen.
Maar nu is het verhaal hier afgelopen. Donderdag 8 april vertrok ik 's morgensvroeg naar de luchthaven. Back to Bangkok. En hopelijk rechtstreeks naar Koh Samui, maar ik had geen treinticket kunnen boeken, dus ik wist niet waar de dag ging eindigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten